Jeugdzorg: beleid of wanbeleid?
In het Landelijk Beleidskader Jeugdzorg 2009 tot en met 2012 wordt een vierjarenplan voor het beleid en de werking van de jeugdzorg geschetst. Het beleidskader vermeldt een stijging in het aantal malen dat er contact gezocht wordt met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Is er met het beleidskader en de beleidspunten sprake van een haalbaar, uitvoerbaar en wenselijk beleid?Inleiding
In het Landelijk Beleidskader Jeugdzorg 2009 tot en met 2012 wordt een vierjarenplan voor het beleid en de werking van de jeugdzorg geschetst (Van der Linden, Ten Siethoff en Zeijlstra-Rijpstra, 2010). Het beleidskader vermeldt een stijging in het aantal malen dat er contact gezocht wordt met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Van de provincies wordt verwacht dat zij actief meewerken aan het verkorten van de wachtlijsten die er bestaan voor het uitvoeren van onderzoeken door het AMK. Hiertoe moeten de provincies erop toezien dat er enerzijds meer onderzoeken uitgevoerd worden en anderzijds zijn zij mede verantwoordelijk voor het verkorten van de doorlooptijd van de onderzoeken. De introductie van het casusoverleg sluit hierop aan (Programmaministerie voor Jeugd en Gezin & Ministerie van Justitie, 2008).Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) kan een dergelijk casusoverleg organiseren indien zij inzake een bepaalde cliënt of opvoedingssituatie hiertoe voldoende aanleiding ziet. De betrokken deskundigen komen bijeen om tot een helder beeld en mogelijk plan van aanpak van het probleem te komen (Van Eijck, 2006). Het doel van deze werkwijze is om de doorlooptijden van een onderzoek voordat er al dan niet een kinderbeschermingsmaatregel geïmplementeerd wordt te verkorten tot twee kalendermaanden (BMC Adviesmanagement, 2009). Is er in het kader van deze in het beleidskader besproken beleidspunten sprake van een haalbaar, uitvoerbaar en wenselijk beleid?
Onderzoek
Het sturingsadvies voor het jeugdbeleid adviseert dat de AMK-functie overgeheveld wordt naar de lokale overheid door deze functie onder te brengen in Centra voor Jeugd en Gezin (BMC Adviesmanagement, 2009). Het was zo dat een melding van kindermishandeling binnenkomt bij en onderzocht wordt door het AMK. De Raad voor de Kinderbescherming wordt vervolgens ingeschakeld als de ernst van de melding daarom vraagt en onderzoekt de zaak opnieuw (Van Eijck, 2006). Het sturingsadvies adviseert dat het AMK de melding screent door snel contact op te nemen met het gezin. Indien noodzakelijk verricht de Raad vervolgens het verdere onderzoek (Van Eijck, 2006). Een voordeel van deze structuur is dat de doorlooptijden zullen verkorten doordat dubbel werk voorkomen wordt. Tevens is de drempel tot het doen van een melding laag omdat het Centrum van Jeugd en Gezin enkel de screening doet en niet het verdere onderzoek (Van Eijck, 2006).Enerzijds beschrijft het evaluatieonderzoek (BMC Adviesmanagement, 2009) dat het creëren van één toegang tot het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, een van de doelstellingen van de Wet op de jeugdzorg, geslaagd is (BMC Adviesmanagement, 2009). Anderzijds is het niet altijd duidelijk is waar – bij de toegang of bij het AMK- een melding gedaan moet worden waardoor zowel de signalering als melding van kindermishandeling niet altijd goed verloopt. Dit ligt niet in lijn met het streven naar die ene toegang tot de jeugdhulpverlening (BMC Adviesmanagement, 2009). Er zijn nog enkele kanttekeningen te plaatsen bij het functioneren van het AMK. Zo is de informatie-uitwisseling tussen en binnen de betrokken organisaties bij kindermishandeling niet goed georganiseerd. Daarnaast zijn veel professionals daarnaast niet altijd in staat om signalen van mishandeling adequaat op te vangen waardoor hulpverlening uitblijft (BMC Adviesmanagement, 2009).
