Arabisme en Arabisch nationalisme rond 1900
Islamitische hervormers aan het eind van de 19e eeuw wilden de islam op basis van zijn eigen fundamenten moderniseren om zodoende vanuit een hernieuwde positie van kracht de toenemende invloed van het westen een halt toe te roepen. De meeste denkers bleven het reveil van de islam binnen het Ottomaanse Rijk nastreven. Pas vanaf de Eerste Wereldoorlog wordt het element van een eigen Arabische staat hieraan toegevoegd – een idee dat kort na de oorlog al wordt gefrustreerd. Bekende denkers en voormannen van het islamitisch modernisme zijn Jamal ad-Din al-Afghani, Mohammed Abdoeh en Rasjied Rida. In wezen zochten zij allen een tussenweg tussen enerzijds een volledige overname van westerse ideeën en praktijken en anderzijds een religieus geïnspireerd volledig afwijzen van het westen.Onvrede bij de oelama en niet-traditioneel religieuze middenklassen
Door de Ottomaanse hervormingen en de algehele maatschappelijke ontwikkelingen met zijn groeiende Europese economische opmars was de invloed van het traditionele geloof op grote delen van de Syrische en Palestijnse maatschappij verzwakt. Hierdoor was de positie van de oelama (religieuze geleerden en islamitische waardigheidsbekleders, zoals predikers en leraren aan koranscholen) onder druk komen te staan. Zij die geen officiële religieuze posities bekleedden, verloren relatief vaak hun baan en de daaraan gekoppelde status.Deze leden van de oelama waren gevoelig voor de ideeën van Rasjied Rida (zelf een Syriër). Op grond van hun diepe vroomheid en traditionele godsdienstopvattingen konden velen zich vinden in Rida’s salafistische opvattingen, terwijl zij zich aan de andere kant ernstig zorgen maakten om hun positie in de samenleving. Hun sociale marginalisering bezagen zij in religieuze termen: als hun sociale rol minder belangrijk werd, zou ook de rol van de islam naar de achtergrond worden gedrongen.
Ook jongeren die niet tot de oelama behoorden en die modern onderwijs hadden genoten, kwamen onder invloed van de nieuwe islamitische ideeën. Hoewel zij modern onderwijs hadden genoten, bleken zij toch weinig kans op werk te hebben. Hun onvrede op dit vlak werd verwoord door de salafistische beweging: de concurrentie met Europa wordt verloren omdat de mensen zijn afgedwaald van de islam.
Daarnaast waren de midden- en lagere klassen die door de toenemende economische druk van het westen steeds meer moeite hadden het hoofd boven water te houden (zoals boeren, handwerklieden en winkeliers), ontvankelijk voor de salafistische denkbeelden.
De niet tot de oelama behorende klassen kwamen vooral onder invloed van een andere Syrische salafist: Abd al-Rahman al-Kawakibi (c. 1850-1902).
Abd al-Rahman al-Kawakibi
De in Aleppo (Syrië) geboren al-Kawakibi stelde de Ottomaanse staat verantwoordelijk voor het verval van de islamitische beschaving. Hij maakte dan ook een onderscheid tussen de Arabische beweging en het panislamitische reveil.al-Kawakibi was van mening dat het herstel van de islam van de Arabieren moest uitgaan. De kern van de islam was immers Arabisch: de profeet was een Arabier en de koran was een Arabisch boek. Gezien zijn obsessie met alles wat Arabisch was, is het niet verwonderlijk dat al-Kawakibi politieke loyaliteit grondvestte op Arabische identiteit en niet op islamitische identiteit.
Toch pleitte al-Kawakibi er niet voor dat de Arabieren zich losmaakten van het Ottomaanse Rijk. Hij wilde dat de Arabieren een centrale positie binnen het rijk gingen innemen. Ook bij hem was het Ottomanisme nog steeds overheersend.
Het belang van al-Kawakibi voor latere ontwikkelingen is dat, doordat hij zoveel nadruk legde op het Arabisch en de Arabieren, ook streng gelovige moslims zich tot op grote hoogte konden vinden in een seculiere ideologie als het Arabisch nationalisme, zoals die tijdens en na de Eerste Wereldoorlog opkwam. In die zin zette hij de lijn van Mohammed Abdoeh voort.
Arabisme
De volgelingen van al-Kawakibi werden Arabisten genoemd. Velen hadden modern onderwijs genoten, maar op de arbeidsmarkt legden zij het af tegen degenen die zich met geld konden inkopen. Frustratie maakte zich van hen meester. al-Kawakibi’s nadruk op het Arabisch en de salafistische synthese van moderniteit en traditie vormden een eerste aanzet voor deze jongeren om een eigen identiteit te ontwikkelen.De westerse superioriteit, de centralisering die de Ottomaanse heersers probeerden door te voeren en de onmacht, of misschien wel onwil, van de conservatieve lokale elite zich hiertegen teweer te stellen, creëerden een gevoel van wanhoop bij de midden- en lagere klassen. Hun aanvankelijke verwachtingen ten aanzien van de hervormingen waren door werkloosheid, woede en angst ondermijnd. Zij vonden in het Arabisme dat zij uit de leerstellingen van al-Kawakibi haalden, een alternatieve ideologie.
Ook de revolutie van de Jong Turken in 1908 bracht geen verbetering voor de Arabisten. De centralisering vanuit Constantinopel ging onverminderd, zo niet sterker, door, alleen werd de banier van ‘panislamisme’ meer vervangen door een nadruk op de Turkse taal en cultuur. Dit was zowel voor salafisten als voor Arabisten onverteerbaar.
