De Turken: steppevolk, slaven, Mamelukse sultans

In Centraal-Azië bevindt zich een brede band van landen waar Turkse (Turkische) talen worden gesproken, zoals Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan. Hier moeten dan ook de wortels van het Turkse volk worden gezocht. Turken speelden in de loop der tijd een vooraanstaande rol in verschillende Midden-Oosterse rijken. Het bekendste is dat van de Ottomanen, die vanaf de 14e eeuw lange tijd hun stempel drukten op de geschiedenis van West-Azië, Europa en de Arabische wereld.
In dit eerste deel van een serie wordt aandacht besteed aan de oorsprong van het Turkse volk en zijn eerste contacten met de islamitische wereld van het Midden-Oosten. Er wordt kort ingegaan op een van de bekendste sultanaten in de Egyptische en Syrische geschiedenis, dat van de Mameluken (± 1250-1517), en de relatie van dat sultanaat met de Turken. In volgende delen wordt de ontwikkeling van de Turken gevolgd in West- en Centraal-Azië vanaf de 10e eeuw (Seldjoeken) tot ongeveer het (een) hoogtepunt van het Ottomaanse Rijk in de 16e eeuw.


De steppen van Centraal-Azië

De vroegst bekende woongebieden van de Turken zijn de uitgestrekte steppen van Centraal-Azië. Een deel van hen bedreef eenvoudige landbouw en was min of meer permanent gevestigd op het land dat het bewoonde en bewerkte. Het andere deel, dat een zo belangrijke rol in de geschiedenis zou gaan spelen, bestond uit veehoudende nomaden die elk jaar grote afstanden aflegden met hun kuddes op zoek naar geschikte weidegronden.

Omdat steppegebieden geen grote bevolkingsdichtheden mogelijk maken, is Centraal-Azië een gebied vanwaaruit op gezette tijden volksverhuizingen plaatsvonden. Nomadische ruitervolken veroverden zodoende grote gebieden van Azië. Vrijwel geen enkel volk was tegen hen opgewassen. Het gaat hier niet alleen om Turken maar ook om Hunnen, Tataren en Mongolen, volken die veel met elkaar gemeen hebben, hoewel de precieze relaties vooralsnog onduidelijk zijn.

In Chinese documenten van ver voor 1000 v.C. wordt geduid op stammen met de naam Xiong-Nu (Hsiung-nu). Dit is een oude vorm van de naam van het volk dat in het westen bekend staat als de Hunnen, van wie vele historici aannemen dat zij de voorvaders zijn van de Turken. De Xiong Nu leefden in een gebied dat wordt begrensd door het Altai-gebergte (Zuid-Siberië in het grensgebied van Rusland, Kazachstan, Mongolië en China), het Baikal-meer en het noorden van de Gobi-woestijn.

De naam ‘Turk’

Chinese analen uit de 6e eeuw n.C. spreken van een machtig rijk in Centraal-Azië dat zich uitstrekte over de steppen vanaf de Chinese grens tot aan de Zwarte Zee – onder andere het hedendaagse Turkmenistan, Oezbekistan, Kazachstan, Kirgizië,
Het Göktürken-rijk ten tijde van zijn grootste verspreiding
Het Göktürken-rijk ten tijde van zijn grootste verspreiding
Mongolië en ook het Oeigoerse deel van China. Dit Göktürken-rijk bestond niet lang en viel kort na zijn opkomst weer uiteen in verschillende elkaar bevechtende delen. Een aantal hiervan kwam onder Chinese heerschappij.

Ook voor de opkomst van het Göktürken-rijk speelden volkeren van Turkse afkomst al een bescheiden rol in de geschiedenis van Azië, en het rijk zou niet meer dan een voetnoot in de geschiedenis zijn geweest, als het Turkse volk dat het rijk stichtte, in de annalen niet bij zijn naam, Tu Kiu, zou zijn genoemd. De Tu Kiu is daarmee het eerste volk in de geschiedenis dat opduikt onder de naam waar de wereld nog veel van zou horen: Turken.

Moslim en slaaf

Vanaf de 7e eeuw hadden de Arabische legers onder de vlag van de nieuwe godsdienst, de islam, grote gebieden van het Midden-Oosten veroverd, inclusief Perzië. Met de verovering van de gebieden tussen de rivieren Amoe Darja en de Syr Darja (ten oosten en zuidoosten van het Aralmeer, ten noorden van het huidige Afghanistan) kwamen zij in direct contact met de Turkse volkeren van Centraal-Azië. De beïnvloeding die hiervan uitging, leidde er onder andere toe dat de Turken in toenemende mate de islam als geloof omarmden en het Arabische schrift overnamen.

Vanaf het begin van de 9e eeuw begonnen de islamitische kaliefen Turkse slaven uit de grensgebieden met de Turkse volkeren te ‘importeren’. Deze (witte) slaven werden vooral ingezet in het leger, veelal als lijfgarde van de heersers. Zij hadden een hogere status dan slaven die in het huishouden of op het land werden ingezet. Zij konden zich binnen het leger opwerken tot een geprivilegieerde militaire kaste die geleidelijk aan de ruggengraat werd van het leger van de moslimlanden.

In latere tijd werden bevelhebbers uit de kaste van de militaire slaven vaak tot gouverneur van provincies benoemd. Het kwam geregeld voor dat zo’n provincie zich afscheidde en dat de gouverneur een eigen dynastie stichtte. Dit gebeurde al in de 9e eeuw, twee eeuwen later waren veel heersers in het Midden-Oosten op een of andere manier van Turkse afkomst. De moslimlegers kregen steeds meer een Turks karakter en uiteindelijk kwamen de moslimregeringen steeds meer onder militaire invloed te staan.

