Süleyman I: de laatste grote Ottomaanse sultan

Onder Selim I had het Ottomaanse Rijk een enorme groei doorgemaakt. Het rijk was in alle opzichten – politiek, militair, economisch, cultureel – een grootmacht. Selim liet bij zijn dood in 1520 een rijk na dat zijn zoon en opvolger Süleyman alleen nog maar kon vervolmaken.
In dit achtste en laatste deel van een serie staat de langstregerende Ottomaanse sultan, Süleyman I, centraal. Tijdens zijn sultanaat stond het Ottomaanse Rijk in alle opzichten op zijn toppunt. Na Süleymans dood in 1566 zette het verval van het rijk in. Heel langzaam, meestal vrijwel onmerkbaar. Maar terugkijkend kunnen de eerste tekenen van achteruitgang worden waargenomen vanaf het eind van de 16e eeuw. Het einde van het rijk zou echter nog zo’n drieënhalve eeuw op zich laten wachten.


Süleyman I

Onder Selims opvolger, diens enige zoon die hij in leven had gelaten, Süleyman, bereikte het Ottomaanse Rijk zijn hoogtepunt van macht en pracht. Süleyman was sultan van 1520 tot 1566 en is daarmee de sultan die het langst heeft geregeerd. Naast grootschalige territoriale uitbreiding van het rijk werd onder zijn bestuur veel wetgeving ingevoerd op gebieden als maatschappelijke relaties, onderwijs en belasting en werd het strafrecht hervormd. In het Turks is zijn bijnaam dan ook de Wetgevende (al-Kanoeni), terwijl hij in het westen bekendstaat als Süleyman de Prachtlievende.

Süleyman I
Süleyman I
Europa
In Europa veroverde Süleyman in 1521, na vele mislukte pogingen van zijn voorgangers, Belgrado op de Hongaren. In 1526 eindigde de slag bij Mohács met de nederlaag van het Hongaarse leger en de dood van koning Lajos (Lodewijk) II. Omdat deze koning geen nakomelingen had, ontstond er een machtsvacuüm. Süleyman voorzag daarin door een lokale troonpretendent tot koning te benoemen, zodat Hongarije een bufferstaat werd tussen het Ottomaanse Rijk en het rijk van de Habsburgers.

Toen de koning al snel na zijn kroning stierf en de Habsburgse koning Ferdinand I aanspraak maakte op Hongarije en deze aanspraak kracht bijzette door in 1528 een groot deel van Hongarije te bezetten, brak er een lange periode aan van strijd tussen de rijken van de Habsburgers en Ottomanen om Midden-Europa. In 1529 belegerden de Ottomanen Wenen; dit beleg liep echter uit op een nederlaag voor Süleyman. Een opmars richting Wenen drie jaar later eindigde in een mislukking, vermoedelijk omdat de Ottomanen door het slechte weer niet al hun belegeringsmachinerieën konden aanvoeren.

Midden-Oosten
In het oosten wist Süleyman tussen 1532 en 1555 Irak op de Safaviden te veroveren en kon hij de grenzen van het rijk verder opschuiven naar Mesopotamië en tot aan de Perzische/Arabische Golf. In het zuiden werd de Ottomaanse invloed verder uitgebreid op het Arabische Schiereiland en in de Hoorn van Afrika.

Ondanks de vele gevechten tussen het Ottomaanse Rijk en dat van de Safaviden, bestonden er in de tussenliggende perioden ook politieke betrekkingen tussen de twee grootmachten. Een van de belangrijkste permanente geschilpunten betrof de toegang tot de heilige plaatsen van de islam. Voor veel soennitische pelgrims uit het oosten waren Mekka en Medina moeilijk, of slechts na een lange omweg bereikbaar, als de directe weg door het Safaviden-rijk niet toegankelijk was. De voor de (Perzische) sjiieten heilige plaatsen Kerbala en Najaf in Irak waren voor hun lang niet altijd veilig, omdat zij vaak als mogelijke spionnen werden beschouwd.

