Het Ottomaanse Rijk in de 19e eeuw: westerse invloed groeit

Met de landing van Napoleon in 1798 in Egypte begint een tijdperk waarin de landen van het Midden Oosten steeds meer worden blootgesteld aan invloeden van het moderne westen. Het heeft er echter alle schijn van dat hiermee de Europese grootmachten – Engeland, Frankrijk, Rusland en, enigszins op de achtergrond, Pruisen (Duitsland) en Oostenrijk-Hongarije – ook hun onderlinge rivaliteiten uitbreiden naar het Midden Oosten.

Napoleon

Voor het eerst sinds de kruistochten werd er in 1798 een westerse militaire expeditie naar het Midden Oosten ondernomen: in dat jaar bezette een Frans leger onder bevel van Napoleon Egypte. In 1799 probeert Napoleon vanuit Egypte ook Palestina te bezetten, iets wat hem niet lukt.

Het lot van Napoleons campagne in Palestina werd bezegeld tijdens het beleg van Akka (Akko, Acre) van maart tot mei 1799. De verdedigingsmuren van de stad bleken ondoordringbaar en het verzet van de Ottomaanse aanvoerder Ahmad Pasha al-Jazzar was fel. al-Jazzar was bovendien een bondgenoot van Engeland dat hem met zijn vloot te hulp schoot. En daarbij werden de Franse troepen geteisterd door een pestepidemie.

Voor Akka had Napoleon al flink huisgehouden in Palestina, bijvoorbeeld in Gaza en Jaffa. Zijn terugtocht naar Egypte, eind mei 1799, ging eveneens gepaard met vele verwoestingen en platgebrande landerijen. In 1801 vertrekt het Franse leger uit Egypte. De hulp die de Ottomanen hadden gekregen van de Britse vloot, speelde hierbij een doorslaggevende rol. Napoleon zelf was al in augustus 1799 naar Frankrijk teruggekeerd, waar hij zijn eerste stappen op weg naar het keizerschap zette.

Toen Napoleon nog dacht dat de inname van Akka slechts een kwestie van tijd was, schreef hij een proclamatie waarin hij de oprichting van een joodse staat in Palestina aankondigde, onder bescherming van Frankrijk. De joden die buiten het land van hun voorvaderen woonden (“Rechtmatige erfgenamen van Palestina”), werden erin aangespoord daar naartoe terug te keren. Deze proclamatie zou moeten worden voorgelezen na de val van Akka. Het is er dus niet van gekomen.

Muhammed Ali

Onder andere uit deze gebeurtenissen leerden de machthebbers in het Midden Oosten een dubbele les. Aan de ene kant was een tamelijk klein, westers expeditieleger in staat gebleken Egypte te bezetten, aan de andere kon dat leger slechts met hulp van een andere westerse mogendheid weer worden verdreven.
Muhammed Ali
Muhammed Ali
De machthebbers van het Ottomaanse rijk en de gebieden onder hun bestuur trekken meer en meer de conclusie dat enige vorm van modernisering à la het westen nodig was om in de moderne wereld te kunnen overleven. Het bekendste voorbeeld hiervan is Egypte onder Muhammed Ali, in 1808 aangesteld als Ottomaans gouverneur (wali).

Onder zijn bewind voerde Muhammed Ali talrijke hervormingen door. Om zijn leger meer op westerse leest te schoeien trok hij veel materieel en vele individuele militaire en technische experts uit Europa aan; later liet hij zelfs hele militaire delegaties overkomen. De omvang van het leger breidde hij sterk uit door de gedwongen rekrutering van boeren. De enorme kosten die hiermee gemoeid waren, moesten worden opgebracht door de economie productiever te maken.

De hervorming van de economie en de grote vraag op de wereldmarkt naar katoen leidden ertoe dat Egypte een van de grootste katoenproducenten ter wereld kon worden. De hervorming in de landbouwsector werd ondersteund met grootscheepse infrastructurele werken (wegen, spoorwegen, kanalen, iirigatiewerken, communicatie). Daarnaast reorganiseerde Muhammed Ali het bestuur naar een meer westers model, bijvoorbeeld op gebieden als belastingheffing en rechtspraak. Ook maakte hij het land opener voor buitenlanders.

