Torastudie 5: Schepping aarde en hemel - Genesis (1:6-16)

Genesis 1:6-16 gaat verder met de tien uitspraken van de Schepping. Het water wordt gescheiden en de aarde gevormd. Twee grote hemellichamen, de zon en de maan, verschijnen aan het firmament. In dit artikel het commentaar van de Joodse geleerden.

Genesis 1:6-16

En God zei: Daar zij een uitspansel in het midden van de wateren, en dit maakt scheiding tussen wateren en wateren. En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van de wateren die boven het uitspansel waren en het was alzo. En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. En God zei: Dat de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien en het droge te voorschijn komen; en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën. En God zag dat het goed was. En God zei: Dat de aarde jong groen voortbrengt, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde, en het was alzo. En de aarde bracht jong groen voort, gewas dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag dat het goed was. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag. En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren; en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel van de hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo. En God maakte de grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:
ו וַיֹּאמֶר אֱלֹהִים יְהִי רָקִיעַ בְּתוֹךְ הַמָּיִם וִיהִי מַבְדִּיל בֵּין מַיִם לָמָיִם. ז וַיַּעַשׂ אֱלֹהִים אֶת-הָרָקִיעַ וַיַּבְדֵּל בֵּין הַמַּיִם אֲשֶׁר מִתַּחַת לָרָקִיעַ וּבֵין הַמַּיִם אֲשֶׁר מֵעַל לָרָקִיעַ וַיְהִי-כֵן. ח וַיִּקְרָא אֱלֹהִים לָרָקִיעַ שָׁמָיִם וַיְהִי-עֶרֶב וַיְהִי-בֹקֶר יוֹם שֵׁנִי. {פ}

ט וַיֹּאמֶר אֱלֹהִים יִקָּווּ הַמַּיִם מִתַּחַת הַשָּׁמַיִם אֶל-מָקוֹם אֶחָד וְתֵרָאֶה הַיַּבָּשָׁה וַיְהִי-כֵן. י וַיִּקְרָא אֱלֹהִים לַיַּבָּשָׁה אֶרֶץ וּלְמִקְוֵה הַמַּיִם קָרָא יַמִּים וַיַּרְא אֱלֹהִים כִּי-טוֹב. יא וַיֹּאמֶר אֱלֹהִים תַּדְשֵׁא הָאָרֶץ דֶּשֶׁא עֵשֶׂב מַזְרִיעַ זֶרַע עֵץ פְּרִי עֹשֶׂה פְּרִי לְמִינוֹ אֲשֶׁר זַרְעוֹ-בוֹ עַל-הָאָרֶץ וַיְהִי-כֵן. יב וַתּוֹצֵא הָאָרֶץ דֶּשֶׁא עֵשֶׂב מַזְרִיעַ זֶרַע לְמִינֵהוּ וְעֵץ עֹשֶׂה-פְּרִי אֲשֶׁר זַרְעוֹ-בוֹ לְמִינֵהוּ וַיַּרְא אֱלֹהִים כִּי-טוֹב. יג וַיְהִי-עֶרֶב וַיְהִי-בֹקֶר יוֹם שְׁלִישִׁי. {פ}

יד וַיֹּאמֶר אֱלֹהִים יְהִי מְאֹרֹת בִּרְקִיעַ הַשָּׁמַיִם לְהַבְדִּיל בֵּין הַיּוֹם וּבֵין הַלָּיְלָה וְהָיוּ לְאֹתֹת וּלְמוֹעֲדִים וּלְיָמִים וְשָׁנִים. טו וְהָיוּ לִמְאוֹרֹת בִּרְקִיעַ הַשָּׁמַיִם לְהָאִיר עַל-הָאָרֶץ וַיְהִי-כֵן. טז וַיַּעַשׂ אֱלֹהִים אֶת-שְׁנֵי הַמְּאֹרֹת הַגְּדֹלִים אֶת-הַמָּאוֹר הַגָּדֹל לְמֶמְשֶׁלֶת הַיּוֹם וְאֶת-הַמָּאוֹר הַקָּטֹן לְמֶמְשֶׁלֶת הַלַּיְלָה וְאֵת הַכּוֹכָבִים

Genesis 1:6

En God zei: er zij een uitspansel in het midden der wateren, en het scheidde tussen water en water.

Scheiding
Waarom wordt er niet gezegd op de tweede dag: "Het was goed?" Omdat op die dag scheiding werd geschapen.

Genesis 1:7

En God maakte het uitspansel en scheidde tussen het water, dat onder het uitspansel is, en het water, dat boven het uitspansel is; en het was zo.

