Politiek en Partij Van De Arbeid

Geschiedenis van de PvdA

Geschiedenis van de PvdA

De Partij van de Arbeid (PvdA) is een sociaal-democratische politieke partij, die sinds de oprichting in 1946 altijd vertegenwoordigd is geweest in de Eerste en in de Tweede Kamer. Hieronder volgt de geschiedenis van de PvdA. Vanaf het ontstaan in 1946 uit de SDAP, CDU, Vrijzinnige Democartische Bond en enkele leden van de CHU tot 2002, de val van Paars II. Leiders uit deze periode als Willem Drees, Jaap Burger, Anne Vondeling, Joop den Uyl en Wim Kok komen ook aan bod.


Op 9 februari 1946 werd de Partij van de Arbeid opgericht. De PvdA ontstond uit een groep mensen uit de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP), de Vrijzinnige Democratische Bond, de kleine Christelijke Democratische Unie (CDU) en enkele leden van de Christelijke Historische Unie (CHU).

De doorbraak

De Sociaal Democratische Arbeiders Partij, opgericht in 1894, wordt gezien als dé voorloper van de PvdA. De SDAP, onder leiding van Troelstra, kwam op voor de belangen van arbeiders. Na de Tweede Wereldoorlog vond een groep mensen in de SDAP dat de doelstelling gewijzigd moest worden.

De partij zou zich niet meer alleen maar richten op de arbeidersklasse, maar op het gehele volk. De partij moest een volkspartij worden. Deze verandering wordt de doorbraak genoemd. Willem Drees was één van de leiders van deze doorbraakbeweging. De nieuwe ideeën leidden tot een nieuwe partij: Partij van de Arbeid.

PvdA

De PvdA streefde naar een samenleving waarin individuen zich kunnen ontplooien. Ook wil de PvdA het bestaande zuilenstelsel, gebaseerd op godsdienstige overtuigingen of wereldbeschouwingen, doorbreken. Die doelstelling lukt niet zo snel als gewenst.

Bij de verkiezingen van 1946 haalt de PvdA 29 van de 100 zetels (pas in 1956 zijn er 150 zetels te verdelen). Het zuilenstelsel is dan nog niet doorbroken, pas bij de verkiezingen in 1967 haalde de confessionele partijen geen meerderheid meer in de Tweede Kamer. Toch sluit de Katholieke Volkspartij (KVP) de PvdA niet uit. Daarom komt er tot 1958 vier coalities van beide partijen al dan niet aangevuld met andere partijen.

Drees

Willem Drees is erg belangrijk geweest voor de PvdA. In het kabinet Schermerhorn - Drees dat op 25 juni 1945 aantrad, was Drees vice-premier en minister van Sociale Zaken. Kabinet Schermerhorn – Drees was het eerste kabinet na de Tweede Wereldoorlog. Het kabinet werd door een noodparlement gecontroleerd en in 1946 ontbonden aangezien er toen weer voor het eerst na de Duitse bezetting Tweede Kamerverkiezingen waren.

Na de verkiezingen zat PvdA wederom in het kabinet. Willem Drees bleef vice-premier en minister van Sociale Zaken in het kabinet Beel (1946-1948). Als minister van Sociale Zaken legde Drees de basis van het sociale verzekeringsstelsel, waaronder de AOW. Hierdoor kreeg hij de bijnaam Vader Drees. Het kabinet Beel werd ontbonden vanwege vervroegde Kamerverkiezingen in verband met een grondwetswijziging.

Minister-president

In 1948 trad het kabinet Drees – Van Schaik aan. Dit betekende dat PvdA voor het eerst de minister-president mocht leveren. Dat werd Willem Drees. Op 7 augustus 1948 begon Drees als minister president dat hij ruim tien jaar bleef van vier kabinetten. Het kabinet Drees – Van Schaik viel als gevolg van het opzeggen van vertrouwen door de VVD.

Daarna volgde kabinet Drees I, Drees II en Drees III. Het kabinet Drees III viel in december 1958 doordat de Tweede Kamer een amendement over een belastingwet had aangenomen, terwijl deze door minister van Financiën onaanvaardbaar werd verklaard. Daarna zat de PvdA een tijdje niet meer in het kabinet.

Indonesië

Willem Drees heeft als minister president heeft hij een groot aandeel gehad in de periode van wederopbouw. Daarnaast speelse de kwestie Indonesië ook een grote rol. Willem Drees was als socialist tegenstander van het kolonialisme en wilde een geleidelijke overgang naar zelfstandigheid. Het uitroepen van de Indonesische Republiek door Soekarno in augustus 1945 ging hier tegen in.

Het kabinet weigerde met Soekarno te onderhandelen, aangezien Soekarno als collaborateur werd gezien en mede verantwoordelijk was voor de dood van vele mensen in Japanse kampen. Daarnaast wilde de Nederlandse regering alleen praten over een federale structuur, die in een Unie met Nederland verbonden zou worden.

