Izz ad-Din al-Qassam: naamgever gewapende tak van Hamas

De effecten van de steeds groter wordende Europese invloed in het Midden-Oosten, gebroken beloften aan de Arabieren aan het eind van de Eerste Wereldoorlog en in Palestina de voortschrijdende kolonisatie door de door de Britten gesteunde zionisten, leverden het explosieve mengsel dat eind jaren dertig van de 20e eeuw tot ontploffing zou worden gebracht. Sjeikh Izz ad-Din al-Qassam streefde een sociale orde na binnen het raamwerk van traditie, islam en een nieuwe nationale ideologie.
Izz ad-Din al-Qassam (voluit: Izz ad-Din Ibn Abd el-Qader Ibn Moestafa Ibn Joesoef Ibn Mohammed al-Qassam) werd in 1871, 1880 of 1882 geboren in een dorp in de buurt van Latakia (Syrië). Hij studeerde aan de beroemde al-Azhar Universiteit in Kairo, volgens sommigen onder Mohammed Abdoeh. Hier zou hij ook in contact zijn gekomen met Rasjied Rida, (voor deze hervormers van de islam zie Panislamisme en vroeg Arabisme rond 1900). Na zijn studie kon al-Qassam zich sjeikh noemen.

Vroeg activisme

In 1912 riep al-Qassam een heilige oorlog uit tegen Italië dat Noord-Afrika was binnengevallen. Hij rekruteerde zo’n 250 vrijwilligers die in Libië zouden gaan vechten. Het lukte echter niet de strijders te verschepen. De Ottomaanse autoriteiten riepen de strijders terug, omdat een nieuwe regering haar aandacht op de problemen op de Balkan richtte en daartoe afspraken met Italië had gemaakt.

In 1919-1920 vocht hij met een guerrillagroep in het gebied van de alawieten tegen de Franse bezetting van Syrië. In 1921 speelde hij een prominente rol in de Syrische opstand tegen de Fransen. Voor zijn activiteiten veroordeelden de Fransen hem bij verstek ter dood. Nadat het Syrische verzet was onderdrukt, vluchtte hij naar Haifa, Noord-Palestina, dat onder Brits mandaatsbestuur stond.

Alawieten
Islamitische sekte, vooral woonachtig in Syrië en Libanon. De geloofsleer en de rituelen vertonen overeenkomst met die van de druzen. Lange tijd werden de alawieten als afvallige moslims beschouwd, of zelfs als heidenen. Vanaf de 20e eeuw zoeken de alawieten aansluiting bij de meer orthodoxe sjiieten (de overgrote meerderheid van de bevolking in Iran, de meerderheid in Irak en een omvangrijke minderheid in Libanon) en worden zij als moslim erkend. Het Syrische regiem bestaat voor een groot deel uit alawieten. Hierdoor is hun positie in dit overwegend soennitische land omstreden.

Onder het Franse mandaat genoten de alawieten en druzen een aparte status. De Fransen hoopten hiermee nationale Syrische gevoelens tegen te gaan.

Zie ook De Alawieten in Syrië.

Palestijnse jaren

Na zijn vlucht naar Palestina ontwikkelde al-Qassam’s politieke strijdbaarheid zich verder onder de specifieke Palestijnse omstandigheden. In Palestina had de bevolking niet alleen te maken met het bestuur van een Europese mandataris (Engeland), maar ook met het zionisme, de beweging die erop uit was een joodse staat in Palestina te stichten.

Istiqlaal-moskee in Haifa (in 1979 heeft de Egyptische president Sadat hier gebeden)
Istiqlaal-moskee in Haifa (in 1979 heeft de Egyptische president Sadat hier gebeden)
In 1921 werd al-Qassam onderwijzer aan een moslimschool, een jaar later werd hij door de Supreme Muslim Council benoemd tot prediker aan Haifa’s nieuwe Istiqlaal-moskee. In 1929 werd hij bij de islamitische rechtbank van Haifa benoemd tot ambtenaar belast met het vastleggen van huwelijken (ma’dhun).

Tijdens zijn jaren in Palestina ging al-Qassam er een steeds puriteinsere, salafistische levenswijze op nahouden. Ook voorzag hij zijn preken van nationalistische retoriek. Dit sprak met name jongeren uit de middenklassen aan die in toenemende mate kritisch stonden tegenover het traditionele Palestijnse leiderschap dat in hun ogen te veel vertrouwde op politiek en diplomatiek overleg met de Britse bezetter. Daarnaast was al-Qassam nauw betrokken bij de minder bedeelden, zoals boeren die van hun land waren gezet en van wie velen nu in moeilijke omstandigheden in de steden leefden.

