
Faalangst in je klas, en dan?!
Het signaleren van faalangst is een lang en ingewikkeld proces. Er zijn veel symptomen die kernmerkend zijn voor faalangst. Echter, deze kenmerken komen ook voor bij andere problemen. Wanneer vastgesteld is dat een kind in je klas faalangstig is, wil je hier als leerkracht natuurlijk mee aan de slag. In dit artikel is een selectie te vinden van methodes die bestaan in de bestrijding tegen faalangst.
G – denken (RET)
Gebeurtenissen leiden totGedachten, die bepalen de
Gevoelens, en die weer het
Gedrag.
Faalangst heeft alles te maken met de manier waarop je denkt. De gedachten gaan vooral over het niet kunnen, het niet gaan halen, het toch fout gaan doen en het allemaal verpesten. Dat denken zorgt er vervolgens voor dat je zo gespannen wordt dat het ook echt mislukt. Daar word je nog angstiger door en vervolgens is de cirkel rond. Wie faalangstig is moet dus vooral anders leren denken! Dat klinkt makkelijk gezegd, maar het kost veel energie, inspanning en vooral oefening.
- Het G - denken gaat er vanuit dat door invloed uit te oefenen op het denken, en daarmee de gevoelens, gedragsverandering mogelijk is.
- Het G – denken is een methode in vijf stappen om anders te leren denken en zo de faalangst aan te pakken. In principe kan G – denken, als methode, worden toegepast bij kinderen vanaf 10 jaar. Bij jongere kinderen komt het meer in de dagelijkse omgang aan de orde en kan er dan de nadruk op worden gelegd.
De vijf stappen in het G – denken:
- Stap 1: Kijk naar de gebeurtenis. Schrijf deze op. Bedenk wat daar het gevolg van is. Faalangstige kinderen denken vaak dat b.v. de toets op zich voor deze reactie zorgt en zien niet dat het juist de gedachten zijn die de spanning veroorzaken.
- Stap 2: Als een kind drie keer iets negatiefs denkt en niet te horen krijgt dat het niet klopt, dan gaat het kind deze gedachte geloven. Belangrijk is het dus om te kijken welke gedachten het kind bij een bepaalde situatie heeft en te kijken of deze gedachten echt waar zijn. Bij stap 2 worden alle gedachten opgeschreven die leiden tot het gevolg.
- Stap 3: Bedenk welk nieuw doel je als gedrag en gevolg wilt bereiken. Welk reëel doel kun je jezelf stellen? Let erop dat faalangstige kinderen hier de neiging hebben zichzelf opnieuw onhaalbare doelen te stellen.
- Stap 4: Kijk naar de gedachten bij stap 2. Kijk eerlijk of het helpende (Helpt het je om je doel te bereiken?) of niet-helpende (Belemmert het je om je doel te bereiken?) gedachten zijn en schrijf dit erachter.
- Stap 5: Vervolgens ga je kijken wat je in plaats van die gedachten zou kunnen denken.
- B.v. ‘Ik klap altijd dicht’ - > ‘Bij sommige opdrachten ben ik niet dichtgeklapt. Waarom zou het hier dan wel gebeuren?’
- ‘Nu moet het absoluut lukken’ -> ‘Ik kan niet meer dan mijn best doen. Als het niet lukt is het geen ramp en komt het ook wel weer goed.’
Het werken met dit schema moet heel vaak geoefend worden om echt resultaat te zien. De leerling kan hierin individuele begeleiding van een hulpverlener krijgen of dit oefenen in een groepje, b.v. bij een faalangsttraining. Uiteindelijk is het belangrijk dat de leerling zelf schema’s kan maken, zelf de stappen gaat zien en niet-helpende gedachten steeds sneller leert vervangen door helpende gedachten. Voor volwassenen kan er ook nog gekeken worden naar hoe je denkfout die gemaakt wordt kunt benoemen. Hier ga ik verder niet op in omdat het voldoende is om het schema op deze manier uit te werken en dit bij kinderen zeker niet haalbaar is.