Het Arabisme aan het eind van de 19e eeuw zoals bepleit door veel intellectuelen in steden als Damascus en Jeruzalem, was erop gericht een linguïstische en culturele Arabische revival te bewerkstelligen binnen het Ottomaanse Rijk. Het Arabische nationalisme dat Arabische onafhankelijkheid nastreefde, zou pas later opkomen.
De Arabische opstand
Met een Britse belofte op zak voor Arabische onafhankelijkheid zette Hoessein ibn Ali vanuit het huidige Saoedi-Arabië op 10 juni 1916 een Arabische opstand tegen de Turkse (Ottomaanse) bezetting van het Midden-Oosten in gang. Deze opstand is in het westen bekend geworden door Lawrence van Arabië.Groot-Brittannië had echter nog meer beloften gedaan: met Frankrijk en Rusland had het afspraken gemaakt over de naoorlogse verdeling van het Midden-Oosten (de Sykes-Picot overeenkomst van mei 1916) en de zionistische beweging had het een ‘nationaal tehuis’ in Palestina beloofd (de Balfour-verklaring van november 1917).
Syrië verdeeld
De belangen van de imperialistische Britse en Franse staten waren belangrijker dan een paar symbolische beloften die waren gedaan aan wat woestijn-Arabieren. Groot-Syrië (Syrië, Libanon, westelijk Jordanië en Palestina) en Mesopotamië (Irak) werden na afloop van de Eerste Wereldoorlog als oorlogsbuit onderling verdeeld.In 1920 had Frankrijk Libanon bezet en zich een sterk verkleind Syrië toegeëigend. Engeland bezette Palestina, Transjordanië en Irak. Het idee van een Arabische staat was binnen de kortste keren door Engeland en Frankrijk om zeep geholpen.
De bezette gebieden werden mandaatgebieden ‘klasse A’ onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de VN). Dit betekende, althans in theorie, dat de mandatarissen Engeland en Frankrijk de taak hadden de lokale bevolking voor te bereiden op een eventuele onafhankelijkheid en de gebieden te helpen de moderne wereld binnen te treden. De praktijk was echter een iets aangepaste vorm van imperialistische overheersing.
Het gevolg van de verdeling van Groot-Syrië – of eigenlijk van de oostelijke Arabische wereld als geheel – was dat het idee van een Arabische staat werd versplinterd in regionale nationalistische ideologieën waarvan de grenzen samenvielen met die van de mandaatgebieden. Vanzelfsprekend werden de nationale gevoelens tegengewerkt door Engeland en Frankrijk. Maar onderhuids bleven de gevoelens tot op zekere hoogte bestaan, in Syrië in sterkere mate dan in Palestina.
Einde van het Ottomanisme
Kort na de Eerste Wereldoorlog hield de Ottomaanse staat op te bestaan. De basis voor politieke en religieuze loyaliteit van het Ottomanisme was verdwenen, hoewel deze basis al eerder zijn bestaansrecht had verloren. In de voormalige Syrische gebieden moest het Arabisme een nieuwe basis voor zichzelf formuleren. Die basis vond het in het Arabisch nationalisme, waarvoor het in opstand tegen het Ottomaanse Rijk was gekomen.De ironische situatie doet zich nu voor dat op het moment dat de ideologie van het Arabisch nationalisme opkomt, het gebied dat een onafhankelijke Arabische staat zou moeten worden, door de Britse en Franse bezetters in afzonderlijke eenheden wordt opgesplitst. Het aanvankelijke nationalisme bleef alleen nog een droom voor idealisten. Meer pragmatische lieden zouden het omvormen tot lokale vormen van nationalisme, passend binnen de grenzen die de mandatarissen Engeland en Frankrijk trokken. Syrië, Libanon, Palestina, Jordanië en Irak zouden nooit één staat vormen.
Voor een breder perspectief waarin dit artikel kan worden geplaatst, zie de special Het Midden-Oosten in westerse invloedssfeer: 1800-1935.
© 2010 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Overzicht van alle landen in het Midden-Oosten Het Midden-Oosten is geen continent; het is een regio van Afrika-Eurazië m…
Ottomanisme en panislamisme rond 1900 De Ottomaanse hervormingen van de tweede helft van de 19e eeuw zetten een hele rij…
Boekrecensie: Het ontstaan van het M.O. - David Downing In de reeks Het Midden-Oosten is in 2006 het boek 'Het ontstaan v…
De Arabische wereld: wat is de Arabische wereld? Veel mensen denken bij de Arabische wereld aan de Islamitische landen. M…
Gerelateerde artikelen
Panislamisme en vroeg Arabisme rond 1900 Aan het eind van de 19e eeuw was er vanuit islamitische hoek een beweging ontsta…Overzicht van alle landen in het Midden-Oosten Het Midden-Oosten is geen continent; het is een regio van Afrika-Eurazië m…
Ottomanisme en panislamisme rond 1900 De Ottomaanse hervormingen van de tweede helft van de 19e eeuw zetten een hele rij…
Boekrecensie: Het ontstaan van het M.O. - David Downing In de reeks Het Midden-Oosten is in 2006 het boek 'Het ontstaan v…
De Arabische wereld: wat is de Arabische wereld? Veel mensen denken bij de Arabische wereld aan de Islamitische landen. M…
Reageer op het artikel "Arabisme en Arabisch nationalisme rond 1900"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.