Politiek en Negerrechten

Paul Robeson Zijn strijd voor de Amerikaanse arbeiders

Paul Robeson (1898-1976) de bekende zwarte Amerikaanse zanger en acteur keert in 1939 terug in de Verenigde Staten. Hiermee beëindigt hij een verblijf in Groot-Brittannië van ongeveer tien jaar. De oorlogsdreiging in Europa is de reden om terug te keren naar de V.S. maar niet voordat hij de opnames van de film Proud valley heeft afgerond. In de Verenigde Staten groeit zijn populariteit gestaag tijdens de Tweede Wereldoorlog. Robeson zet zich in voor de belangen van zwarte Amerikanen.


Waarom ging Paul Robeson zich inzetten voor de zwarte arbeiders in de Verenigde Staten en vanaf wanneer? Volgens Charles H. Wright is deze vraag makkelijk te beantwoorden. In zijn boek Robeson: Labor’s forgotten champion geeft hij het antwoord. Robesons familie van moederskant had een rol gespeeld in de onafhankelijkheids oorlog met Groot-Brittannië (1775-1783) en later in de Underground Railroad. Robesons vader was via de underground railroad van een plantage in het Zuiden van de V.S. naar het Noorden gevlucht en had zich later bij het Noordelijke leger gevoegd wat uiteindelijk de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865) zou winnen. Op zich is dit genoeg historische bagage om een patriottistische vrijheidsstrijder te worden als je geloofd in genetische aanleg. Wright is echter niet de enige schrijver die naar de familie geschiedenis verwijst en het zal dus zeker een rol hebben gespeeld. Naar mijn idee zijn er vier belangrijkere redenen aan te geven waarom Robeson zich ging inzetten voor de zwarte arbeiders.

In zijn jeugd had hij meegemaakt dat het gezin waar hij uit kwam erg arm was vooral nadat zijn vader als predikant werd ontslagen. Deze ging echter niet bij de pakken neerzitten en ging met paard en wagen alle mogelijke klusjes aanpakken. Paul zelf moest ook al op jonge leeftijd aan het werk. Zo werkte hij onder andere in een steenfabriek, een hotel in de haven en op boten. Hij wist dus hoe het was om je als arbeider door het leven te moeten slaan. Daarbij had hij gemerkt dat het als zwarte arbeider nog moeilijker was. Hij werd opgevoed door zijn vader omdat zijn moeder al overleed toen hij zes jaar oud was. Zijn vader had gestudeerd en was predikant geworden en onder invloed van zijn vader en met de steun van de religieuze gemeenschap speelde hij het klaar om naast de baantjes ook zijn scholing te voltooien. Daarbij was hij een erg getalenteerde leerling en blonk hij ook uit op sportief en acteer gebied. In 1918 overleed zijn vader en ging Robeson in Harlem, New York wonen

In die tijd was Harlem the place to be op het gebied van de zwarte kunst, theater en literatuur. De Harlem Renaissance zoals deze periode genoemd werd was een hoopvolle periode waarin geloofd werd dat de verhoudingen tussen de rassen zouden verbeteren. Het was samenwerking tussen zwart en blank en dat maakte het zo hoopvol.In dit milieu ontwikkelde Robeson zich als zanger en acteur. Deze periode duurde tot eind jaren ‘20 en zakte weg door de negatieve sfeer en economische depressie na de beurskrach van 1919.

De zure conclusie voor de zwarten was dat zij in de jaren dertig merkten dat er eigenlijk niets veranderd was aan hun maatschappelijke positie. Al vanaf 1925 maakte Robeson verschillende buitenlandse tournees. Zijn verblijf in Groot-Brittannië en vooral Londen bevielen hem zo goed dat hij hier vanaf 1928 met zijn gezin ging wonen. In de tijd dat hij in Groot-Brittannië woonde kwam hij als populaire zanger en acteur makkelijk in contact met politici,en dan vooral de linkse Labor Party. Aan de andere kant bezocht hij ook mijnwerkers uit Wales, havenarbeiders en arbeiders uit de textiel industrie. Daar ontdekte hij dat de problemen die de arbeiders in de Groot-Brittannië hadden sterk leken op de problemen die zwarte en andere arbeiders in de V.S. hadden. Van 1937-1939 gaf hij vaak concerten om vakbonden te sponsoren en maakte hij de film Proud Valley. Hiervoor leefde hij ook enige tijd samen met de mijnwerkers uit Wales en ontdekte hij dat hun zware levensomstandigheden veel leken op die van de zwarte arbeiders op de katoenplantages in het zuiden van de Verenigde Staten.

