Religie en Genesis

Wat ging er mis in het Paradijs?

De eerste woonplaats van de mensen, Eden, was een paradijs. Alles wat een mens zou kunnen wensen was er. Zelfs een volkomen vrije omgang met God. Wat ging er mis?


Inhoud


Een ideale wereld

Eden volgens Breughel
Eden volgens Breughel
God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en [daarnaast] de boom van de kennis van goed en kwaad.

Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit. Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen. Een daarvan is de Pison; die stroomt om heel Chawila heen, het land waar goud gevonden wordt. (Het goud van dat land is uitstekend, en er is daar ook balsemhars en onyx.) De tweede rivier heet Gichon; die stroomt om heel Nubië heen. De derde rivier heet Tigris; die loopt ten oosten van Assyrië. De vierde ten slotte is de Eufraat.

God, de HEER, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. Hij hield hem het volgende voor: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’


De mens en zijn vrouw hadden alles wat ze maar konden wensen in de tuin die God voor hen had klaar gemaakt. Daar zullen ze ongetwijfeld van genoten hebben. God had hen maar één grens gesteld: één boom waar ze niet van mochten eten: de boom van kennis van goed en kwaad. Al het andere stond hen ter beschikking.

Waarom dan die ene grens, dat ene verbod overtreden en alles verliezen wat ze hadden? Was het een toetssteen voor hun vertrouwen, hun liefde? Zo lijkt het.

Maar er was een macht van buitenaf, die zich manifesteerde via de slang. Die macht was erop uit de goede relatie tussen de mens en zijn Schepper te verbreken. En dat pakte hij heel subtiel aan.

De verleiding

Zijn eerste stap was de vrouw aan te spreken en niet de man. De man had het verbod van God zelf ontvangen. De vrouw had het van de man gehoord.

Zijn tweede stap was een vraag te stellen die erop gericht was bij voorbaat de suggestie te wekken dat God niet goed was, maar onredelijke grenzen oplegde: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’.

Hij richt de aandacht van de vrouw op wat niet mag, waardoor ze alles wat ze wel mag uit het oog begint te verliezen.

Terecht corrigeert ze de slang, maar zijn subtiele verdraaiing heeft al effect.

‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’

Ten onrechte stelt de vrouw in haar antwoord dat de boom van kennis van goed en kwaad in het midden van de tuin zou staan. Daar stond de levensboom, de boom van het leven. Maar in haar denken had de boom van kennis van goed en kwaad die centrale plaats gekregen. Bovendien - en dat is ongetwijfeld het gevolg van de insinuaties van de slang - zegt ze dat ze al zouden sterven als ze de vruchten van de boom van kennis zouden aanraken. Maar dat had God niet gezegd!

Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. 5 ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als God zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’

Zijn derde stap was te ontkennen wat God gezegd had, althans, hij suggereert dat God een heel andere reden had om ze dit te weigeren: als ze daarvan eten worden ze als God, omdat ze dan goed en kwaad kennen. En – zo klinkt tussen de regels door – dat gunt hij jullie niet!

De keuze

De woorden van de slang misten hun uitwerking niet. De vrouw keek naar de boom. En ze bedacht bij zichzelf dat die vruchten er lekker uitzagen, dat het mooie vruchten waren, dus eigenlijk wel gegeten moesten worden

Eva gaf ook Adam
Eva gaf ook Adam
Ze bedacht dat het toch wel mooi zou zijn als ze daardoor verstandig en wijs zou worden.

Waarom niet? Lijkt ze gedacht te hebben. Ze plukte een vrucht en at ervan. En ze gaf ook haar man een vrucht en ook hij at ervan. Wist hij dan niet wat ze hem gaf? Hij stond bij haar, staat er hoewel we niet weten hoelang de vrouw heeft staan kijken. Maar hij zag wat ze deed en hield haar niet tegen... Hoeveel had hij opgevangen van het gesprek met de slang?

We weten het niet.

Maar beide aten van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad. En de gevolgen zijn onmiddellijk merkbaar. Ze weten dat ze kwaad gedaan hebben. Ze zijn God ongehoorzaam geworden. Dat werkt een schaamte in ze, die zo diep ingrijpt, dat ze zich zelfs voor hun naakte lichamen schamen.

De gevolgen

De gevolgen van deze keuze van de mens en zijn vrouw zijn verschrikkelijk. Wat ze in feite gedaan hadden was meer vertrouwen te stellen in de woorden van de slang en van de macht die door de slang sprak, de satan, dan in God die hen geschapen had. Ze hadden daarmee het gezag dat God aan hén gegeven had, om over de aarde te regeren, in feite onderworpen aan de satan. Dat is de reden dat de Heer Jezus over hem spreekt als de overste van deze wereld! (Johannes 12:31, 14:30 en 16:11)

God laat dat dan ook niet over zich heen gaan. Omwille van hun daad is de aarde vervloekt en brengt sindsdien niet meer de rijke vrucht voort die ze in het begin opbracht. De mens moet sinds die tijd zwoegen om nog te kunnen eten.