Relationeel communiceren
Relationeel communiceren gebeurt wanneer er tegen elkaar gezegd wordt wat het gedrag of de woorden van de ander bij iemand teweegbrengen en wat ze betekenen voor de onderlinge verhouding. Een stille leerling in de klas kan b.v. denken dat niemand haar opmerkt. Wanneer je benoemt tegenover de leerling dat ze juist opvalt hierdoor kan ineens het besef komen dat ze het beter kan veranderen. Kinderen kunnen zulke boodschappen beter ontvangen. De leerling krijgt het idee dat hij / zij er toe doet en effect heeft op de ander. Dit bespreekbaar maken heeft een positief effect op het zelfvertrouwen van een kind.Attributie
Er wordt gesproken van externe attributie als oorzaken worden gezien als iets wat buiten jezelf / de betrokkene ligt. Wanneer iemand zakt voor een examen dan wordt er gezegd ‘de toets was erg onduidelijk, het was echt niet te begrijpen’. Van interne attributie is sprake als oorzaken worden gezien als iets wat binnen jezelf / de betrokkene ligt. Wanneer iemand zakt voor een examen dan wordt er gezegd ‘dat komt doordat ik te dom ben voor dit examen’.Mensen hebben de neiging om te attribueren op een wijze die prettig is voor het eigen zelfbeeld. Bij prettige gebeurtenissen wordt er meestal intern geattribueerd, terwijl bij vervelende gebeurtenissen meestal extern geattribueerd wordt. Attributie kan ook problemen geven, bijvoorbeeld als de gebruikelijke wijze van attribueren een te sterke vorm aanneemt of als vervelende gebeurtenissen meestal intern in plaats van extern geattribueerd worden en prettige gebeurtenissen meestal extern in plaats van intern. Hier is sprake van bij faalangst. Als iets goed gaat dan was ‘de toets wel erg makkelijk’ en wanneer de toets slecht gemaakt is dan ben je er ‘gewoon te dom voor’. De docent of hulpverlener kan met de leerling bespreken wat nu de echte oorzaak is van het resultaat. Hier moeten goed alle achterliggende gedachten naar boven worden gehaald en worden omgezet (zie G – denken) om zo de leerling te begrijpen en daarop in te kunnen spelen. De leerling moet leren successen aan zichzelf toe te schrijven en bij falen niet meteen zichzelf compleet de grond in te boren.
Lichamelijke ontspanningstechnieken
Voor een faalangstig persoon is het belangrijk om verschillende lichamelijke ontspanningstechnieken te leren zodat de lichamelijke spanning verminderd wordt. Dit maakt de spanning een stuk minder wat ook weer kan helpen de negatieve cirkel voor een deel te doorbreken.Ademhaling:
Door de spanning gaat een kind vaak heel heftig ademhalen en soms zelfs hyperventileren. Belangrijk is dat het kind de buikademhaling aangeleerd krijgt, omdat er bij spanning sprake is van de borstademhaling. Het is belangrijk de rustige, diepe buikademhaling en de langzame, volledige uitademing vaak met het kind te oefenen. Uiteindelijk wordt die ademhaling dan iets van henzelf en kunnen ze deze dan ook gaan toepassen, b.v. bij toetsen.
Spierontspanning:
De spieren raken moe van de vastgehouden spanning van faalangstige mensen.
Een oefening die goed werkt is het bewust aanspannen van de spieren en dan weer loslaten. Het kind kan b.v. voor het slapen oefenen met het spannen en ontspannen van de spieren. Begin b.v. bij de schouders en ga zo langzaam naar beneden. Wanneer dit voldoende geoefend is kan het ook gebruikt worden in spannende situaties zoals b.v. voor een toets. Er bestaan veel verschillende ontspanningsoefeningen. Een therapeut kan deze aanleren aan het kind. Ook bij een faalangsttraining wordt hier aandacht aan besteed.
Zit- en werkhouding:
In de klas kan er op gelet worden dat de leerling goed zit. Beide voeten stevig op de grond, rechtop zitten met de rug tegen de rugleuning en beide armen op de tafel. De leerkracht en de ouders kunnen het kind hier regelmatig op wijzen, zodat de goede houding aangeleerd wordt en het langzamerhand de normale zit- en werkhouding van het kind worden. Door een goede zit- en werkhouding kunnen alle spieren zich optimaal ontspannen.
Natuurlijk zijn er nog meer manieren te bedenken waarop het kind kan ontspannen. Er kan samen met het kind een lijstje gemaakt worden met relaxers. Muziek luisteren, sporten en dansen kunnen bijvoorbeeld helpen om de spanning even kwijt te raken. Vaak helpt dit ook om de faalangstige gedachten (tijdelijk) los te laten.
Inzicht vergroten
Als de faalangstige persoon meer inzicht heeft in waarden en normen weet het vaak beter wat hoort en niet hoort. Wat is normaal om te doen? Wanneer maak je contact en hoe doe je dat dan? Als de leerling hier meer vanaf weet, wordt het zekerder en zal het makkelijker verlopen.Ook een goed inzicht in opdrachten b.v. op school of op het werk is belangrijk. De leerkracht kan samen met de leerling de opdracht extra doornemen en b.v. een stappenplan maken voor wat er moet gebeuren. Uiteindelijk kan de leerling zich aanwennen dit zelf te doen en zo steeds zekerder te worden over opdrachten die gemaakt worden.
Goede balans tussen geven en ontvangen
Help de faalangstige leerling een goed inzicht te krijgen in geven en ontvangen. Onderhoudt de leerling vriendschappen waarin het alleen maar investeert en niets terugkrijgt? Geeft de leerling in verhouding veel te veel? Of neemt het juist alleen maar?Wanneer deze balans in vriendschappen en andere relaties goed is zullen contacten prettiger verlopen. Praat hierover met de leerling, zodat deze zich er steeds meer bewust van wordt en er daardoor zelf wat aan kan veranderen.
