Religie en Abram

Torastudie 22: Belofte God aan Abram - Genesis (15-16:1)

Torastudie 22: Belofte God aan Abram - Genesis (15-16:1)

In Genesis 15-16:1 belooft God aan Abram hem nageslacht te geven. God sloot een verbond met Abram wanneer God vertelt dat het nageslacht van Abram het land zal krijgen tussen de Nijl en de Eufraat. Omdat Sarai geen kinderen kon krijgen zei ze tegen Abram kinderen te baren uit Hagar zodat het nageslacht verzekerd zou zijn.


Genesis 15-16:1

Hierna kwam het woord van de Heren tot Abram in een gezicht: Vrees niet, Abram, Ik ben uw schild: uw loon zal zeer groot zijn. En Abram zei: Here Here, wat zult gij mij geven, daar ik kinderloos heenga en de bezitter van mijn huis, dat zal deze Damaskener Eliëzer zijn...En Hij zei tot hem: Ik ben de Here, die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven...Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol...Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier de Eufraat...Sarai nu, de vrouw van Abram, schonk hem geen kinderen, en zij had een Egyptische slavin, wier naam was Hagar.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:
א אַחַר הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה הָיָה דְבַר-יְהוָה אֶל-אַבְרָם בַּמַּחֲזֶה לֵאמֹר אַל-תִּירָא אַבְרָם אָנֹכִי מָגֵן לָךְ שְׂכָרְךָ הַרְבֵּה מְאֹד. ב וַיֹּאמֶר אַבְרָם אֲדֹנָי יְהוִה מַה-תִּתֶּן-לִי וְאָנֹכִי הוֹלֵךְ עֲרִירִי וּבֶן-מֶשֶׁק בֵּיתִי הוּא דַּמֶּשֶׂק אֱלִיעֶזֶר. ג וַיֹּאמֶר אַבְרָם הֵן לִי לֹא נָתַתָּה זָרַע וְהִנֵּה בֶן-בֵּיתִי יוֹרֵשׁ אֹתִי. ד וְהִנֵּה דְבַר-יְהוָה אֵלָיו לֵאמֹר לֹא יִירָשְׁךָ זֶה כִּי-אִם אֲשֶׁר יֵצֵא מִמֵּעֶיךָ הוּא יִירָשֶׁךָ. ה וַיּוֹצֵא אֹתוֹ הַחוּצָה וַיֹּאמֶר הַבֶּט-נָא הַשָּׁמַיְמָה וּסְפֹר הַכּוֹכָבִים אִם-תּוּכַל לִסְפֹּר אֹתָם וַיֹּאמֶר לוֹ כֹּה יִהְיֶה זַרְעֶךָ. ו וְהֶאֱמִן בַּיהוָה וַיַּחְשְׁבֶהָ לּוֹ צְדָקָה. ז וַיֹּאמֶר אֵלָיו אֲנִי יְהוָה אֲשֶׁר הוֹצֵאתִיךָ מֵאוּר כַּשְׂדִּים לָתֶת לְךָ אֶת-הָאָרֶץ הַזֹּאת לְרִשְׁתָּהּ. ח וַיֹּאמַר אֲדֹנָי יְהוִה בַּמָּה אֵדַע כִּי אִירָשֶׁנָּה. ט וַיֹּאמֶר אֵלָיו קְחָה לִי עֶגְלָה מְשֻׁלֶּשֶׁת וְעֵז מְשֻׁלֶּשֶׁת וְאַיִל מְשֻׁלָּשׁ וְתֹר וְגוֹזָל. י וַיִּקַּח-לוֹ אֶת-כָּל-אֵלֶּה וַיְבַתֵּר אֹתָם בַּתָּוֶךְ וַיִּתֵּן אִישׁ-בִּתְרוֹ לִקְרַאת רֵעֵהוּ וְאֶת-הַצִּפֹּר לֹא בָתָר. יא וַיֵּרֶד הָעַיִט עַל-הַפְּגָרִים וַיַּשֵּׁב אֹתָם אַבְרָם. יב וַיְהִי הַשֶּׁמֶשׁ לָבוֹא וְתַרְדֵּמָה נָפְלָה עַל-אַבְרָם וְהִנֵּה אֵימָה חֲשֵׁכָה גְדֹלָה נֹפֶלֶת עָלָיו. יג וַיֹּאמֶר לְאַבְרָם יָדֹעַ תֵּדַע כִּי-גֵר יִהְיֶה זַרְעֲךָ בְּאֶרֶץ לֹא לָהֶם וַעֲבָדוּם וְעִנּוּ אֹתָם אַרְבַּע מֵאוֹת שָׁנָה. יד וְגַם אֶת-הַגּוֹי אֲשֶׁר יַעֲבֹדוּ דָּן אָנֹכִי וְאַחֲרֵי-כֵן יֵצְאוּ בִּרְכֻשׁ גָּדוֹל. טו וְאַתָּה תָּבוֹא אֶל-אֲבֹתֶיךָ בְּשָׁלוֹם תִּקָּבֵר בְּשֵׂיבָה טוֹבָה. טז וְדוֹר רְבִיעִי יָשׁוּבוּ הֵנָּה כִּי לֹא-שָׁלֵם עֲו‍ֹן הָאֱמֹרִי עַד-הֵנָּה. יז וַיְהִי הַשֶּׁמֶשׁ בָּאָה וַעֲלָטָה הָיָה וְהִנֵּה תַנּוּר עָשָׁן וְלַפִּיד אֵשׁ אֲשֶׁר עָבַר בֵּין הַגְּזָרִים הָאֵלֶּה. יח בַּיּוֹם הַהוּא כָּרַת יְהוָה אֶת-אַבְרָם בְּרִית לֵאמֹר לְזַרְעֲךָ נָתַתִּי אֶת-הָאָרֶץ הַזֹּאת מִנְּהַר מִצְרַיִם עַד-הַנָּהָר הַגָּדֹל נְהַר-פְּרָת. יט אֶת-הַקֵּינִי וְאֶת-הַקְּנִזִּי וְאֵת הַקַּדְמֹנִי. כ וְאֶת-הַחִתִּי וְאֶת-הַפְּרִזִּי וְאֶת-הָרְפָאִים. כא וְאֶת-הָאֱמֹרִי וְאֶת-הַכְּנַעֲנִי וְאֶת-הַגִּרְגָּשִׁי וְאֶת-הַיְבוּסִי.
א וְשָׂרַי אֵשֶׁת אַבְרָם לֹא יָלְדָה לוֹ וְלָהּ שִׁפְחָה מִצְרִית וּשְׁמָהּ הָגָר.