Opbouw van het verzet

Op grond van zijn functie van ma’dhun reisde al-Qassam veel door het land, met name door het noorden van Palestina. Veel mensen met wie hij in contact kwam, hadden een grote bewondering voor hem. Hij bouwde een grote schare volgelingen op, met name in de noordelijke steden Haifa en Akka en in de dorpen rond Nazaret en Jenin. Meer traditionele leiders vreesden zijn groeiende invloed, en drongen aan op zijn ontslag als prediker. Dit was immers de functie waarin hij de meeste invloed over mensen uitoefende.

al-Qassam liet zich dus niet alleen leiden door het geloof. Hij ontwikkelde ook revolutionaire politieke ideeën. Hij was er een voorstander van dat de Palestijnse bevolking gewapend in opstand zou komen tegen de Britse autoriteiten. Het was zijn overtuiging dat Engeland hoofdverantwoordelijk was voor de successen die de zionistische beweging in Palestina boekte.

Hij begon echter niet direct met het gewapende verzet. Hij wilde dat de Palestijnen eerst goed georganiseerd waren. Daartoe was hij in 1928 medeoprichter van de Young Men’s Muslim Association, een van de organisaties die de Palestijnen moest voorbereiden op de opstand. De verschillende groepen begonnen wapens in te zamelen, jongeren te trainen en tussen 1931 en 1933 vielen zij al enkele joodse nederzettingen aan. Via de YMMA smeedde al-Qassam banden met de stedelijke nationalistische beweging.

al-Qassam zocht in deze tijd ook contact met al-hajj Amin al-Hoesseini (in mei 1922 benoemd tot moefti van Jeruzalem en kort daarna tot president van de Supreme Muslim Council) met het voorstel dat hij – al-Qassam – in het noorden van Palestina een opstand te ontketenen, terwijl hajj Amin tegelijkertijd een opstand in het zuiden zou beginnen. al-Hoesseini wees het plan af, omdat hij de voorkeur gaf aan politieke actie boven militaire. al-Qassam liet zich door deze afwijzing niet uit het veld slaan; hij ging door met het organiseren van geheime cellen onder de armste groepen van stedelijke arbeiders en boeren.

1935

Halverwege de jaren dertig kwam al-Qassam tot de conclusie dat de politiek van de stedelijke nationalistische leiders tot niets leidde en hij zette (verder) in op een gewapende opstand. Hij beschikte echter over slechts 200 volgelingen – zonder wapens en ongetraind. Hoewel hij op grond daarvan in eerste instantie de tijd nog niet rijp achtte in actie te komen, vond er in 1935 een aantal ontwikkelingen en gebeurtenissen plaats die hem van gedachten deed veranderen.

De toenemende verslechtering van de omstandigheden, met name op het platteland (Palestina 1900-1935: toenemende ontwrichting), ging gepaard met groeiende sociale onrust. In januari 1935 vielen Palestijnen die van hun land waren verdreven door zionistische kolonisten, de politie aan met stenen. De politie antwoordde met geweervuur, waarbij één Palestijn om het leven kwam. In augustus viel een groep boeren een aantal joden aan die het land aan het bewerken waren dat de boeren als het hunne beschouwden. Ook deze confrontatie leidde tot de dood van een Palestijn. Dit alles in een jaar van ongekende zionistische immigratie: in 1935 arriveerden meer dan 60.000 joodse immigranten in Palestina. De lokale bevolking wist inmiddels wat dat voor haar betekende.

In oktober onderschepten de Britse autoriteiten een grote zending wapens die voor de ondergrondse zionistische strijdgroepen was bestemd. In een lading met cement bestemd voor Tel Aviv troffen de havenautoriteiten in Jaffa onder andere pistolen, bajonetten en munitie aan. De zending maakte volgens later onderzoek deel uit van een hele reeks zendingen waarmee een leger van enkele duizenden mannen kon worden bewapend. Op 26 oktober gingen Arabische arbeiders in de haven van Jaffa in staking – hun banen werden al snel ingenomen door joodse immigranten.

De druk vanuit de Palestijnse bevolking op het stedelijke leiderschap om wat te doen nam toe. Overleg met de Britse autoriteiten had alle voorgaande jaren vrijwel niets opgeleverd.