De relatie tussen de man en zijn vrouw zou niet langer zijn zoals die was geweest. Dat hadden ze al ondervonden door hun schaamte, maar God laat zien dat het verder door zal werken: de man zal heersen over zijn vrouw en het verlangen van de vrouw zal (desondanks) naar de man uitgaan.

En het belangrijkste: God stuurde de mens weg uit de tuin van Eden om hem te scheiden van de Levensboom. Voortaan zou de mens sterferlijk zijn.

Maar er is ook hoop.

God zegt tegen de slang: En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.' (NBG vertaling)

Uiteindelijk zal het zaad van de vrouw overwinnen. Het zaad van de slang zal er in slagen hem de hiel te vermorzelen, maar het zaad van de vrouw zou de kop van de slang vermorzelen. Dit spreekt van de dood van Jezus aan het kruis (de hiel vermorzeld) en de uiteindelijke overwinning van Jezus als hij de satan in de hel zal werpen. Maar door te sterven aan het kruis en weer uit de dood op te staan heeft hij de satan al overwonnen, heeft hij 'afgerekend met de heerser over de dood.' (Hebreeën 2:14)

Het hele verhaal van wat er in Eden gebeurde vind je in Genesis 4.

Wat betekent dat voor jou?

Door die daad van de mens en zijn vrouw is hun hele nageslacht van God vervreemd geraakt met een neiging om het verkeerde te doen. En bovenal is de overste van de wereld, de satan, nog steeds druk doende de mensen zo ver mogelijk van God weg te houden en als het even kan hen precies dat te laten doen wat God verboden heeft.

Daar zit jij dus ook mee. Jou kan diezelfde verleiding overkomen als de vrouw uit Genesis 3. Satan gebruikt nog steeds dezelfde technieken: twijfel zaaien, aandacht afleiden van wat werkelijk belangrijk is, God gemene beweegredenen in de schoenen schuiven.

Maar God heeft ook jou geschapen om met Hem in contact te leven. God houdt ook van jou, zoveel, dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. (Johannes 3:16)

Al wat je hoeft te zeggen is: 'Heer Jezus, ik heb u nodig.'
© 2007 - 2009 Bbuitendijk, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 11-12-2007, laatst gewijzigd op 24-12-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Bbuitendijk is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Tenzij anders aangegeven zijn de bijbelteksten in dit artikel ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
  • Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de NBG-vertaling 1951, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951.
  • Genesis 3

Reageer op het artikel "Wat ging er mis in het Paradijs?"


Door Etsel (infoteur) op 11-12-2007

Belangrijk is de vrije wil van de mens. Omdat God de mens goed heeft geschapen is hij niet tot zonde gedoemd (zoals het christendom beweert). Wel heeft de mens de keuze om te kiezen tussen goed en kwaad. Dát is de betekenis van het van de zondeval in het Paradijs. Met behulp van de Tora heeft God het joodse volk (en de mensheid) de mogelijkheid geboden om zich aan het goede te houden.

Hieronder nog wat de joodse geleerden melden over de zondeval.

Maimonides:
Ieder mens heeft vrijheid van keuze: als hij wenst het goede en het rechtvaardige te kiezen dan heeft hij die mogelijkheid.; en als hij wenst het slechte te kiezen dan heeft hij de mogelijkheid. Dit is wat er in de Tora wordt gezegd: "Zie de mens is geworden als een van ons in het kennen van goed en kwaad." Dit betekent: deze soort, de mens, is uniek geworden in de wereld, en er zijn geen andere soorten gelijk aan hem in deze kwestie -dat hij, uit zichzelf, vanuit zijn eigen geest en gedachte, weet wat goed en kwaad is en doet wat hij wil en er is niets dat hem van weerhoudt om het goede of het slechte te doen.

Dit concept is een fundamenteel principe en een pilaar van de Tora en zijn geboden. Want er staat geschreven in Deuteronomium (30:15): "Zie, ik heb voor jou gezet leven en goed, dood en kwaad."

Was het aan God te bepalen dat een persoon rechtvaardig of goddeloos is, of bestaat er iets in de essentie van de aard van een persoon dat hem dwingt richting een specifiek pad, een specifieke overtuiging, een specifiek karaktertrek of een sepcifieke daad...hoe kon God ons bevelen via de profeten "doe dit" en "doe dit niet", "verbeter je manieren" en "volg je goddeloosheid niet op"? Welke plek heeft de hele Tora? En met welke maatstaf van rechtvaardigheid zou God de goddeloze straffen en de rechtvaardige belonen?

Rabbi Schneur Zalman van Liadi:
Het kwade en vrijheid van keuze bestond al voor Adam van de Boom van Kennis at. Maar toen was het kwade iets van buiten de persoon en de twee domeinen waren compleet gescheiden. De missie van de mens in het leven was 'het Hof te bebouwen en te onderhouden', het goede te cultiveren en het kwade buiten te houden. Door het eten van de Boom, verkreeg de mens onmiddelijke kennis van het kwaad, nam het in zich op en -de mens die een microskosmos van de scheppen is- in zijn wereld. Vanaf dat punt verwarden de twee werelden zich, daar er geen kwaad is zonder goed en geen goed zonder kwaad. De taak van de mens werd het 'werk van zuivering' -om te onderscheiden en te scheiden het goede van het kwade en het kwade van het goede.