Dezelfde problemen had hij dus aan beide kanten van de oceaan geconstateerd. De weg naar verbetering dacht hij gevonden te hebben in de Sovjet Unie. Na een eerste keer in 1934 volgde nog verschillende reizen naar dit land waar de arbeiders de gehele staat leken te dragen en daar de waardering voor kregen die hen toekwam. Sterker nog arbeiders van allerlei verschillende rassen kregen er volgens hem die waardering.

In het begin van de jaren ‘30 had Robeson een politiek bewustzijn maar zette hij zich nog niet actief in. Hij had het idee dat als hij als zwarte artiest een goede reputatie had dit voor alle zwarten goed zou zijn. Door zijn reizen en ervaringen veranderde dit beeld en toen Robeson in 1939 terugkeerde naar de V.S. waren zijn ideeën zo ver gerijpt dat hij er van overtuigd was dat hij zich actief politiek moest inzetten. De emancipatie en gelijkheidstrijd van de zwarte Amerikaan kon alleen gewonnen worden door actieve participatie, van die arbeider, in de vakbonden.

H2 Robeson en de vakbonden 1939-1949

Robeson zag de vakbonden en dan vooral de gemengde vakbonden die deel uitmaakten van de Congress of Industrial Organizations (CIO) als het middel voor de sociale veranderingen in de Verenigde Staten. Hij spoorde de zwarte arbeiders aan om lid te worden en zette zich zelf ook in voor vakbonden van de CIO. Ondanks zijn drukke schema van optredens en opnames maakte hij toch tijd vrij om mee te werken aan de campagnes van de CIO. Deze organisatie trok hem bijzonder aan omdat ze ook zwarte arbeiders als leden toestonden, ze ook communisten toestonden deel te nemen in de organisatie en leiding. Bovendien droeg de CIO een haast evangelisch beeld uit van arbeiders die vochten voor persoonlijke waardigheid en erkenning, iets wat Robeson ook nastreefde.

De vakbonden die aangesloten waren bij de CIO profiteerden dankbaar van de aandacht die Robeson als bekendheid genereerde. Hij was een goed en bevlogen spreker en verschillende liedjes die hij in zijn repertoire had zweepten de massa op. Als bekend werd dat hij een bijeenkomst zou bij wonen trok dit een veel groter publiek dan zonder hem. De vakbonden konden dan gebruik maken van zijn aantrekkingskracht om hun boodschap aan de massa over te brengen. Een groot aantal vakbonden ging zelfs zo ver dat ze hem erelid of lid voor het leven maakten. Niet alle vakbonden binnen de CIO verwelkomden hem echter zo hartelijk er waren er ook een aantal die geen zwarten toelieten en ook geen communisten.
Het kan geen kwaad om de slechte positie van de zwarte arbeider hier nog eens te benadrukken. Ondanks de grote economische groei in de eerste helft van de twintigste eeuw, bleef hun positie zeer slecht. De grote meerderheid van de zwarte bevolking in het Zuiden werkten op de katoenvelden en in de keukens van de blanken in het Noorden bleef het ook vaak beperkt tot huishoudelijk werk of eenvoudig handwerk. De Zwarte arbeiders werden uitgesloten van het modernisatie proces.