Genesis 15:5

En hij voerde hem naar buiten en zeide: zie toch naar den hemel en tel de sterren, indien gij hen kunt tellen; en Hij zeide tot hem: zoo zal uw kroost zijn.

Pesikta Zutrati:
Wanneer zij stijgen, zullen zij stijgen zo hoog als de hemelen; wanneer zij vallen, zullen zij vallen zo laag als stof.

Genesis 15:10

En hij nam Hem al dezen en Hij sneed hen midden door.

Rashi:
Rashi legt uit dat het in deze tijden de gewoonte was dat wanneer twee mensen hun eeuwigdurende vriendschap en toewijding aan elkaar beloven een ceremonie leidde waarin zij samen tussen twee gesneden helften van een geslacht dier passeerden, symboliserend dat zoals de twee helften zijn, in werkelijkheid, een enkel schepsel is, zo ook, hun personen, hoewel twee verschillende wezens, beschouwd worden als een enkele entiteit. Dus, een "rokende oven en een vlammende fakkel", vertegenwoordigend de Goddelijke Aanwezigheid, die "tussen de delen" passeert samen met Abraham.

Daarnaast verklaren onze wijzen het symbolisme in de dieren die God aan Abraham vertelde te nemen. Op één niveau corresponderen ze met de verschillende offers gebracht door het joodse volk in de Heilige Tempel. Op een ander niveau vertegenwoordigen zij de diaspora van Israël in zijn verschillende incarnaties -de machten waaraan het joodse volk onderworpen zal zijn in de loop van hun geschiedenis (Egypte, Babylonië, Perzië, Griekenland, Rome, etc.). De adelaar die kwam om de karkassen te consumeren maar werd weggejaagd vertegenwoordigt de Masjiach, die zal worden voorkomen om het volk Israël te bevrijden tot de tijd voor de Verlossing is gekomen.

Galoet (diaspora) wordt dus niet slechts geopenbaard als een straf voor het falen van het joodse volk, maar als een integraal deel van ons lot, voorspelt aan de eerste jood bij het smeedwerk van ons verbond met God.

Genesis 15:13

Dat uw kroost vreemdeling zal zijn in een land niet van hen; en zij zullen hen dienen, en men zal hen onderdrukken vierhonderd jaar.

Rashi:
De vierhonderd jaar refereren naar de periode vanaf de geboorte van Isaac (in het jaar 2048 vanaf de Schepping -1713 voor de gewone jaartelling), tot aan de Exodus vanuit Egypte (in 2448), gedurende welke tijd Abrahams kroost vreemdelingen zijn in een land niet van hen. Het feitelijke verblijf in Egypte was voor 210 jaar, waarvan de laatste 68 jaar een tijd waren dat de kinderen van Israël slaaf waren.

Genesis 16:1

En Sarai, de vrouw van Abram, had hem niet gebaard; maar zij had een Egyptische dienstmaagd, wier naam was Hagar.

Midrash Rabbah:
Hagar was de dochter van de Farao. Toen Farao zag wat werd gesmeed op zijn huis voor Sara's wil, nam hij zijn dochter en gaf haar aan haar, zeggende: "Beter dat Mijn dochter een slavin is in dit huis, dan een meesteres in een ander huis."

Meer over de Tora is te lezen in mijn special Tora-exegese (deel II).
© 2007 - 2010 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 08-12-2007, laatst gewijzigd op 31-10-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Pesikta Zutrati
  • Rashi
  • Midrash Rabbah

Reageer op het artikel "Torastudie 22: Belofte God aan Abram - Genesis (15-16:1)"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.