De Turkse leiders die oorspronkelijk als slaven in het leger van de kalief werden opgenomen, worden meestal ‘mameluken’ genoemd, afgeleid van het Arabische mamluk dat ‘in eigendom’ betekent en ook ‘(witte) slaaf’ is gaan betekenen. In Egypte en Syrië regeerde vanaf ongeveer 1250 tot 1517 een dynastie die onder de naam Mameluken bekend zou worden.

De Egyptische Mameluken

De laatste Ajjoebiden-sultan Saleh Najm ad-Din, een achterneef van Saladin (onder andere bekend van de herovering van Jeruzalem op de kruisvaarders in 1187), had voor de bescherming van zijn rijk vele Turkse militaire slaven in zijn leger opgenomen. Na zijn dood en de moord op zijn opvolger grepen de mameluken in 1250 de macht in Egypte en in 1260 in Syrië.

Onder de Ajjoebiden hadden de mameluken gedeeld in de macht, nu was de volledige macht in handen gekomen van een officierskaste waarvan geen van de leden van Arabische afkomst was. Velen spraken zelfs nauwelijks Arabisch. Van 1250 tot 1390 waren de sultans van Turks-Kipchakkische afkomst (het Kipchak-khanaat wordt ook wel het khanaat van de Gouden Horde genoemd), van 1390 tot 1517 waren zij Kaukasisch-Tsjerkessisch (de Tsjerkessen worden ook wel Circassiërs genoemd).

Als eigenlijke stichter van het Mamelukse sultanaat wordt meestal Baibars genoemd die er in 1260 in slaagde de Mongolen bij Ain Jaloet (Noord-Palestina) een verpletterende nederlaag toe te brengen (zie ook Mongoolse invloed op de islamitische wereld?). Door zijn goede relaties met het Byzantijnse Rijk en met de tot de islam bekeerde il-khanen van de Mongoolse Gouden Horde had Baibars toegang tot grote gebieden waaruit hij steeds weer nieuwe mameluken kon rekruteren.

Een Abbassidische prins die na de inname van Bagdad in 1258 door Hülagü naar Kairo was gevlucht, werd door Baibars benoemd tot kalief van Kairo. Deze daad was niet alleen symbolisch van aard, want hij leverde Baibars ook de controle op over de voor de islam heilige plaatsen Mekka en Medina.

Een kalief is volgens de heersende, soennitische opvatting in de islam de opvolger van de profeet, Mohammed. Hij belichaamt het religieuze en politieke gezag over de moslimwereld. De val van Bagdad, de zetel van het kalifaat, in 1258 markeert het eind van het Abbassidische kalifaat. Al ver voor die tijd speelde de stad echter geen rol van betekenis meer als politiek centrum (Mongoolse invloed op de islamitische wereld?).

Een sultan is een onafhankelijk heerser die niet meer is onderworpen aan het politieke gezag van de kalief.

Ondergang van de Mameluken

Vanaf het eind van de 14e eeuw, onder de Kaukasisch-Tsjerkessische sultans, blijkt het Mameluken-rijk weinig stabiel te zijn. Het rijk wordt geteisterd door opstanden en binnenlandse onlusten. Timur Lenk, de nieuwe, sterke veroveraar uit de steppe, maakt hier handig gebruik van en verwoest de bloeiende Syrische steden Aleppo, Hama, Homs en Damascus. Hij deporteert de beste handwerkslieden uit deze steden naar zijn hoofdstad Samarkand (in het huidige Oezbekistan).

Hierdoor verliezen de Mameluken hun centrale positie in de handel tussen Azië en de Middellandse Zee, die vooral via Syrië liep. De omleiding van de handel met Azië via de haven van Jedda (in het huidige Saoedi Arabië), een staatsmonopolie op onder meer specerijen en extra tolheffingen moesten ervoor zorgen dat de inkomsten voor de staatskas op peil werden gehouden. Dit lukte maar gedeeltelijk. Een zware klap kreeg het rijk voorts te verwerken toen de Portugezen in 1498 de zeeroute van Europa via Kaap de Goede Hoop naar Azië ontdekten. Het Mameluken-rijk verloor zijn rol als schakel in de handel tussen de Middellandse Zee en Azië.

Ottomaanse verovering

Aan het Mameluken-rijk komt in 1517 een eind als Selim I, de sultan van het Ottomaanse Rijk Egypte en Syrië verovert.

Hoewel de wortels van de Mameluken net als die van de Ottomanen kunnen worden getraceerd tot de Aziatische steppevolkeren die vanaf de 7e eeuw steeds meer in contact kwamen met het Midden-Oosten, is de geschiedenis van hun respectieve opkomst niet vergelijkbaar. Waren de Mameluken vooral opvolgers van een eerder rijk, het Ottomaanse Rijk is vooral ontstaan door verovering en geleidelijke uitbreiding.
© 2010 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Mamluk Sultan Baibars Tot op de dag van vandaag wordt hij vereerd in Egypte en Syrië als degene die de laatste Kruisvaard…
De eerste Ottomaanse heersers In de 11e en 12e eeuw heerste het Grootseldjoekse rijk in grote delen van West-Azië. Toen h…
De Seldjoeken: van Turkse familie tot islamitisch rijk Vanaf de 7e eeuw waren er in toenemende mate contacten tussen Turk…
Mongoolse invloed op de islamitische wereld? Anders dan de opvolgers van Jenjis (Dzjengis) Khan die als Yüan-dynastie tus…
Het Ottomaanse Rijk - Een rijk van drie continenten Het Ottomaanse Rijk was een reusachtig rijk heersend over drie contin…

Reageer op het artikel "De Turken: steppevolk, slaven, Mamelukse sultans"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Dreus
Rubriek: Mens en Samenleving / Politiek
Schrijf mee!