Internationale landroof: een nieuwe vorm van kolonialisme?

Een groeiende bevolking, een tekort aan landbouwgrond en een toenemende druk op de beschikbare watervoorraden. Ziehier het probleem waarvoor nogal wat Arabische landen zich gesteld zien. Zij spenderen inmiddels tientallen miljoenen dollars om honderdduizenden hectares bouwland in onder andere arme Afrikaanse landen te verwerven. Dit om hun langetermijnvoedselbehoefte zeker te stellen. In de race om voedselzekerheid laten ook Oost-Aziatische landen als China en Zuid-Korea zich niet onbetuigd.
In de koloniale tijd haalden westerse landen hun behoeften aan bijvoorbeeld koffie, thee, rubber, specerijen en katoen rechtstreeks uit hun koloniën, zoals Nederlands Indië (Indonesië) en India. Omdat het land ‘van hun’ was, konden zij ongegeneerd grote plantages stichten om de door hun gewenste producten te verbouwen. De lokale bevolking werd hooguit als goedkope arbeidskracht ingezet. In de 20e eeuw waren veel grootschalige landbouwproductiebedrijven in handen van rijke eigenaren in de producerende landen zelf, die vooral voor de wereldmarkt produceerden. Denk aan de Latijns-Amerikaanse haciendas. Ook hier profiteerde de lokale bevolking amper.

Vandaag de dag investeren overheden en grote bedrijven uit rijke landen steeds vaker in landbouwgrond in arme landen, waardoor kleine boeren gedwongen hun land verliezen. Bij deze ‘verwerving’ van land (landroof of land grab) wordt gebruikgemaakt van allerlei koop- en huurconstructies. De investeringen zijn er echter niet op gericht de boeren in de arme landen te helpen, maar om de bevolking in het eigen land te voorzien van voldoende voedsel. Of om winst te maken, want op de lange termijn neemt de vraag naar voedsel en biobrandstoffen structureel toe. Het is jammer dat de voedseltop van de Voedsel en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties hier afgelopen november (2009) nauwelijks aandacht aan heeft besteed.

Het olierijke Midden-Oosten

Landen die denken op termijn problemen te krijgen met hun voedselvoorziening én die beschikken over (veel) geld – zoals de olierijke landen in het Midden-Oosten en landen in het Verre Oosten als China en Zuid-Korea – kopen steeds vaker grote arealen vruchtbare landbouwgrond op of nemen ze in huurpacht. Dit doen zij overwegend in arme landen die over goede landbouwgrond beschikken met een stabiele watervoorziening. Het gaat hierbij om enorme stukken grond: 500.000 hectare in Tanzania, 400.000 in Soedan en 500.000 in Indonesië. Ter vergelijking, Nederland beschikt over 2 miljoen hectare.

Vlak voor de laatste economische crisis in 2009 in alle hevigheid toesloeg, waren de voedselprijzen wereldwijd tot ongekende hoogten gestegen. Dit was een van de belangrijkste redenen waarom rijke(re) landen met een te kleine eigen voedselproductie elders landbouwgrond zijn gaan verwerven. Hiermee willen zij voor de komende decennia een betrouwbaar aanbod van voedsel garanderen op hun eigen markt, met name vlees, granen en groenten.

De toegenomen vraag naar biobrandstof was een van de redenen voor de tot grote hoogte gestegen voedselprijzen. Met name waar gewassen die zowel voor (menselijke) consumptie als voor biobrandstof geschikt zijn, zoals maïs, kan de voedselvoorziening voor het armste deel van de bevolking in het gedrang komen. De grootschalige protesten in januari 2007 in Mexico zijn hier een voorbeeld van. De prijs voor tortilla’s was met 400% gestegen door de gestegen vraag in de Verenigde Staten naar maïs voor biobrandstof.

Verschillende instanties, zoals de Wereldbank, de Verenigde Naties en Oxfam zijn al tot de conclusie gekomen dat biobrandstoffen, in ieder geval op termijn, honger veroorzaken en de wereldwijde armoede verergeren.

