Politiek en Europa

Ontstaan van de Europese Unie

Ontstaan van de Europese Unie

De Europese Unie begint een steeds belangrijkere rol in ons leven te krijgen. Hoe is het zover gekomen dat deze gemeenschap ontstond? Vanaf de tweede wereldoorlog zijn landen er op gericht om samen te werken om te voorkomen dat er een nieuwe oorlog zou ontstaan. Het Schumanplan stond aan de basis van een samenwerking die er toe zou leiden dat er steeds minder verschillen tussen de deelnemende landen ontstonden.


Jean Monnet

Het begon allemaal bij de Fransman Jean Monnet, die in 1943 een notitie aan zichzelf schreef over de toestand in de wereld. Hij vroeg zich af wat er na de overwinning van de geallieerden in de tweede wereldoorlog in Europa zou moeten gebeuren. Volgens hem moest er voorkomen worden dat er opnieuw oorlogen kwamen en dit kon volgens hem voorkomen worden door te streven naar Europese samenwerking. Een economische gemeenschap zou een belangrijk onderdeel van dit geheel moeten vormen. In 1948 sloten Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Beneluxlanden het pact van Brussel. Zij werkten samen om een nieuwe aanval van Duitsland te voorkomen. In mei 1950 werd de NAVO opgericht waarmee de VS, Europa hielp in het verlangen naar bescherming.

Het Schumanplan

Op 9 mei 1950 lanceerde de Franse minister van buitenlandse zaken, Robert Schuman, een plan voor samenwerking in West-Europa. Dit plan werd het Schumanplan genoemd. Volgens dit plan moest er een supranationale(Nationale verschillen te boven gaande) instelling komen die boven de deelnemende lidstaten staat en deze instelling zou gaan over de bevoegdheden van kolen- en staalproductie. Frankrijk, BRD (West-Duitsland), Italië, België, Nederland en Luxemburg stonden positief ten opzichte van dit plan. Deze zes landen namen deel aan de onderhandelingen over de plannen van Schuman en Monnet. Op 18 april 1951 ondertekenden deze landen het verdrag van Parijs voor de oprichting van de Europese gemeenschap voor kolen en staal (EGKS). In 1952 trad dit verdrag in werking. Het bestuurlijk centrum werd gevormd door een negenkoppige Hoge autoriteit met Monnet als eerste voorzitter. De Hoge autoriteit werd gecontroleerd door een Algemene vergadering. De Algemene vergadering bestond uit 78 mensen uit de nationale parlementen. De beslissingen werden echter genomen door de Raad van Ministers, hierin zaten bestuurders uit de regeringen van de lidstaten. De rechtsprekende macht had het Europese hof van Justitie.

Resolutie van Messina

Het tweede plan van Monnet voor Europese integratie mislukte, het was gericht op een Europese Defensie Gemeenschap (EDG). In 1954 werden de Akkoorden van Parijs tot stand gebracht, waardoor de BRD toetrad tot de NAVO en dat zorgde ervoor dat de BRD herbewapend werd. In 1955 op 1 en 2 juni vond in Messina een conferentie plaats over de plannen van Monnet en anderen. De resolutie van Messina werd het symbool van de Relance Europeénne. Hierdoor gingen ze onderzoek doen naar de haalbaarheid van een gemeenschappelijke markt en atoomgemeenschap. In april 1956 werd het eindrapport gepresenteerd van het comité en werd de gemeenschappelijke markt en de atoomgemeenschap (Euratom) met elkaar verbonden. De onderhandelingen over deze gemeenschappen liepen stroef. Tijdens een conferentie in Parijs leek het of de onderhandelingen zouden mislukken.

Europese Economische Gemeenschap (EEG)

Het bezoek van de West-Duitse Adenauer aan de Franse premier Mollet leidde tot een succes en een overeenkomst tussen de BRD en Frankrijk. Dit leidde tot de ondertekening van de verdragen van Rome op 25 maart 1957. Hierdoor werden de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom opgericht. Het rapport van de Belgische minister van buitenlandse zaken Paul-Henri Spaak bleek het begin te zijn voor de structuur van de EEG.

Charles de Gaulle

Het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Ierland stelde zich als eerst beschikbaar voor toetreding tot de EEG in 1961. De generaal Charles de Gaulle was in 1958 in Frankrijk aan de macht gekomen. Hij hield de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot 2 keer tegen omdat hij vond dat ze te nauw met de VS waren verbonden en het volgens hem te veel met het Europese continent verschilde. Volgens de Gaulle moest Europa een ‘Europa van Staten’ zijn dus intergouvernementeel(tussen regeringen in) in plaats van supranationaal (Nationale verschillen te boven gaand).