Koninklijke relatiecrisis

Ook was er nog een koninklijke rel. Gebedsgenezeres Greet Hofmans kwam na de geboorte van prinses Marijke regelmatig bij Koningin Juliana en prins Bernhard over de vloer. Eerst om met haar gaven de oogafwijking van prinses Marijke te genezen, maar later trad zij ook op als adviseur van koningin Juliana.

Toen de zaak aandacht van de internationale pers kreeg, was er sprake van een grote crisis. Een scheiding tussen Juliana en Bernhard leek onafwendbaar, maar Willem Drees slaagde erin de crisis op te lossen.

Lid voor het leven

Op 22 december 1958 eindigde het premierschap van Drees, samen met de val van het kabinet Drees III. Tegelijkertijd vertrok hij uit de dagelijkse politiek. Hij werd benoemd tot minister van Staat, in deze functie adviseerde hij bij kabinetsformaties. De PvdA benoemde hem tot lid-voor-het-leven van het partijbestuur.

Burger en Vondeling

In 1958 werd Jaap Burger de leider van de PvdA, in 1962 nam Anne Vondeling het van hem over. De politieke koers van de Partij van de Arbeid veranderde in de jaren zestig. De PvdA verloor steeds meer zetels (1959: 48 zetels, 1963: 43 zetels, 1967: 37 zetels) en raakte daardoor verdeeld.

De PvdA bleek niet te profiteren van de ontzuiling. De politieke koers moest veranderd worden en dat gebeurde door een beweging binnen de PvdA. Nieuw Links was die beweging, een groep jongeren, die radicale democratisering op alle niveaus nastreefde.

Actiepartij

Ook besloot de PvdA dat ze een actiepartij moest worden, dit naar aanleiding van de sterke opkomst van actiegroepen. Feitelijk hield dit in er binnen de PvdA een grotere rol voor vrouwen en jongeren kwam en dat er meer aandacht kwam voor milieu, feminisme en de Derde Wereld.

De PvdA ging gesprekken aan met D'66 en de Politieke Partij Radicalen (PPR) over de vorming van een Progressieve Volkspartij, die niet langer socialistisch zou zijn. Willem Drees was hier zo kwaad over dat hij zijn lidmaatschap van het partijbestuur op zei. Uiteindelijk bleef de vernieuwde PvdA bestaan en splitsten een aantal groepen mensen zich van de partij af. Hieruit ontstonden o.a. de Pacifistische Socialistische Partij (SPS) in 1957 en Democratische Socialisten 1970 (DS’70).

Den Uyl

Joop den Uyl was één van de weinige van de 'oude garde' die na de vernieuwingen van de PvdA door Nieuw Links nog steeds in de partijtop zat. In 1966 werd hij leider van de PvdA. Na de regeringsperiode met Willem Drees kwam de PvdA pas in 1965 weer in de regering. Dit duurde slechts tot 1966, toen viel het kabinet Cals. Het kabinet viel door een motie over het financieel-economisch beleid (nacht van Schmellzer). Vanaf dat moment tot 1973 zat de PvdA in de oppositie.

In 1973 vormde de PvdA samen met D’66, KVP, ARP en PPR onder leiding van Den Uyl een meerderheidskabinet. Het kabinet kreeg te maken met grote economische problemen als gevolg van de oliecrisis in november 1973. Het kabinet krijgt ook te maken met terroristische acties, zoals de Molukse treinkapingen bij Wijster en De Punt, en de bezetting van een lagere school in Smilde, eveneens door Zuid-Molukkers.

Lockheed

Ook speelde tijdens er de Lockheed-affaire. In 1976 kwam Prins Bernhard in opspraak door de Lockheed-affaire. Hij zou steekpenningen hebben aangenomen. Het kabinet besluit dat Prins Bernhard zich uit alle publieke functies moet terugtrekken. Ook mag hij zijn uniform niet meer in het openbaar dragen.

Het kabinet Den Uyl kwam net voor het einde van de vierjarige kabinetsperiode ten val. Het kabinet nam namelijk ontslag vanwege het uittreden van de ARP ministers in verband met de Kamerbehandeling van de onteigeningswet.
Bij de daaropvolgende verkiezingen haalde de PvdA 53 zetels, maar dat was niet voldoende. Het CDA had samen met de VVD iets meer dan de helft van het aantal Kamerzetels en stelde tijdens de onderhandelingen zulke hoge eisen, dat de PvdA besloot niet mee te doen.

Kernwapens

In 1981 werd er in eerste instantie gerekend op een grote overwinning, maar dat viel tegen. Bij de verkiezingen van 1981 moest Den Uyl rekening houden met het standpunt van het PvdA partijcongres. Die was sterk tegen de plaatsing van kernwapens in Nederland. Volgens opiniepeilingen kostte dit standpunt de PvdA uiteindelijk een flink aantal zetels. Toch kwam PvdA in de regering, samen met het CDA en D’66.