Robeson zat in de jaren 39-49 aan de top van zijn populariteit. Hij had de arbeiders dan ook niet nodig om zijn geld aan te verdien en trad meestal gratis of tegen een kleine vergoeding op. Vaak werd op deze manier ook geld bij elkaar gebracht om de kas van de desbetreffende vakbond te spekken. Voor Robeson waren de vakbonden wel een soort van bodem waarin hij zijn ideeën over gelijkheid en emancipatie in kon zaaien. Hoewel Robeson met zijn optredens veel succes had, kon hij zijn idealen maar moeilijk verwezenlijken. De Zwarte Amerikanen die in de oorlog voor vrijheid hadden gevochten, werden na 1945 niet met een warme douche onthaald. De banen die ze hadden waren vaak door anderen overgenomen en de discriminatie was niet minder geworden. Robeson zette zich extra in maar de stemming in de V.S. was aan het veranderen. De Sovjet–Unie, in de Tweede Wereldoorlog nog bondgenoot was langzaam in een vijand aan het veranderen en er ontstond een steeds sterker sentiment tegen alles wat communist was in de V.S. Robeson werd als voorstander van het communisme steeds meer een niet gewenst persoon. Verschillende vakbonden lieten Robeson vallen in 1948. Door zich met hem te verbinden namen ze een te groot risico, wat een bedreiging kon zijn voor hun organisatie. De leiders van de National Maritime Union en de Transport Workers Union, bij beide was hij erelid, weerden hem zelfs van hun bijeenkomsten.

H3 Robeson en de vakbonden 1949-1958

1949 was voor Paul Robeson een slecht jaar. Twee gebeurtenissen zorgden er voor dat hij al zijn krediet verspeelde. In beide gevallen had de pers er grote invloed op. In April 1949 werd in Parijs het World Congres of Partisans of Peace gehouden. De bijeenkomst werd tegelijkertijd in Parijs en Praag georganiseerd en was een vervolg op een bijeenkomst in Wroclaw, Polen een jaar eerder, algemeen doel was het bevorderen van de wereldvrede en sociale gelijkheid hiervoor werd in Parijs de World Peace Counsel in het leven geroepen met als voorzitter de Franse Nobelprijswinnaar F.J. Curie.
Robeson was een van de sprekers en samengevat zei hij dat arbeiders in Europa en zwarte arbeiders in de V.S. een andere strijd te voeren hadden dan die tegen het Communisme van de Sovjet-Unie. De tekst werd door de Amerikaanse pers echter anders weergegeven. Het leek alsof Robeson de Zwarte Amerikanen opriep om niet meer voor hun land te vechten, mocht er een oorlog uitbreken, en hij zou de Overheid van de V.S. zelfs met het Nazi-regime hebben vergeleken. De impact van de door de Associated Press doorgegeven tekst was enorm. Leiders van Afro-Amerikaanse organisaties en vakbonden en lieten weten dat Robeson alleen voor zichzelf sprak en dat zij zijn opmerkingen verwierpen.

In Augustus van 1949 zou Robeson een concert geven in Peekskill, New York. Dit plaatsje was al een tijd populair bij linkse organisaties om congressen te houden en de plaatseljke bevolking stond dit steeds meer tegen. Toen bekend gemaakt werd dat Robeson op zou treden ontstond er grote onrust en zelfs de plaatselijke krant riep op tot verzet. Het Concert dat op 27 augustus zou plaatsvinden ging niet door. Wegen werden geblokkeerd en bezoekers werden lastig gevallen. Robeson keerde halverwege terug omdat de situatie te gevaarlijk was. Het Concert werd nu gepland voor 4 september en zou beveiligd worden door leden van linkse vakbonden. Het ging allemaal goed tot na het concert, toen de bezoekers wilden vertrekken braken er rellen uit. Aanwezige politie greep niet of nauwelijks in en er waren 215 gewonden. De Amerikaanse pers gaf het weer alsof de rellen waren ontstaan door totalitaire communisten. Het concert van Robeson was echter niet de enige bijeenkomst waar problemen waren steeds meer (vermeende) communistische bijeenkomsten werden verstoord en leiders lastig gevallen.

Vanaf 1950 was Robeson niet langer welkom bij de meeste arbeiders organisaties, werd hij buiten de algemene media gehouden en werden zijn optredens geweigerd door gemeentebesturen en zaalverhuurders. De anticommunistische stemming die door het uitbreken van de Koreaanse oorlog (1950-1953) nog werd versterkt maakte normaal functioneren voor Robeson niet langer mogelijk. Slechts een klein groepje vakbonden bleef hem steunen en daar kon hij zijn stem en ideeën nog laten horen. Deze vakbonden of soms zelfs alleen maar afdelingen van bonden hadden vaak een groot aantal leden dat tot een minderheid in de V.S. behoorde. Bonden met veel Zwarte, Joodse, Zuid-Amerikaanse of Aziatische leden bleven hem trouw.

