Palestina 1900-1930: toenemende ontwrichting
Met het verdwijnen van het Ottomaanse Rijk en het instellen van Britse en Franse mandaten over Palestina en de rest van Groot-Syrië hadden het Ottomanisme en Arabisme hun geografische basis voor loyaliteit verloren. Het verzet van de lokale bevolking tegen de Europese penetratie gaat zich uiten in lokale varianten. De variant in Palestina werd in hoge mate gevormd door het verzet tegen het zionisme.Gevolgen van de commercialisering van de landbouw
Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw gingen de Europese penetratie en de daarmee gepaard gaande commercialisering van de economie de traditionele Palestijnse samenleving steeds verder ondermijnen. Aan Palestijnse zijde kwam de commercialisering van de landbouw vooral ten goede aan de stedelijke, landbezittende notabelen en de opkomende handelsklasse (deze klasse was deels voortgekomen uit de vertalers die door buitenlandse handelaren onder de Ottomaanse capitulaties in dienst waren genomen en later voor zichzelf waren begonnen).De lokale elite slaagde erin veel land te verwerven en daarmee haar rijkdom en macht te vergroten. Naast Europese en lokale handelaren wisten ook de zionistische kolonisten te profiteren. Deze laatsten waren echter niet alleen uit op het maken van winst, het was hun doel een joodse staat in Palestina te vestigen en daarvoor moesten zij zoveel mogelijk van het land in bezit zien te krijgen.
De lokale Palestijnse boeren waren de grote verliezers. Aanvankelijk konden zij zich nog enigszins handhaven als pachter of arbeider voor landbezittende stedelingen op het land waarover zij daarvoor nog rechten bezaten. In de begindagen van het zionisme vonden landloos geworden boeren ook vaak nog werk op de joodse plantages. Met de komst vanaf 1905 van ‘socialistische’ zionisten was dat afgelopen.
Joden en zionisten
Joden waren geen vreemden in de Palestijnse samenleving. Er waren oude joodse gemeenschappen in Jeruzalem, Hebron, Sfad en Tiberias. Maar de zionisten bleken anders te zijn. De nieuwe joodse immigranten bezagen de Palestijnen als indringers en als onproductieve boeren en herders die land in bezit hielden dat hoe dan ook de joden toebehoorde.Met de groeiende joodse immigratie en kolonisering van het land en het steeds openlijker joodse nationalisme van de zionisten werd het de lokale bevolking geleidelijk duidelijk welk gevaar de zionisten voor hen vormden. In Palestijnse ogen waren de zionisten agenten van het Europese kolonialisme die hun middelen van bestaan voor zichzelf opeisten.
De zionisten beschouwden land op de Europese manier, enige kennis van, laat staan gevoel voor, de cultuur van het gebied waarin zij zich vestigden, was hun vreemd. Eigendom was alleen eigendom als dat op een westerse manier juridisch geschraagd was. Vanuit dat standpunt hadden de boeren het land nooit in bezit gehad: eeuwen waarin zij de grond hadden bewerkt, waren ondergeschikt aan juridische documenten. De landbezitters – zij op wier naam het land stond en vaak woonachtig ver buiten de lokale gemeenschappen – verkochten het land voor hoge prijzen.
De Palestijnen, met name de boeren, traden de zionistische aanwezigheid vanaf de eeuwwisseling naar de 20e eeuw steeds meer met boosheid tegemoet. Er verschenen steeds vaker antizionistische artikelen in de Arabische pers. Als landverkopende partij moest de stedelijke, landbezittende elite echter ook met deze boosheid rekening houden, omdat de basis van hun politieke invloed nog steeds was gelegen in de lokale samenlevingen. Palestijnse afgevaardigden in het Ottomaanse parlement drongen dan ook aan op beperking van de joodse immigratie en landverkopen aan joden.
Leidende families in Jeruzalem
an-nebi moesa
Aan het eind van de 19e eeuw werd de lokale politiek gedomineerd door een aantal Jeruzalemse families, zoals de Khalidi’s (een oude invloedrijke familie) en vooral de Hoesseini’s (die aan het eind van de 18e eeuw invloedrijk werden toen zij weer de positie van moefti – een hoge religieus leider – verwierven) en de Nasjasjibi’s (die er in slaagden veel land te verwerven). Omdat religieuze en overheidsbanen vooral in handen van deze families waren geconcentreerd en omdat zij het grootste deel van het platteland controleerden, waren zij in staat de Europese handelaren en zionisten te weerstaan en hun macht en rijkdom te behouden en zelfs uit te breiden.