Compromis van Luxemburg

In 1965 dreigde Frankrijk uit de EEG te stappen omdat ze niet konden accepteren dat de andere lidstaten aan Frankrijk hun wil zouden opleggen. Daardoor maakte de Commissie nieuwe voorstellen voor Frankrijk zodat ze meer in hun behoefden zouden voldoen. In 1966 werd daarmee het Compromis van Luxemburg afgesloten. Als er belangrijke belangen op het spel zouden staan kon er worden besloten door unanimiteit in plaats van meerderheid.

Door het Compromis van Luxemburg was de strijd over het Europese integratieproces nog niet over. Er zouden nog veel strijdpunten volgen waarvan hieronder drie belangrijke punten:
  1. De methode van integratie, Supranationaal of Intergouvernementeel.
  2. De snelheid en omvang van integratie, verdieping en/of verbreding.
  3. De verhouding tussen grote en kleine lidstaten.
Over deze punten zijn veel discussies geweest. Hierbij hebben veel vergaderingen van de Raad plaatsgevonden waarin veel moeilijke teksten en vraagstukken naar voren kwamen. Lidstaten waren het vaak met het ene punt eens maar met een ander punt weer niet.

Toetreding tot Europese Economische Gemeenschap

In 1967 werd het verdrag uitgevoerd van de fusie van de Europese gemeenschappen. Er is nog maar één commissie en één raad die optreden. Nadat de Gaulle in 1968 was weggegaan ontstond er weer ruimte voor uitbreiding van Europese integratie. De onderhandelingen over de toetreding van het Verenigd Koninkrijk werd heropend. In januari 1973 traden het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Ierland uiteindelijk toe tot de EEG nadat ze zich kandidaat hadden gesteld in 1961.

Interne markt en rechtstreekse verkiezingen

Na de tweede wereldoorlog hadden de West-Europese landen zich tot verzorgingsstaten ontwikkeld. Langzaam kwam de verzorgingsstaat onder druk te staan door toenemende werkloosheid en lage economische groei. Ook zagen ze een steeds grotere achterstand op technologisch gebied met Japan en de VS. Het Verenigd Koninkrijk wilde graag een interne markt waarin goederen vrij konden worden verhandeld.

Jacques Delors de voorzitter van de Europese commissie probeerde zijn doelstellingen te laten passen in het proces van een interne markt.

In 1979 werden de eerste rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement gehouden. Ook in dit zelfde jaar zette het Europees Monetair Stelsel (EMS) de eerste stappen naar een eenheidsmunt door het invoeren van een Europese rekeneenheid de ecu.

Toetredingen en Doelstelling ‘92

In 1981 trad Griekenland als 10e lid toe tot de Europese Gemeenschap. Begin 1986 werden de onderhandelingen over aanpassing van het EEG(Europese Economische Gemeenschap) verdrag uit 1957 succesvol afgerond. De Europese Akte werd ondertekend wat een aanvulling was op de Verdragen van Rome. Doelstelling ’92 was een Commissie programma dat moest worden gerealiseerd door een commissie voor voltooiing van de interne markt. De maatregelen die genomen moesten worden voor dit proces werden goedgekeurd door de Raad van Ministers. In 1986 traden Spanje en Portugal als 11e en 12e lid toe tot de EEG. Deze lidstaten bogen zich nu op de voltooiing van vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal.

Val van de Berlijnse muur en oprichting Europese Unie (EU)

In 1989 werd besloten dat er een Europese Centrale Bank (ECB) moest komen die moest zorgen voor prijsstabiliteit van de lidstaten. In Duitsland namen op dat moment vluchtelingstromen uit Oost-Duitsland toe en er kwamen steeds meer demonstraties. Dit leidde ertoe dat de Berlijnse muur op 9 november 1989 viel. De bondskanselier Helmut Kohl wilde een snelle Duitse eenwording. West-Europese partners probeerden dit echter tegen te gaan omdat ze hadden gemerkt wat een Duitse macht kon doen. In 1990 werd overeenstemming bereikt over de conferenties over de Europese Monetaire Unie (EMU) en een Europese Politieke Unie (EPU). In 1992 werd het verdrag van Maastricht ondertekend. De structuren van het Europese integratieproces werden vernieuwd zodat besluiten democratischer zouden verlopen. De organisatie zou overgaan tot de Europese Unie (EU). De EEG (Europese Economische Gemeenschap), Euratom en EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) werden samengevoegd tot de Europese Gemeenschap (EG) die de supranationale (Nationale verschillen te boven gaand) eerste pijler vormde. Er werden twee intergouvernementele (Tussen regeringen in) pijlers toegevoegd: het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid, en Justitie van Binnenlandse zaken. In het verdrag van Maastricht stond dat de EU streefde naar één gemeenschappelijke munt en dat de Europese Centrale Bank (ECB) volgens het model van de Bundesbank zou moet worden vormgegeven.