Strategie van geleidelijkheid
Het faalangstige kind heeft veel behoefte aan zekerheid en duidelijkheid en hierop zal ingespeeld moeten worden. De onderwijssituatie moet worden aangepast, maar er moet ook in het kind zelf een verandering komen. De leerling moet door goede begeleiding geleidelijk aan tot meer zelfontplooiing kan komen. Het kind moet uiteindelijk de omgeving weer zelf leren hanteren. Door middel van de ‘strategie van geleidelijkheid’ krijgt het kind een positiever of positief zelfbeeld en wordt het meer zelfstandig. Hierdoor zal de leerling weer beter functioneren in de omgeving.Een voorbeeld van een leerling die faalangst vertoont met betrekking tot het praten in de klas. De strategie van geleidelijkheid houdt dan het volgende in:
- Fase 1: Het kind hoeft niets te vertellen maar mag alleen luisteren.
- Fase 2: Het kind krijgt vragen van de leerkracht die het met ja of nee beantwoordt.
- Fase 3: Het kind probeert een korte zin te zeggen (de leerkracht gaat de leerling niet uitdagen of verdere vragen stellen).
- Fase 4: Het kind probeert twee verschillende zinnen te zeggen.
Bij een wat oudere leerling kan deze opbouw met de leerling besproken en afgesproken worden. Zo weet de leerling waar het aan toe is en wat er van hem verwacht wordt. Het is belangrijk dat het zeer geleidelijk gaat en dat de leerling steeds op een positieve manier gestimuleerd wordt. Ook voor- en nabespreken is erg belangrijk voor de leerling en zorgt voor duidelijkheid.
Hiernaast zijn er ook veel adviezen te vinden die een leerkracht in een klas zou kunnen toepassen:
- Zorgen voor een goed pedagogisch klimaat
- Oppassen met negatieve opmerkingen
- Het kind / de kinderen positief stimuleren
- Stimuleren dat de leerlingen elkaar complimenten geven
- De kinderen leren kijken naar de positieve eigenschappen van henzelf
- De kinderen leren kijken naar de positieve eigenschappen van anderen
- De kinderen vaardigheden aanleren om problemen op te lossen
- Laten zien dat falen mag en daar op een goede manier op reageren
- Realistische, maar optimistische verwachtingen stellen
- Maak angst bespreekbaar in de groep
- Leerlingen geen vragen voor de klas laten beantwoorden, maar vanaf hun eigen plek
- Kijk toetsen zo snel mogelijk na en laat zo snel mogelijk de cijfers weten
- Help en begeleid de leerling, maar bouw de steun geleidelijk aan af tot normale proporties
- Zorg voor duidelijkheid, door b.v. een dagindeling op het bord te schrijven
- Zorg steeds voor duidelijkheid en structuur, b.v. wat moeten de leerlingen doen als ze klaar zijn?
- Geef faalangstige leerlingen waar mogelijk voorinstructie
- Bouw een vertrouwensrelatie op met de leerling en bespreek samen de angsten van de leerling
- Zoek met de leerling naar de verklaring voor succes of falen en benadruk vooral het eigen aandeel bij succes
- Leer het kind niet-helpende gedachten vervangen door helpende gedachten
- Dwing het kind niet, maar stimuleer en prikkel het op een positieve manier
- Overweeg en overleg met de ouders of het kind in aanmerking zou kunnen komen voor individuele begeleiding of een faalangsttraining in een groep
Verwante artikelen
- Het kiezen van een basisschool: Het merendeel van de ouders kiezen voor de dichtbijzijnde basisschool voor hun kind. En dat is logisch! Maar waarom niet eerst een beetje resarch? Je kind brengt hier wel 8 ja…
- Prestatie motivatie: In Nederland is het leveren van prestaties belangrijk. Het zit als het ware ingebakken in onze cultuur. We worden aangemoedigd te presteren op school en ons werk. Zelfs binnen sportveren…
- Het Dalton Onderwijs: Je kind gaat naar de basisschool. Er moet een belangrijke keuze gemaakt worden. Naar welke school gaat je kind en wat voor soort onderwijs wil ik het kind bieden. Er zijn zoveel verschi…
- Betoog het middelbaar onderwijs: Onderwerp van het betoog is dat er in het middelbaar onderwijs een verandering moet komen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat er door niet het juiste onderwijs
- Het Montessori Onderwijs: Je kind gaat naar de basisschool. Er moet een belangrijke keuze gemaakt worden. Naar welke school gaat je kind en wat voor soort onderwijs wil ik het kind bieden. Er zijn zoveel ver…

Reageer op het artikel "Faalangst in je klas, en dan?!"

Door Bilal op 06-12-2008
Ik vind dat dit artikel heel gunstig is voor zowel ouders als mentors. Zulke kwalitatieve opgebouwde artikelen vind je niet zo snel op het internet