Begin van het actieve verzet

al-Qassam besloot de opstand niet langer uit te stellen. Hij verliet Haifa met een aantal van zijn mannen en trok zich terug in de zuidelijke heuvels van Galilea. Zij verklaarden de oorlog aan het Britse imperialisme en eisten de verdrijving van de buitenlanders (de zionisten). Bij een poging wapens te stelen in een Britse politiepost werden zij betrapt. Op hun vlucht doodden zij een Britse agent van joodse afkomst, brigadier Rosenfeld.

Een andere verklaring voor al-Qassam’s vertrek uit Haifa is dat hij ervan overtuigd was dat door zijn politieke activisme zijn arrestatie door de autoriteiten nog slechts een kwestie van tijd was. Om de geheime organisatie die hij de afgelopen jaren met zoveel zorg had opgebouwd, niet in gevaar te brengen, besloot hij met slechts de mannen die het openlijkst met hem in relatie stonden, uit te wijken.

Op 21 november 1935 werden al-Qassam en zijn mannen ontdekt in een grot ten westen van Jenin (in het noorden van de huidige Westoever). In het vuurgevecht met de Britse politie werden al-Qassam en enkele van zijn medestanders gedood. Zijn dood was een schok voor een groot deel van de Palestijnse bevolking. Duizenden woonden zijn begrafenis in Haifa bij. De Arabische pers prees hem als een nationale held. In het hele land werd hij gezien als martelaar.

Vijf maanden later zou een groep strijders onder de naam Ikhwan al-Qassam (de Qassam-broederschap) onder leiding van een van al-Qassam’s metgezellen een groep joodse reizigers aanvallen waarbij twee doden vielen. Ook andere groepen van Qassamisten probeerden de gewapende strijd voort te zetten. De grote opstand van 1936-39 was begonnen.

Onder andere door de activiteiten van al-Qassam in de jaren twintig en dertig was een deel van het stedelijke leiderschap zich onverzoenlijker gaan opstellen tegenover de Britse autoriteiten en het zionisme. Toch kan de grote opstand, in ieder geval het ontstaan ervan en de beginperiode, slechts gedeeltelijk worden toegeschreven aan de traditionele politieke structuren. De opstand was weliswaar wijdverbreid, kostte duizenden mensen het leven en hield een grote Britse troepenmacht bezig, toch was zij in de kern vooral een min of meer spontane boerenopstand.

Hamas en de Izz ad-Din al-Qassam Kata’eb

Koran en geweer: "de brigades van de martelaar Izz ad-Din al-Qassam"
Koran en geweer: "de brigades van de martelaar Izz ad-Din al-Qassam"
De beweging van al-Qassam wordt door de Palestijnen met trots aangehaald. De Palestijnse seculiere verzetsbewegingen refereren vaak aan de beweging en aan de persoon al-Qassam.

Tientallen jaren na de dood van al-Qassam werd zijn naam verbonden met de militaire tak van het in 1988 opgerichte Hamas: de Izz ad-Din al-Qassam Kata’eb (brigades). Hamas in een politieke, culturele en sociale organisatie waarvan de verschillende onderdelen zoveel mogelijk in de openbaarheid functioneren. Alleen de militaire organisatie, die zich richt op gewapend verzet tegen de Israëlische bezetting, heeft zijn eigen leiding en rekruteert zijn eigen leden.

Om strategische redenen zijn de politieke en militaire leiding van Hamas en de al-Qassam-brigades strikt gescheiden. Dit neemt niet weg dat de brigades strak worden aangestuurd. Het is de politieke leiding die besluit of gedurende een bepaalde periode militaire operaties moeten worden uitgevoerd of juist niet. Dergelijke politieke besluiten worden vervolgens naar de brigades doorgesluisd. Het politieke leiderschap is niet op de hoogte van specifieke operationele zaken van de brigades.

Traditionele boerenopstand of nationalistische opstand?

De grote Palestijnse opstand van 1936 tot 1939 was in wezen een boerenopstand die door traditionele leiders van het platteland in gang was gezet en werd gedragen. Hierbij kan de vraag worden gesteld of de leiders hun inspiratie uit traditionele, conservatieve overwegingen haalden of dat zij ook waren geïnspireerd door moderne vormen van nationalisme.