Amerikaanse subsidies van meer dan $5 miljard zijn ervoor verantwoordelijk dat een derde deel van de maïsproductie in de VS wordt gebruikt om ethanol te produceren. Een zesde van de wereldmaïsproductie wordt verstookt in Amerikaanse auto’s – een hoeveelheid die voldoende is om meer dan 300 miljoen mensen een jaar lang te voeden.

De rijke landen van het Arabisch Schiereiland zijn met de huidige stand van de techniek niet in staat zelf voldoende voedsel te produceren. Bovendien beschouwden zij lange tijd landbouw als minder belangrijk dan olie en andere minerale grondstoffen. Met hun enorme rijkdom konden zij eenvoudig op de wereldmarkt in hun vraag naar voedsel voorzien. Maar met de grote prijsstijgingen van de afgelopen jaren zijn zij met de neus op de feiten gedrukt. Het zelf beschikken over vruchtbare landbouwgrond met voldoende hernieuwbare waterbronnen is van strategisch belang geworden.

De Arabische landen moeten het merendeel van hun voedsel importeren. Deze importen kunnen oplopen tot wel 80% van de behoefte, zoals in de landen van de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC: Saoedi Arabië, Koeweit, Qatar, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten, Oman). De kosten die hiermee waren gemoeid, liepen in een jaar (2006-2007) met 25% op, van 16 miljard dollar tot 20 miljard. Landen als Libië, Algerije en Saoedi Arabië zijn de grootste importeurs ter wereld van voedsel per hoofd van de bevolking.

De toegenomen kosten van voedselimporten is niet alleen een gevolg van prijsstijgingen, ook bevolkingsgroei is een belangrijke factor. De bevolking in de landen van de GCC groeide van 30 miljoen in 2000 tot ongeveer 38,5 miljoen nu. Als de groei zich in dit tempo voortzet, is het niet moeilijk in te zien dat hiervoor veel extra kosten moeten worden gemaakt, ook al stabiliseren of dalen de prijzen op de wereldmarkt.

De zogenoemde Arabische lente (2011) is deels toe te schrijven aan een structureel voedseltekort dan wel stijgende prijzen. Brandstoffen worden steeds belangrijker bij de landbouwproductie (kunstmest, productie, vervoer). Hoge olieprijzen stellen olie-exporterende landen dan nog wel in staat het duurdere voedsel te importeren, andere landen krijgen het steeds moeilijker hun bevolking te voorzien van betaalbaar voedsel. Hoge olieprijzen maken voedsel duurder, waardoor het ook voor de olieproducerende landen niet per definitie voordelig is die prijzen telkens weer te verhogen (hier speelt de per land verschillende mate van onderdrukking van de eigen bevolking een rol).

Door landbouwgrond in het buitenland te verwerven en het geproduceerde voedsel rechtstreeks – dus niet via de markt – naar hun eigen bevolking te transporteren, kunnen de GCC-landen tot wel een kwart besparen op hun voedselkosten.

Bijvoorbeeld Saoedi Arabië

De race om landbouwgrond wordt, waar het de Arabische landen betreft, aangevoerd door Saoedi Arabië. Het land is dan wel onmetelijk rijk dankzij zijn olievoorraden, in termen van voedsel is het erg kwetsbaar. Het grootste deel van het land bestaat uit (zand)woestijn met zeer weinig neerslag.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw probeerde het land zelfvoorzienend te worden in tarwe en een aantal andere gewassen zoals tomaten. Het was zelfs een tijdje een grote exporteur van tarwe. Saoedi Arabië is echter met dit programma gestopt omdat het onvoldoende water voor de noodzakelijke irrigatie had om de productie vol te houden.

Grootschalige ontzilting van zeewater stond en staat nog te veel in de kinderschoenen en het water moet over grote afstanden naar de landbouwgebieden worden aangevoerd. Zelfs met verbeterde ontziltingstechnieken namen de verbouw van tarwe en de productie van zuivelproducten meer dan 85% van de waterconsumptie van het koninkrijk in beslag. De kostprijs van de geproduceerde landbouwproducten oversteeg verre de verkoopprijs. Zelfs voor Saoedi Arabië was dit niet vol te houden.