Muhammed Ali bezet Syrië en Palestina

In de loop der tijd was Muhammed Ali zich steeds onafhankelijker van de Ottomaanse sultan gaan opstellen. Dit ging zelfs zo ver dat hij in 1831 Palestina en Syrië bezette. Een pasha uit Egypte was in opstand gekomen tegen de Ottomaanse sultan, had gebied van andere pasha’s veroverd en dwong de sultan de ‘rechtmatigheid’ van zijn veroveringen toe te geven. Ibrahim Pasha, stiefzoon van Muhammed Ali en de leider van de militaire campagne, nam het bestuur van de veroverde gebieden op zich en vestigde zich daartoe in Damascus.

De bezetting van Palestina en Syrië diende een tweeledig doel. Ten eerste vormden de bezette gebieden een buffer tussen Egypte en Turkije – het Ottomaanse hartland – zodat Muhammed Ali de onafhankelijke positie van Egypte beter kon beschermen tegen de sultan. Ten tweede was de bezetting een eerste stap naar de stichting van een groot Arabisch rijk van Egypte tot Irak.

Palestijnse opstand

Evenals in Egypte werden er in Palestina hervormingen doorgevoerd die de moderne tijd moesten uitdragen en die een eind moesten maken aan de vermolmde structuren van het Ottomaanse rijk. En net als in Egypte werden vele moslimboeren gedwongen toe te treden tot het Egyptische leger, daarmee hele dorpseconomieën ruïnerend. De bevolking kwam echter in opstand tegen de bezetter, culminerend in de grote opstand van 1834. Deze opstand markeert de eerste keer dat de Palestijnse samenleving min of meer als eenheid optrad – notabelen, religieuze leiders, stedelingen, boeren en bedoeïenen sloten zich erbij aan.

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, is de opstand geen bewijs voor de vermeende Palestijnse onwil de moderniteit te omarmen. De opstand was niet gericht tegen de moderniseringsmaatregelen an sich die Muhammed Ali en Ibrahim Pasha wilden doorvoeren, maar was vooral een gevolg van de zware onderdrukking waarmee dit alles gepaard ging. Met het mislukken van de opstand wordt het gebied onderworpen aan een staat wiens leider voor zichzelf een belangrijke rol nastreefde op het podium van de internationale politieke en economische betrekkingen.

Egypte trekt zich terug, Ottomaanse hervormingen

Door een interventie van Engeland en Oostenrijk in 1840-41 werd Egypte gedwongen zijn troepen uit Syrië en Palestina terug te trekken. De reden voor Engeland om in te grijpen was zijn angst dat, als het Ottomaanse rijk ineen zou storten, Rusland en in mindere mate Frankrijk er met het grootste deel van de buit vandoor zouden gaan. Dat weer zou een bedreiging vormen voor de bescherming van de (handels)route naar India.

Vanaf die tijd was sprake van een de facto detente tussen de Europese staten die erop gericht was de eenheid van het Ottomaanse rijk te bewaren. Onder meer met de in 1839 door de Ottomaanse overheid afgekondigde Tanzimat-hervormingen kregen Engeland en andere Europese grootmachten zonder de last van een directe bezetting de gewenste invloed op de regio. Gebieden als Syrië en Palestina werden beter toegankelijk voor buitenlanders (pelgrims, diplomaten en immigranten), die nu onder de bescherming van hun respectieve consulaten stonden.

Bescherming van christelijke minderheden

In deze tijd richtten de zorgen van het westen zich nog vooral op de bescherming van de christelijke minderheden en de christelijke heilige plaatsen. De minderheden vielen voor het grootste deel onder bescherming van Rusland (orthodoxe christenen) en Frankrijk (katholieken). Voor Engeland en Pruisen (Duitsland) waren er geen religieuze gemeenschappen die zij ‘kant-en-klaar’ konden adopteren om te beschermen, d.i. om permanente invloed in het gebied te vestigen. Dat Engeland in de Egyptisch-Turkse oorlog van 1839 tot 1841 de joodse gemeenschap in Palestina verdedigde, was meer een zet geweest tegen Frankrijk dan dat het zich serieus voor deze gemeenschap wilde inzetten.