Met het aantreden van het Britse bestuur over Palestina in 1917 moesten de Hoesseini’s en Nasjasjibi’s hun politiek leiderschap veiligstellen om hun economische belangen te beschermen. Omdat hun macht voor een groot deel werd bepaald door de relaties die zij onderhielden met de plattelandsgemeenschappen, konden zij niet instemmen met het idee van een joods nationaal tehuis in Palestina.
Maar ook nu uitten de notabelen hun onvrede over de Britse politiek en zionistische kolonisatie op omfloerste wijze. Zij wilden de nieuwe machthebbers niet tegen de haren in strijken. De notabelen wilden door de lokale bevolking gezien worden als degenen die de wrok van de boeren vertegenwoordigden, terwijl zij tegelijkertijd hun leiderschap onder Brits bestuur in stand wilden houden. Eigenlijk was er weinig veranderd sinds Ottomaanse tijden.
Relaties met het platteland
Tussen de stedelijke elite en de boeren stonden in het verleden de sjeikhs. In de loop van de tweede helft van de 19e eeuw hadden die veel van hun macht aan stedelijke families verloren, maar zij hadden veelal wel hun sociale status in de dorpen weten te behouden. Het verlies aan macht hadden sommigen weten te beperken door zich te associëren met de stedelijke elite en geldschieters.Hoe het ook zij, waar het traditionele systeem van periodieke herverdeling van het land (het zogenoemde musha-systeem) werd uitgehold, kwam ook de basis voor de sociale, politieke en economische relaties binnen de dorpen onder druk te staan. Boeren verloren hun land en werden loonarbeider of pachter of zij vertrokken naar de steden in de hoop daar werk te vinden. De achterblijvers stonden nu in een rechtstreekse afhankelijkheidsrelatie met de steden.
Toch ontstond er enige manoeuvreerruimte voor de lokale bevolking. Jeruzalem was dan wel onbetwist de belangrijkste stad in Palestina en wie Jeruzalem domineerde, domineerde het land, maar met hun onderlinge rivaliteit ondermijnden de leidende families hun eigen positie. Zij waren vaak meer bezig met zichzelf en hun concurrenten dan dat zij opkwamen voor de mensen die van hen afhankelijk waren.
Toenemende druk als gevolg van het zionisme
De Hebreeuwse tekst luidt: "Verdrijf de joodse arbeider niet" (1934)
Aan de andere kant groeide de stedelijke economie. Landloze, verarmde boeren trokken naar de steden en zo ontstonden onder andere rond Haifa de beruchte krottenwijken ('tin towns'). Stedelijke families als de Hoesseini’s en Nasjasjibi’s breidden hun activiteiten uit naar de industrie, handel en het geldwezen. Landbezit was echter nog steeds hun belangrijkste bron van inkomsten en van hun politieke macht. In de dorpen lag ondanks alles nog steeds de basis voor de steun voor hun politieke activiteiten.
Nationalisten
an-nebi moesa, april 1924
Het verdwijnen van het Ottomaanse Rijk en de Britse en Franse bezetting van het Midden-Oosten leidden tot meer regionale vormen van nationalisme. Naarmate de grenzen tussen de mandaatsgebieden niet langer een te ontkennen realiteit waren, ging het Arabisch nationalisme plaatsmaken voor iets wat Palestijns nationalisme kan heten. Zo kon het gebeuren dat de an-nebi moesa-festiviteiten van 1920 veranderden in (Palestijns) nationalistische demonstraties en rellen, waarbij in Jeruzalems oude stad ook joden – als zondebokken voor het Europese kolonialisme – werden aangevallen. an-Nebi Moesa leidde ook in latere jaren rellen.
De Muslim-Christian Association en de Arab Executive
De ontwikkeling van een afzonderlijke Palestijnse politieke identiteit werd in het begin gekanaliseerd in een aantal organisaties die met steun van de Britse autoriteiten waren gevormd. De Muslim-Christian Association (MCA) en de Arab Executive (AE) werden geleid door gematigde Palestijnen, zoals Moesa Kazim al-Hoesseini.De organisaties speelden weliswaar een leidende rol in het verzet tegen de Britse pro-zionistische politiek, maar zij namen tegelijkertijd de jonge radicale aanhangers van het Arabisch nationalisme veel wind uit de zeilen. Het was hun politiek te dreigen met militante acties, maar deze dreiging zelden om te zetten in daden.