Nu richt Saoedi Arabië zich op het in het buitenland verwerven van landerijen van 100.000 hectare en meer om in zijn voedselbehoefte te voorzien. Brazilië is een van de landen die hoog op zijn lijstje staan. Met zijn 388 miljoen hectare aan landbouwgrond – nogmaals: Nederland beschikt over 2 miljoen hectare – is Brazilië een magneet voor landhongerige landen. Ook Iran is sterk geïnteresseerd in Brazilië om daar zijn behoeften aan rundvlees, soja, graan en suiker te bevredigen.

De Saoedische Bin Laden Group overweegt enkele miljarden dollars te investeren in Indonesië om basmati rijst te gaan verbouwen. De gebieden die het daarbij op het oog heeft, liggen op Java, Kalimantan, Soelawesi en Papoea. Ook Soedan, een door oorlogen en honger geteisterd Afrikaans land, staat in de Saoedische belangstelling, evenals in die van andere buitenlandse investeerders. Het land beschikt over zeer veel goede landbouwgrond, onder andere dankzij een stabiele watervoorraad van de Witte en Blauwe Nijl.

Saoedische plannen om in Tanzania 500.000 hectare te huren om te voorzien in zijn toekomstige behoefte aan tarwe en rijst werden vrijwel direct aanvaard door de Tanzaniaanse autoriteiten. President Jakaya Kikwete vertelde Saoedische zakenlieden dat zijn land beschikt over 40,5 miljoen hectare van goede landbouwgrond die direct beschikbaar is. De enige voorwaarde die Tanzania lijkt te stellen is dat het land wordt gehuurd van de overheid en niet van particuliere boeren.

Voor Saoedi Arabië is Tanzania aantrekkelijk, omdat het land een grote mate van politieke stabiliteit kent, veel land beschikbaar heeft met een gunstige waterhuishouding en een gunstige zeeroute naar het Arabisch Schiereiland heeft.

Niet landen alleen

Het zijn niet alleen overheden die zich bezighouden met het verwerven van landbouwgronden buiten hun eigen grenzen. Ook grote economische conglomeraten hebben zich hierop gestort. Zo ging het Zuid-Koreaanse Daewoo Logistics Corporation in november 2008 een huurovereenkomst voor 99 jaar aan voor 1,3 miljoen hectare op het Afrikaanse eiland Madagascar. De kostenschattingen voor dit project, dat graan en palmolie voor de export moet gaan leveren, gaan in de richting van 6 miljard dollar voor een periode van 20 jaar, 2 miljard dollar alleen al voor de infrastructuur. Het project zou 45.000 banen creëren – waaronder in ieder geval veel voor buitenlanders. Hoeveel boeren hun land zouden moeten verlaten, is niet bekend.

De bij deze investeringen betrokken conglomeraten zijn in veel gevallen bedrijven die zeer nauw met hun overheid zijn verbonden, zoals in de Arabische wereld vaak het geval is, of die zoveel invloed op de overheid hebben dat zij tot op zekere hoogte kunnen worden gezien als ‘schaduw-overheid’, zoals in Zuid-Korea. De overeenkomsten die door dergelijke conglomeraten worden gesloten, zijn in hun effecten op de ontvangende landen dan ook geheel vergelijkbaar met de deals van overheden. Ook in de gouden tijden van het kolonialisme was niet altijd duidelijk of de handel de vlag volgde of omgekeerd.

Bijvoorbeeld Madagascar

Landverwerving door buitenlandse conglomeraten lagen aan de basis van de grootschalige rellen begin 2009 die leidden tot het aftreden van president Marc Ravalomanana ten gunste van Andry Rajoelina, wiens aanhangers ten koste van meer dan 100 doden de rellen hadden gedragen.