Robinson's boog in Jeruzalem: bijbelse archeologie
Robinson's boog in Jeruzalem: bijbelse archeologie
Al vanaf de jaren twintig van de 19e eeuw waren protestantse missionarissen uit Engeland en Amerika begonnen toestemming te zoeken om religieuze instellingen in Jeruzalem en elders in Palestina te mogen stichten. Ibrahim Pasha stond het de missionarissen toe te preken en zelfs om scholen te stichten. De Egyptische periode markeert ook het begin van de bijbelse archeologie. In 1838 mocht Engeland een consulaat in Jeruzalem openen. In 1841 stichtten de protestantse missies van Engeland en Pruisen een gezamenlijk episcopaat in Jeruzalem (de Duitsers trokken hun steun hiervoor in 1881 in).

De eersten die profiteerden van de openstelling van Syrië en Palestina voor immigranten, waren vluchtelingen uit gebieden die het Ottomaanse rijk had verloren aan Rusland en de andere Europese grootmachten: Bosniërs, Tsjerkessen (Circassiërs) en Algerijnen en Tunesiërs. Later vestigden zich ook kleine groepen niet-moslims van buiten het Ottomaanse rijk, zoals Duitse Tempeliers en Amerikaanse protestanten. De grootste golf kwam echter vanaf het eind van de eeuw van joodse gemeenschappen in Rusland en Oost-Europa, als voorlopers van de zionistische beweging.

Meer weten?

Het werk van Bernard Lewis, en vele anderen, biedt vele aanknopingspunten voor meer kennis over deze periode in de geschiedenis van het Midden Oosten. Specifieker is het werk van Alexander Schölch en Judith Mendelsohn Rood.

Schölch gaat in zijn “Palästina im Umbruch 1856-1882” (Wiesbaden en Stuttgart: Franz Steiner Verlag, 1986; Engelse versie “Palestine in Transformation, 1856-1882. Studies in Social, Economic and Political Development” (Washington, DC: Institute for Palestine Studies, 1993)) diep in op de wijze waarop de Europese grootmachten in hun onderlinge naijver hun invloed in het Midden Oosten geleidelijk uitbreidden en welke effecten dit had voor de regio.

In haar “Sacred Law in the Holy City. The Khedival Challenge to the Ottomans as Seen from Jerusalem, 1829-1841” (Leiden: Brill Academic Publishers, 2004) behandelt Rood de invasie van Muhammed Ali, gaat zij diep in op de hervormingen die hij trachtte door te voeren, de reactie van de Syrische en Palestijnse bevolking daarop en de gevolgen voor de lange termijn.

Napoleons proclamatie is makkelijk op internet te vinden (zowel de Franse versie als vertalingen in het Nederlands en Engels).

Naar de special.
Zie ook Het Suez-kanaal: Frans-Britse rivaliteit in de 19e eeuw.

Voor een breder perspectief waarin dit artikel kan worden geplaatst, zie de special Het Midden-Oosten in westerse invloedssfeer: 1800-1935.
© 2009 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Het Suez-kanaal: Frans-Britse rivaliteit in de 19e eeuw Op 17 november 2009 is het 150 jaar geleden dat het Suez-kanaal o…
Het Ottomaanse Rijk - Een rijk van drie continenten Het Ottomaanse Rijk was een reusachtig rijk heersend over drie contin…
Mohammed Ali Pasha Mohammed Ali Pasha, 1769 tot 1849. Egypte in overgang van de Turkse overheersing naar de moderne tijd.
Sinaasappelen uit Jaffa Het gebied rond Jaffa, een Arabische stad ten zuiden van en vastgegroeid aan Tel Aviv, was beroem…
Christelijke voorlopers van het zionisme Christelijke zionisten geloven dat de terugkeer van de joden naar het Heilige La…

Reageer op het artikel "Het Ottomaanse Rijk in de 19e eeuw: westerse invloed groeit"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Dreus
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Politiek
Schrijf mee!