Lagere water
Het lagere water weent: we willen in de aanwezigheid zijn van de Koning.

Een verbond werd gemaakt in de dagen van de schepping met de 'lagere wateren' dat zij zullen worden geofferd op het Altaar in het zout gebracht met elk offer en het water stroomde op het Altaar op het feest van Soekkot.

Genesis 1:16

En God maakte de twee grote hemellichten: het grote hemellicht om op de dag te heersen en het kleine hemellicht om op de nacht te heersen.

Twee hemellichten
Het zegt: "En God maakte twee grote hemellichten," maar het zegt dan: "het grote hemellicht en het kleine hemellicht?"
Inderdaad, allereerst waren ze beiden groot, maar toen zei de maan tegen God: "Meester van het Universum! Kunnen twee koningen dezelfde kroon dragen?"
God zei tot haar: "Ga en verminder jezelf."
Ze zei tot Hem: "Meester van het Universum! Omdat ik het juiste heb gezegd, moet ik mezelf verminderen?"
Hij zei tot haar: "Je mag zowel gedurende de nacht als de dag heersen."
Ze zei tot Hem: "Wat is daarvan het voordeel? Wat draagt een lamp bij aan de middag?"
Hij zei tot haar: "Het volk Israël zal hun data en jaren door jou laten berekenen."
Zij zei tot Hem: "Maar de zon zal er ook een deel in hebben omdat zij hun seizoenen door hem laten berekenen."
God zei: "De rechtvaardigen zullen bij jouw naam genoemd worden -Jacob de Kleine, Samuel de Kleine, David de Kleine."

Nog steeds zag God dat de maan niet tevreden was. dus God zei: "Offer een verzoening ter wille van Mij omdat ik de maan verminderd heb." Dit is de betekenis van wat Reish Lakish zei: "Waarom wordt de bok geofferd op Rosh Chodesh (de eerste van de maand)? Het verschilt van de anderen in dat het wordt gespecificeerd als 'voor God?' God zegt: "Deze bok zal mijn vermindering van de maan verzoenen."



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Wat gebeurde er op de tweede dag van de Schepping?
  2. Hoe komt het dat de maan kleiner is dan de zon?
  3. Wat is het voordeel van de maan dat ze ook overdag schijnt?
  4. Waarom wordt de bok geofferd op de eerste dag van de maand?

Meer over de Tora in onze special Torastudie (deel I).

Lees verder

© 2007 - 2012 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Torastudie 83: nieuwe maan (Exodus12:2/I Samuël 20:18) In de eerste mitswa die we kregen als Joodse natie, beval God…
Birkat HaChama: God prijzen voor de zon Elke 28 jaar wordt God geprezen voor de schepping van de zon die het leven op aar…
Torastudie 2: Schepping en de Messias - Genesis (1:2) De Tora begint met het bekende: "In den beginne schiep God de hemel…
Torastudie 113: heffing Tabernakel - Exodus (25:2-8) De Shechina (Goddelijke inwoning) verbleef in de Tabernakel. Na de z…
Torastudie 1: Schepping hemel en aarde - Genesis (1:1) 'In den beginne schiep God de hemel en de aarde'. Zo begint de Tor…

Reageer op het artikel "Torastudie 5: Schepping aarde en hemel - Genesis (1:6-16)"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
  • Midrash Rabbah
  • Tikkunei Zohar: (lit. “the songs of the Zohar"); a collection of mystical hymns, part of the collection of Zoharic literature
  • Sukkot: (lit. “booths”); festival of seven days (eight in the Diaspora) beginning on 15 Tishrei, taking its name from the temporary dwelling (sukkah) in which one lives during this period; this festival is marked for its special joy (“zeman simchateinu”—“time of our rejoicing”) and by the mitzvah of the four species
  • Leviticus: The third of the Five Books of Moses, describes the inauguration of the Tabernacle, and contains many of the mitzvot, including the laws of sacrifices.
  • David: (a) (907-837 BCE) A Bethlehem native, youngest son of Jesse and Nitzevet. A shepherd boy, he rose to fame after slaying the Philistine hero Goliath. This earned him the hand of King Saul’s daughter Michal in marriage. Anointed by Samuel to succeed Saul after the latter failed to annihilate Amalek. This aroused Saul's jealousy, who then pursued him relentlessly. David became king after Saul’s death. During his monarchy, David successfully secured and expanded Israel’s borders, but was beset by a series of revolts and personal tribulations. Compiled the Book of Psalms. Succeeded by his son Solomon. (b) A common Jewish name.
  • Talmud, Chulin 60b
Infoteur: Etsel
Rubriek: Mens en Samenleving / Religie
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!