Omdat de MCA en AE hun macht voor een groot deel ontleenden aan de politieke en religieuze bureaucratie, konden zij het zich niet veroorloven de Britten te veel van zich te vervreemden. In de Palestijnse politiek zou het hele decennium een spanningsveld blijven bestaan tussen enerzijds de politici die tot een soort van vergelijk met de Britse machthebbers wilden komen en aan de andere kant de activisten die een eind wilden maken aan de bezetting. Tot 1929 zouden de gematigden de boventoon voeren.
De meeste mannen op de foto werden lid van de istiqlaal-partij (Onafhankelijkspartij). Deze pan-Arabische partij , gesticht in 1932, riep het Palestijnse leiderschap op zich te richten op verzet tegen de Britse bezetting. Een van de leden was Ahmed Sjoekeiri, de eerste voorzitter van de PLO (1964).
al-hajj Amin al-Hoesseini en de Supreme Muslim Council
Mei 1922 werd al-hajj Amin al-Hoesseini door de Britten benoemd tot moefti van Jeruzalem. Hij zou in deze rol uitgroeien tot een omstreden maar machtig speler in de Palestijnse nationalistische politiek. al-Hoesseini was lid van een belangrijke religieuze familie die afstamming van de profeet claimde. Met zijn benoeming tot president van de Supreme Muslim Council (SMC) verwierf hij een positie waarin hij vrijwel absolute zeggenschap had over de moslimzaken in Palestina.De Britten steunden een islamitische organisatie die het hele land bestreek. Zij wilden hiermee enig tegenwicht bieden tegen de invloed die de zionistische beweging op het land had.
al-Hoesseini gebruikte de SMC niet alleen voor zijn religieuze taken, maar zette hem ook in als basis voor de nationalistische organisatie. Als leidend figuur in de an-nebi moesa-festiviteiten verkreeg hij nationale en religieuze status waardoor hij zich kon afficheren als degene die het op de islam gebaseerde Palestijnse nationalisme uitdroeg.
De Nasjasjibi’s waren de belangrijkste tegenstrevers van de Hoesseini’s: zij leverden de burgemeester van Jeruzalem, hadden belangrijke posities in de AE en uitgestrekte landerijen. Het Britse bestuur had invloed op de MCA, AE en SMC en had zodoende de middelen in handen om de Arabische aspiraties te ‘sturen’ en door de rivaliteiten tussen de Hoesseini’s en Nasjasjibi’s uit te spelen kon het de effectiviteit van de organisaties binnen de perken houden.
Het platteland
De rivaliteit tussen de stedelijke families werd vertaald naar het platteland. Het gevolg hiervan was dat de boeren die toch al veel te lijden hadden van de economische malaise die onder andere was veroorzaakt door diezelfde families, zich meer en meer gingen afkeren van hun leiders. Zij gingen meer handelen in hun eigen belang en richtten zich daarbij op lokale religieuze figuren die hun problemen deelden.Hierdoor ontstond ruimte voor lokale opstandige bewegingen.
Voor een breder perspectief waarin dit artikel kan worden geplaatst, zie de special Het Midden-Oosten in westerse invloedssfeer: 1800-1935.
© 2010 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Zionisme 1: Wanneer het begon. Liefde voor Zion in Jodendom Zionisme was een natuurlijk product van het Joodse volk. Het…
Zionisme 8: Onder het Mandaat Palestina Het succes van het Zionisme speelde zich zowel af op de grond als in de politieke…
Zionisme 9: De Zionisten en de Arabieren Toen Joden begonnen te denken aan terugkeer naar Israël in het begin van de 19de…
Zionisme 3: Eerste zionisten en begin hedendaagse Israël De moderne formulering van het Zionisme werd gescheiden van…
Gerelateerde artikelen
Geschiedenis Joodse volk 11 (Palestina en Zionisme) Het huidige Israël werd eeuwenlang door vreemde machthebbers bestuurd…Zionisme 1: Wanneer het begon. Liefde voor Zion in Jodendom Zionisme was een natuurlijk product van het Joodse volk. Het…
Zionisme 8: Onder het Mandaat Palestina Het succes van het Zionisme speelde zich zowel af op de grond als in de politieke…
Zionisme 9: De Zionisten en de Arabieren Toen Joden begonnen te denken aan terugkeer naar Israël in het begin van de 19de…
Zionisme 3: Eerste zionisten en begin hedendaagse Israël De moderne formulering van het Zionisme werd gescheiden van…
Reageer op het artikel "Palestina 1900-1930: toenemende ontwrichting"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.