Khair ed-Din (Barbarossa)
Khair ed-Din (Barbarossa)
Middellandse Zee
Ook in het gebied van de Middellandse Zee boekte Süleyman veel winst. Dat begon al in 1522 met de inname van Rhodos. Met de benoeming tot grootadmiraal in 1533 van de kaperkapitein Khair ed-Din (Barbarossa), die al in 1515 in dienst van Selim was getreden, begint de gebiedsuitbreiding vanuit Kairo langs de kust van de Middellandse Zee naar het westen tot aan de grenzen van Marokko. De staten van de Barbarijse zeerovers (Libië, Tunesië, Algerije), die nu dus onder het gezag van de Ottomanen stonden, deden hun invloed voelen in het westelijke deel van de Middellandse Zee en zelfs tot voorbij de Straat van Gibraltar (in 1585 bezetten zij zelfs korte tijd het Canarische eiland Lanzarote).

Met name het bezit van Tunesië was de Spaanse koning Karel V, uit het Habsburgse Huis, een doorn in het oog, omdat van hieruit de handel van Spanje en Italië grote schade werd toegebracht. Door de geregelde confrontaties tussen de vloten van Süleyman en Karel waren de rijken van de Ottomanen en de Habsburgers dus nu ook op zee elkaars permanente tegenstanders. Ondanks enig succes tegen de Ottomaanse vloot, behaalde Barbarossa in 1538 een grote overwinning op de gezamenlijke vloot van Karel V, de paus en Venetië.

De Ottomanen waren in deze periode ‘op-en-af’ geallieerd met Frankrijk – de Fransen hadden als een van de eersten een geaccrediteerd gezantschap in Constantinopel. Een gezamenlijke vloot nam in 1543 Nice in. Relaties met Engeland bestonden ten tijde van Süleyman maar weinig.

Capitulaties
De status van gezanten werd geregeld via de zogenoemde capitulaties (ahidname). In eerste instantie ging het hierbij om privileges die de sultan aan onderdanen van een bevriende heerser gunde, zoals beperkte invoerrechten. Onder Süleyman waren zij erop gericht de relaties met (potentiële) tegenstanders van het Habsburgse rijk te verbeteren.

Capitulaties golden zolang de sultan die ze had verleend, in functie was. Zij moesten bij zijn opvolger worden voorgelegd om te worden herbevestigd.

Aan het einde van de 16e eeuw profiteerden alleen Venetianen, Fransen en Engelsen van capitulaties. Vanaf de 18e eeuw, toen de machtsverhoudingen in Europa zich ingrijpend hadden gewijzigd, werden de capitulaties een belangrijke hinderpaal voor de Ottomaanse politiek en een breekijzer voor de koloniale mogendheden om hun invloed binnen de grenzen van het Ottomaanse rijk te vergroten (een voorbeeld in De sociale structuur in Palestina in de 19e/begin 20e eeuw).

De Ottomaanse vloot bleef zo’n dertig jaar oppermachtig in de Middellandse Zee. In 1571 leed zij een zware nederlaag in de slag bij Lepanto (Griekenland) tegen de Heilige Liga, het bondgenootschap van Spanje, Venetië en paus Pius V. Süleyman was toen al vijf jaar geen sultan meer, maar zijn zoon Selim II.

De slag bij Lepanto heeft een Nederlands tintje. De aanvoerder van de Heilige Liga was Don Juan (Jan) van Oostenrijk, zoon van Karel V en halfbroer van Filips II. Deze Jan werd later benoemd tot landvoogd van de Nederlanden met zetel in Brussel (1576).

Indische Oceaan
In het gebied van de Indische Oceaan had Süleyman minder succes. Zijn vloot slaagde er maar niet in de Portugezen te verdrijven. Nadat de vloot in de zeeslag om het eiland Hormuz bij de ingang van de Perzische/Arabische Golf zelfs grotendeels was vernietigd (1552), leverden de Ottomanen in hoofdzaak alleen nog vuurwapens en kannonen en ‘bedienend personeel’ aan verscheidene vorsten die in Zuid-Azië tegen de Portugezen streden (onder andere aan Aceh op Sumatra).

De Ottomanen bestreden de Portugezen, omdat dezen na de ontdekking van de zeeroute rond Afrika (1498) een bedreiging waren gaan vormen voor de handel in specerijen die tot die tijd door de Rode Zee liep. Dit was ook een van de redenen van de interne verzwakking van het Mameluken-rijk dat de Ottomanen in 1516/17 hadden veroverd (zie Het Suez-kanaal: Frans-Britse rivaliteit in de 19e eeuw).