Een van de investeringsovereenkomsten was het hierboven genoemde project van Daewoo. In april 2009 liet de nieuwe regering van Madagascar weten dat de deal ‘definitief was ingetrokken’. Zij voegde er echter aan toe dat zij in de toekomst weer wel agrarische investeringen zal verwelkomen, omdat het project op zich niet verkeerd was, maar de aanpak deugde niet. Toch is een ander contract, met Varun International, inmiddels ook geannuleerd.

Het Indiase Varun International, een conglomeraat dat kan worden gezien als de uitvoerende arm van de Indiase overheid om land te verwerven om de bevolking van 1,2 miljard te voeden, wilde van Madagascar 465.000 hectare land voor 50 jaar leasen, hoofdzakelijk voor de verbouw van rijst en in mindere mate maïs en linzen.

Varun wilde zich onderscheiden van Daewoo door erop te wijzen dat Daewoo de boeren van hun land wilde zetten, terwijl Varun met contracten met de boeren wilde werken – als zij erin zouden toestemmen hun land voor 50 jaar af te staan, zouden zij 30% van de opbrengst ontvangen. Een vertegenwoordiger van Varun stelde dat vanaf het begin 20% van de rijst zal worden geëxporteerd naar India en dat dit percentage in tien jaar zou stijgen tot 60.

India en Varun kijken niet alleen naar de landbouw van Madagascar. In december 2009 werd bekend dat Varun Energy Corporation een aantal uraniummijnen op het eiland heeft verworven. Varuns aanpak is enigszins vergelijkbaar met de wijze waarop China zich in Afrika ‘ontfermt’ over allerlei grondstoffen die zijn economie nodig heeft.

Afrika

Het zijn vooral de arme Afrikaanse landen, zoals Soedan en Congo, waar de rijke(re) landen hun aandacht op hebben gericht om landbouwgrond in bezit te krijgen. De vraag is waarom speciaal deze landen. Een deel van het antwoord kan worden gevonden in de armoede van deze landen en in het gegeven dat het opleidingsniveau van de bevolking in het algemeen laag is. Hierdoor is het verzet tegen de nieuwe ontwikkelingen zwak en lokale politici zijn relatief eenvoudig in staat om de nog zwakke oppositie af te kopen dan wel te onderdrukken.

De Chinese overheid is van plan in Congo enorme arealen regenwoud te vervangen door eindeloze rijen palmbomen voor wat de grootste productiefaciliteit voor palmolie moet worden. Met slechts een kleine lokale boerenbevolking die nú door het project wordt geraakt, is er voor de machthebbers in Kinshasa geen reden om te stoppen met dit voor hun persoonlijk lucratieve project.

Keerzijde

Saoedi Arabië heeft ongeveer 2,5 miljoen ton tarwe per jaar nodig en 1 miljoen ton rijst om te voldoen aan de behoeften van zijn snel groeiende bevolking. Het rijke land, dat wordt geconfronteerd met een bevolkingsexplosie en een jonge bevolking die alleen met het beste genoegen neemt, is tot de conclusie gekomen dat het zelf verbouwen van voedsel niet alleen een voedselvraagstuk is maar ook een kwestie van veiligheid.

Terwijl grootschalige landdeals zeer aantrekkelijk zijn voor de landverkopende overheden omdat zij veel investeringen opleveren – en eigen gewin voor de lokale machthebbers – kunnen de binnenlandse verhoudingen er ernstig door verstoord raken. Voedselexporten zullen hand in hand gaan met meer binnenlandse armoede. Het is een nachtmerriescenario dat het voedsel door zwaar beveiligde konvooien wordt uitgevoerd, terwijl de eigen bevolking hongerig moet toekijken. Een land als Soedan heeft enorme landbouwarealen ter verkoop aangeboden, terwijl miljoenen Soedanezen zijn aangewezen op internationale voedselhulp.

De bevolking van de importerende landen zal zich hier niet snel tegen verzetten, want hun portemonnee wordt gespaard. Hooguit degenen die met een mondiale blik tegen de problematiek aankijken, zullen hun stem laten horen.