Grote veranderingen en uitbreidingen

Sinds 1993 is de EU meer gericht op eenwording van West- en Oost Europa, zoals dat ook al aan de Duitse eenwording te zien was. De Europese Monetaire Unie (EMU) werd gezien als de laatste stap op vooruitgang op sociaaleconomisch gebied en eenwording van Europa. In 1993 besloten de regeringsleiders van de lidstaten tijdens de Europese raad van Kopenhagen tot uitbreiding van de EU met tien landen uit Midden- en Oost Europa. Ze zouden eerst moeten voldoen aan de ‘Criteria van Kopenhagen’ om te kunnen toetreden. Daarvoor traden nog in 1995 Zweden, Finland en Oostenrijk toe tot de Europese Unie waardoor het ‘Europa van de 15’ (EU-15) ontstond. De uiteindelijke datum voor toetreding van de 10 landen stond nog niet vast omdat ze eerst aan de voorwaarde moesten voldoen. De Europese Unie zou nog aangepast moeten worden doordat de landen die er zouden bijkomen tot grote veranderingen zouden leiden binnen de EU.

Verdrag van Amsterdam en Nice

In 1997 werd het verdrag van Amsterdam ondertekend waardoor over veel zaken een akkoord was gesloten. Maar niet voor de aanpassingen van de EU met betrekking tot de uitbreiding. De grote en kleine lidstaten konden het niet eens worden over de stemverhoudingen in de Raad en de samenstelling van de Commissie. In 2000 startte een nieuwe conferentie over de aanpassingen die de Europese Unie moest ondergaan. In Nice werd uiteindelijk in 2001 een nieuwe verdragstekst gemaakt, het verdrag van Nice. Overal werd Nice ervaren als een nederlaag voor de EU omdat het verdrag nauwelijks te volgen was. Nieuwe landen kregen veel stemmen toegekend wat veel mensen dwarszat. Door meer lidstaten was het steeds ingewikkelder geworden hoe alles bedacht moest worden.

Instelling van een Conventie(verdrag) en onrust

De zorgen over de grote uitbreiding namen toe bij de bestuurders en ook bij de Europese bevolking. Volgens veel mensen moesten ze geografische grenzen maken in plaats van steeds meer naar het oosten en zuiden uit te breiden. In 2001 in België werd besloten dat er een conventie moest worden ingesteld. Deze conventie bestond uit een vergadering van de staatshoofden, regeringsleiders en vertegenwoordigers van de vijftien lidstaten en de twaalf kandidaat lidstaten. Deze conventie zou voorstellen moeten doen voor een Europese grondwet. Ook door deze conventie lukte het niet om tot een verdrag te komen. De conventie vond een aanpassing van de stemweging van de regels van Nice beter en eerlijker. Maar de kleine lidstaten zouden hierdoor weer een slechtere positie krijgen. Het integratieproces zorgde voor steeds meer onrust bij burgers.

Invoering van de Euro en de grote uitbreiding

In 2002 werd de euro ingevoerd waarmee er een stap werd gedaan naar een grotere Europese unie. De munt werd in elf landen ingevoerd waarbij in 2007 Slovenië kwam. In 2004 werd de Europese Unie uitgebreid met 10 landen: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Het nee van de Franse en Nederlandse burgers in 2005 tegen de grondwet zorgde voor een schok in Europa. Duidelijk was dat de problemen nog niet voorbij waren en er nog een lange weg te gaan was met de 25 landen. De komende jaren zal blijken of het herenigde Europa vrede, welvaart en stabiliteit kan bieden. Op 1 januari 2007 hebben Bulgarije en Roemenië zich toegevoegd aan de Eu waardoor er nu 27 landen in de EU zitten. Op 1 januari 2008 voerden ook Cyprus en Malta de Euro in als munt.
© 2008 - 2009 Hugoboss, gepubliceerd in Politiek (Mens en Samenleving) op 23-09-2008, laatst gewijzigd op 15-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hugoboss is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Ontstaan van de Europese Unie"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.