Omdat Venetië in de Rode Zee vergelijkbare handelsbelangen had als de Ottomanen, kwam het in deze regio tot een voorzichtige vorm van samenwerking, ondanks het feit dat Venetië zoveel belangrijke steunpunten in het oostelijk deel van de Middellandse Zee aan het Ottomaanse Rijk had verloren.

Begin van het eind

Het sultanaat van Süleyman was een periode van een ongekend hoog cultureel, artistiek en architectonisch niveau – zoals onder andere de miniatuurschilderkunst, kalligrafie, boekbindkunst, literatuur en de vele beroemde gebouwen van de architect Sinan tonen. De economie en handel bloeiden. Binnen bepaalde grenzen boden de maatschappelijke structuren de bevolking enige mogelijkheid voor opwaartse mobiliteit. De verschillende geloofsgemeenschappen kenden een grote mate van autonomie, zowel op cultureel als op juridisch terrein. Op het gebied van wetgeving had Süleyman de wetten van zijn voorgangers verzameld en tot een geheel gesmeed, naast natuurlijk het traditionele islamitische recht.

Selim II-moskee in Edirne (Sinan)
Selim II-moskee in Edirne (Sinan)
In de laatste jaren van zijn sultanaat trok Süleyman zich steeds meer terug uit de actieve politiek. Het dagelijkse bestuur liet hij grotendeels over aan zijn grootvizier. Zelf gaf hij zich steeds vaker over aan de genoegens van het leven.

Door de grote macht van de sultan in het Ottomaanse staatsbestel hing veel af van diens persoonlijkheid. Süleymans opvolgers groeiden echter op in de wereld van de harem, hetgeen hen vaak maakte tot wereldvreemde heersers met weinig belangstelling voor staatszaken en des te meer voor allerlei uitspattingen – Süleymans opvolger, Selim II, had al de bijnaam ‘de Dronkaard’. De macht van de grootvizier nam in deze omstandigheden sterk toe, maar deze moest zich regelmatig verzekeren van de steun van de Janitsaren en hij raakte dan ook vaak verwikkeld in een machtstrijd met andere invloedrijke figuren.

Het Ottomaanse Rijk bleef tot het eind van de 17e eeuw een belangrijke macht in Europa en het Midden-Oosten. In 1571 werd Cyprus op Venetië veroverd; het eiland werd vervolgens gekoloniseerd door landloze boeren uit Anatolië en als ketters beschouwde Kızılbasj (‘Roodhoeden’ of ‘Roodhoofden’). De gevolgen hiervan zijn tot op de dag van vandaag voelbaar. In 1683 was het Ottomaanse Rijk nog in staat tot een, weliswaar weer vergeefs, beleg van Wenen. Maar het rijk begon last te krijgen van zijn enorme omvang: de aanvoerlijnen naar de verschillende fronten waren vaak problematisch lang geworden

Het verval van het rijk ging zeer langzaam en werd geregeld onderbroken door perioden waarin een capabele grootvizier en dito devşirme-mannen het rijk weer een relatieve bloeiperiode bezorgden. Zo groots als onder de tiende Ottomaanse sultan, Süleyman, zou het rijk echter niet meer worden.
© 2010 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Het Ottomaanse Rijk - Een rijk van drie continenten Het Ottomaanse Rijk was een reusachtig rijk heersend over drie contin…
Ontdekking van de tulp Er bestaat een prachtige legende over de ontdekking van de tulp. Er werd een rode tulp gevonden, z…
De Turken: steppevolk, slaven, Mamelukse sultans In Centraal-Azië bevindt zich een brede band van landen waar Turkse (Tur…
Ontstaan Nederland: Karel V Habsburger Karel V 1515-1555, keizer en koning van Spanje, heerser van de Nieuwe Wereld en ke…
Mongoolse invloed op de islamitische wereld? Anders dan de opvolgers van Jenjis (Dzjengis) Khan die als Yüan-dynastie tus…

Reageer op het artikel "Süleyman I: de laatste grote Ottomaanse sultan"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Dreus
Rubriek: Mens en Samenleving / Politiek
Schrijf mee!