In dit kabinet, kabinet Van Agt II, ontstonden al snel problemen over de werkloosheidsbestrijding. Ruim een maand na het aantreden van het kabinet, op 16 oktober 1981, werd collectief ontslag aangevraagd wegens onenigheid over het financieel-economisch en werkgelegenheidsbeleid. Maar vanwege 2 informateurs werd op 4 november de ontslagaanvraag werd weer ingetrokken.

Uiteindelijk bleek D’66 aan de kant van het CDA te staan, waardoor de PvdA besloot het kabinet te verlaten. Op 12 mei 1982 boden de PvdA ministers hun ontslag aan vanwege onenigheid over de Voorjaarsnota.

Oppositie

De daaropvolgende verkiezingen in 1982 stelden de PvdA in het gelijk, maar het CDA en de VVD vormden met zijn tweeën een regering. Ook tijdens de Tweede-Kamerverkiezingen in 1986 boekte de PvdA zetelwinst, maar waren het de VVD en het CDA die samen de regering vormden. Na deze verkiezingen trad Den Uyl af en werd Wim Kok fractievoorzitter.

Het Tweede kabinet Lubbers viel in mei 1989. PvdA was ondertussen vernieuwd, de rapporten Schuivende Panelen en Bewogen Beweging kregen hun beslag in het verkiezingsprogramma "Kiezen voor kwaliteit". In de vernieuwde PvdA werd afstand genomen van de vroegere acties. Toch verloor in 1989 de PvdA drie zetels en kwam uit op 49 zetels.

Regering

De onderhandelingen over de vorming van een nieuwe regering vonden in eerste instantie plaats met CDA, PvdA en D’66. Uiteindelijk viel D’66 af en gingen PvdA en CDA samen verder onder leiding van Ruud Lubbers (Lubbers III). Wim Kok werd vice-premier en minister van Financiën. Tijdens deze kabinetsperiode bleef de discussie over de nieuwe identiteit van de PvdA actueel, maar de peilingen stonden er niet goed voor.

Kok

Tijdens de verkiezingen van 1994 verloor de PvdA verloor 12 zetels en kwam neer op een totaal van 37 zetels.Vanwege het nog grotere verlies van het CDA bleef de PvdA de grootste partij. Informateur H. Tjeenk Willink (PvdA) adviseerde de koningin een informateur van de VVD te benoemen die een ontwerpregeerakkoord zou schrijven. Dat concept kwam er, alleen niet van een VVD’er, maar van PvdA-leider Wim Kok.

Het concept werd door de vier grootste partijen positief ontvangen. Over sociale zekerheid was het CDA het niet eens, daardoor viel het CDA af en werd er een kabinet gevormd van PvdA, VVD en D’66. Nederland kreeg, voor het eerst sinds 1917, een kabinet zonder confessionele partijen.

Paars

Wim Kok werd minister-president van het eerste Paarse Kabinet. Het belangrijkste programmapunt van het Paarse Kabinet was het creëren van banen. De werkloosheid daalde in deze periode dan ook tot het niveau van voor 1990. Veel traditionele leden van de PvdA verweten de partij dat ze te veel naar rechts verplaatste.

In mei 1998 werden er weer verkiezingen gehouden. De drie partijen hadden van tevoren aangegeven dat ze graag verder wilden gaan met hun samenwerking. Dat lukte, want PvdA won 8 zetels en kwam uit op 45 zetels. D’66 verloor 10 zetels, maar VVD won 7 zetels. Ook bij dit kabinet stond werkgelegenheid voorop. Daarnaast zou er flink geïnvesteerd moeten worden in onder meer onderwijs, zorg, politie en kinderopvang, onder het motto “Werk, inkomen en kwaliteit”.

Referendum

Het was even spannend in de nacht van 18 op 19 mei 1999, ook wel de nacht van Wiegel genoemd. In deze nacht stemde de Eerste Kamer tegen de Grondwetswijziging betreffende een correctief wetgevingsreferendum. Omdat ook één lid van de VVD (Wiegel) tegenstemde, wat tenslotte een regeringspartij was, besloot D66 uit het kabinet te treden. Hierop is een tussentijdse formatie gestart, waardoor Paars II bleef bestaan.

Uiteindelijk viel Paars II toch, vanwege de conclusies in het NIOD rapport over de val van Srebrenica. Deze val van een kabinet is uniek, aangezien er geen sprake was van onderlinge verdeeldheid of een conflict met het parlement.
© 2007 - 2009 Jour, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op 22-05-2007, laatst gewijzigd op 01-12-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Jour is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Geschiedenis van de PvdA"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.