Toch hebben de ontwikkelingen in de afgelopen twee jaar de Arabische en Oost-Aziatische landen enigszins voorzichtig gemaakt. Het vraagstuk van soevereiniteit over de landbouwarealen die zij hebben verworven of nog willen verwerven, kan zich later tegen hun gaan keren. Een land als Saoedi Arabië is bijvoorbeeld erg gevoelig voor beschuldigingen van koloniaal optreden.

Een onzekere toekomst

Waren het vroeger legers die de koloniale landen inzetten om de producten die zij wensten, veilig te stellen, vandaag de dag bedienen de voedselimporterende landen zich van hun chequeboek en advocaten. De investeringen lijken nu dan wel aanlokkelijk, maar op den duur zal blijken dat de gastlanden de effectieve zeggenschap over veel van hun landbouwgebieden kwijt zijn. Of eerder al als de lokale bevolking in een krachtige protestbeweging de overhand krijgt en in opstand komt. Gesloten overeenkomsten zullen dan niet allemaal worden erkend en het is dan maar de vraag hoe de voedselimporterende landen reageren.

De grote prijsstijgingen van graan zijn recentelijk gaan afvlakken en met de recessie in het westen is er een groter voedselaanbod tegen lagere prijzen, een trend die zich lijkt voort te zetten – in de afzienbare toekomst tenminste. Landen als Saoedi Arabië zitten niet te wachten op het stigma van ‘neo-koloniale’ staat, hoewel een land als China, gezien zijn optreden in Afrika, daar minder moeite mee lijkt te hebben.

Ook de verkopende landen moeten zich beraden op hun positie. De onttrekking van honderdduizenden hectare aan de eigen voedselvoorziening kan op den duur leiden tot krachtige (boeren)protestbewegingen. Misschien dat de economische crisis voor een deel een mooi argument was voor de Saoedische Bin Laden Group om zijn investeringen in Indonesië te vertragen.

Speculatie door hedgefondsen

Niet alleen overheden en grote economische conglomeraten van landen die veel voedsel moeten importeren, houden zich bezig met wat bekend is geworden als landroof (land grab). Ook Amerikaanse en Britse hedgefondsen hebben zich op deze markt gestort. Zij kopen en pachten miljoenen hectares landbouwgrond in met name Afrika, en hierbij worden duizenden mensen van het land verdreven. Ook universiteiten als Harvard en Amerikaanse pensioenfondsen blijken via deze hedgefondsen hierbij betrokken te zijn. Land blijkt voor hun een uiterst lucratieve belegging te zijn: zeer goedkoop, en in sommige gevallen zelfs gratis, en hoge rendementen.

Deze vorm van landroof zal, volgens deskundigen, nog ernstiger gevolgen hebben voor de lokale bevolkingen en voor de voedselzekerheid in de wereld. Het is hoe dan ook zeer verontrustend dat hedgefondsen, die in het licht van de laatste economische crises een zeer bedenkelijke rol hebben gespeeld, zich nu hebben gestort op land om hun van enige moraliteit gespeende praktijken bot te vieren. Een van de grootste fondsen wordt gerund door voormalige handelaren van JP Morgan en Goldman Sachs.
© 2010 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Hedgefonds (hedge fund) Een hedgefonds of hedge fund is is een beleggingsfonds dat met hun kapitaal zo veel mogelijk rend…
Durfinvesteerders Je hoort er steeds vaker iets over in het nieuws, maar eigenlijk wordt het nooit helemaal goed uitgeleg…
Film recensie: Madagascar - Escape 2 Afrika Madagascar was een enorm leuke film. Deel 2: Madagascar Escape 2 Afrika is oo…
Film recensie: Madagascar Is er ooit wel is een slechte film geweest van Dreamworks? Naast Shrek, is Madagascar ook enorm…
Dubai - Een duur maar prachtige stad Dubai is een stad in de Verenigde Arabische Emiraten, het is de hoofdstad van het de…

Reageer op het artikel "Internationale landroof: een nieuwe vorm van kolonialisme?"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Dreus
Rubriek: Mens en Samenleving / Politiek
Schrijf mee!