De ontwikkelingen in Palestina vanaf de tweede helft van de 19e eeuw hadden een proces in gang gezet waarin de traditionele plattelandsnotabelen, zoals de sjeikhs, veel van hun machtsbronnen verloren aan de stedelijke elites. Maar hun status en prestige verdwenen niet helemaal. Cultuur verandert nu eenmaal langzamer dan economische omstandigheden.

De geleidelijke overgang van een landbouw die er vooral op was gericht voor de eigen, lokale behoeften te produceren, naar een markteconomie, verkleinde de afstand tussen platteland en stad. Moderne ideeën vonden hun weg naar het platteland. Mensen als Izz ad-Din al-Qassam met hun contacten met de stedelijke nationalistische leiding waren hier instrumenteel in.

De boodschap van de al-Qassam-opstand en de daarop volgende grote Palestijnse opstand aan de Britse bezetter was dat de oppositie tegen de bezetting niet alleen werd gedragen door nationalistische stedelijke intellectuelen en notabelen. Het verschil was dat de stedelijke nationalisten geen voorstander van geweld waren. De boerenopstand was aanvankelijk geïnspireerd door de tradities van het platteland en de godsdienst, maar nam allengs meer elementen van de nationalistische ideeën over.

Ondanks de groei van het nationalistische bewustzijn bleef ook het regionalisme, de gerichtheid op de eigen gemeenschap, lange tijd na de Ottomaanse tijd een rol spelen. De onderlinge rivaliteiten tussen de leidende families en de actieve inzet van het Britse bestuur om echte eenheid tegen te gaan waren andere factoren die ertoe bijdroegen dat de verschillende lokale opstanden slechts moeizaam versmolten tot één grote opstand.

Rebellen en bandieten

al-Qassam werd door de Britten louter als puriteinse en fanatieke prediker neergezet. Dit is echter in tegenspraak met zijn sterke verbondenheid met de nationale strijd, zoals ook zionistische leiders inzagen. Als zijn motieven alleen voortkwamen uit een sterke afkeer van Europees-christelijk bestuur en wellicht ook anti-joodse gevoelens, blijft de vraag over hoe hij een martelaar kon worden voor het Palestijnse, seculiere nationalisme.

In de persoon van sjeikh Izz ad-Din al-Qassam komt een mengeling van sociaal werk, religieuze hervorming en politiek activisme samen. In hem wordt het spanningsveld tussen traditie en modernisering in het Arabische Midden-Oosten duidelijk, waarmee de regio vanaf de tweede helft van de 19e eeuw worstelde – in feite spelen deze zaken bij Hamas dezelfde rol.

Natuurlijk kan de boerenopstand niet geheel zwart-wit worden bekeken als een van nobele plattelanders tegen de Britse bezetting en zionistische kolonisatie van het land. Deels ging het om rebellen die een traditionele vorm van boerenverzet tegen bestuurlijke centralisering en buitenlandse overheersing lieten zien, maar die niet immuun waren voor de moderne nationalistische ideologie. En deels ging het ongetwijfeld om bandieten die zich lieten leiden door de vooruitzichten op buit die te behalen was in deze tijden van onrust.

Guerrillagroepen van boeren kunnen bestaan uit zowel opstandelingen als bandieten. Evenzo kan een fanatieke prediker tegelijkertijd een onbaatzuchtige nationalist zijn.

Voor een breder perspectief waarin dit artikel kan worden geplaatst, zie de special Het Midden-Oosten in westerse invloedssfeer: 1800-1935.
© 2010 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Geschiedenis Joodse volk 11 (Palestina en Zionisme) Het huidige Israël werd eeuwenlang door vreemde machthebbers bestuurd…
Hamas in Gaza-strook: een nieuw islamitisch staatje Sinds kort heeft Hamas de macht in de Gaza-strook van Fatach (belangr…
Zionisme 8: Onder het Mandaat Palestina Het succes van het Zionisme speelde zich zowel af op de grond als in de politieke…
Zionisme 10: Strijd tegen Arabieren/Britten en de Holocaust Vanaf het begin van het Britse Mandaat was er Arabische oppos…
Zionisme 4: Theodor Herzl en de stichting van het Zionisme In het laatste deel van de 19de eeuw werd Zionisme getransform…

Reageer op het artikel "Izz ad-Din al-Qassam: naamgever gewapende tak van Hamas"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Dreus
Rubriek: Mens en Samenleving / Politiek
Schrijf mee!