Paul Robeson wachtte niet af totdat hij helemaal nergens meer zijn ideen kon verspreiden. Hij richtte samen met een groepje Zwarte arbeiders en bondsbestuurder de National Negro Labor Council (NNLC) op. Deze organisatie verzette zich tegen de uitsluiting van Zwarte arbeiders uit hogere functies. En steunde hen in pogingen om tot de vakbondsleidingen door te dringen. Robeson zag in de doelstellingen van de NNLC de manier om de V.S. tot meer democratie en sociale gelijkheid te komen. De NNLC was tot op zekere hoogte succesvol, door haar inspanningen werden er Zwarte werknemer aangenomen op plaatsen voor geschoolde arbeiders. De organisatie was echter niet bestand tegen de toenemende druk en agressie ten opzichte van alles wat links was in de jaren 50. Uiteindelijk werd in 1956 de NNLC tot een “Communist Front Organization” uitgeroepen door de Amerikaanse overheid. Bij gebrek aan middelen om een rechtszaak te voeren werd de organisatie opgeheven.

Conclusie

Geen paspoort, geen optredens, geen eigen arbeidersorganisatie geen platform om ideeën uit te dragen, tussen 1956 en 1958 staan de activiteiten van Robeson op een laag pitje. Als hij in 1958 zijn paspoort terug krijgt is hij dan ook gauw vertrokken uit de V.S. Robeson is aangeslagen en zijn bemoeienis met de Amerikaanse arbeiders beweging is klein in de jaren na 1958. Vanaf 1963 is zijn gezondheid erg slecht en in 1976 overlijd hij.

Paul Robeson en zijn strijd voor de Amerikaanse arbeiders is geen verhaal met een happy end. De hoofdpersoon gaat in de strijd ten onder en is de uiteindelijke verliezer.

Welke rol speelden de Amerikaanse vakbonden rol in het leven van Paul Robeson als hij van 1939 tot 1958 in de Verenigde Staten verblijft en waarom is hij belangrijk voor hen vroeg ik in de inleiding? Voor Robeson waren de vakbonden het belangrijkste middel om de emancipatie van de arbeider en vooral van de zwarte arbeider tot stand te brengen. Als succesvolle bekende Zwarte Amerikaan wordt hij eerst door een aantal me gejuich binnengehaald. Als hij zich later politiek onmogelijk maakt of in sommige opzichten door de pers wordt zwart gemaakt. Keren zij zich van hem af en rest hem nog een kleine groep aanhangers. Waar eerst de vakbonden Robeson nodig hadden, heeft hij in een tweede periode de vakbonden als enige over om zijn ideeën uit te dragen. Zij speelden dus een grote rol in zijn leven maar helaas speelden ze niet de rol waar hij zo op gehoopt had. De wens die Robeson uitspreekt in het citaat op de titelpagina kwam niet uit en is nog steeds niet uitgekomen.
© 2007 - 2009 Leodederde, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op 30-08-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Leodederde is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Duberman, M.B., Paul Robeson (New York 1988)
  • Fariello,G., Red Scare. Memories of the American Inquisition. An Oral History (New York Londen 1995)
  • ‘Daily World’ 8 april 1951, 1935 In: P.S.Foner, Robeson Speaks (New York 1978)
  • Haynes, J.E., Red Menace or Red Scare? (Chicago 1996)
  • Jones,J., A Social history of the laboring classes, from colonial times to the present (Malden , Oxford1999)
  • Naison, M.D., ‘Paul Robeson and the American Labour Mouvement’ in: J.C. Steward, Artist and citizen (New Brunswick enz. 1998)
  • Wright, C.H., Robeson, Labors forgotten hero (Detroit 1975)
  • Watson, P., Grondleggers van de moderne wereld ( Utrecht 2001)
  • http://www.wpc-in.org/website.htm

Reageer op het artikel "Paul Robeson Zijn strijd voor de Amerikaanse arbeiders"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.