In de wet is opgenomen dat het AMK bij (een vermoeden van) kindermishandeling ook zonder toestemming van de cliënt mag optreden en gegevens mag uitwisselen (BMC Adviesmanagement, 2009). En dat kindermishandeling al langer een belangrijk beleidspunt is, blijkt uit het ontstaan van de Reflectie en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling. Deze groep heeft een aanpak van kindermishandeling ontwikkelt waarvan een van de doelen is om kindermishandeling zo snel mogelijk te signaleren van kindermishandeling en zo snel mogelijk over te gaan tot het onderzoeken van vermoedens (BMC Adviesmanagement, 2009).
Binnen de jeugdzorg ziet men vaak lange doorlooptijden waardoor jeugdigen lang moeten wachten op de hulp waar ze recht op hebben (Van Eijck, 2006; Inventgroep, 2005). Zo kan de doorlooptijd voor een ondertoezichtstelling oplopen tot vijftien maanden (Van Eijck, 2006). Door het invoeren van een casusoverleg - waaraan vertegenwoordigers van Bureau Jeugdzorg (BJZ), Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en de Raad voor de Kinderbescherming deelnemen - hoopt men deze doorlooptijden te kunnen verkorten (Van Eijck, 2006). Wanneer de betrokken partijen samenkomen in plaats van ieder voor zich aan een casus werken resulteert dit in een betere informatie-uitwisseling (BMC Adviesmanagement, 2009). De casus van het meisje Gessica, waarin duidelijk wordt hoe gebrekkig de afstemming tussen de ketenpartners binnen de jeugdzorg kan zijn, pleit mee voor het belang van de invoer van het casusoverleg (Inspectie voor de Gezondheidszorg, 2007).
Sinds de invoering in 2005 zijn er jaarlijks meer casusoverleggingen bijgekomen en is de samenwerking tussen BJZ en de Raad voor de Kinderbescherming sterk verbetert. Ook zijn de doorlooptijden sindsdien al aanzienlijk verkort (BMC Adviesmanagement, 2009). In het ideale geval vindt er een week na de zorgmelding een casusoverleg plaats indien dit na een screening noodzakelijk geacht wordt. Dan wordt er gekeken of er een kinderbeschermingsmaatregel nodig zal zijn en wordt de kinderrechter hier door BJZ meteen om verzocht zodat al tijdens het onderzoek een zitting gepland kan worden en daadwerkelijke hulp sneller geboden kan worden (BMC Adviesmanagement, 2009).
Omdat binnen een casusoverleg vaak jongeren ter sprake komen wier ouders wegens psychiatrische problemen binnen de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) worden behandeld, komt de afstemming tussen BJZ en GGZ vaak moeizaam tot stand (BMC Adviesmanagement, 2009). En in het kader van de jeugdreclassering staan de doorlooptijden onder druk door een gebrek aan middelen en menskracht ten behoeve van kwaliteitsverbeteringen (BMC Adviesmanagement, 2009).
Concluderend is het opgestelde beleid ten aanzien van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en de invoering van het casusoverleg een wenselijk beleid. Om bij kindermishandeling adequaat te kunnen ingrijpen, is het noodzaak dat er tijdig gestart kan worden met de hulpverlening. Het onderbrengen van de AMK-functie binnen Centra voor Jeugd en Gezin is een krachtig middel om tot meer efficiënte hulpverlening te komen. De invoering van het casusoverleg ligt hiermee in lijn en heeft reeds een goede start gemaakt in het verkorten van doorlooptijden omdat het voorkomt dat ketenpartners langs elkaar heen werken. Tegelijk staat dit beleid nog in de kinderschoenen en ervaart men op diverse gebieden nog knelpunten door onder andere een gebrek aan menskracht.
© 2011 - 2012 Sb333, gepubliceerd in Pedagogiek (Mens en Samenleving) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Centrum Jeugd en Gezin: Wat is het Centrum Jeugd en Gezin? Eind 2011 moeten alle Nederlandse gemeente een Centrum voor Je…
CJG, Centrum voor Jeugd en Gezin In 2008 heeft de overheid aan gemeenten opgelegd om een voorziening voor kinderen / jeug…
Hoe vaak komt kindermishandeling voor? Hoe vaak komt kindermishandeling voor? Jarenlang is er genoegen genomen met cijfer…
Kindermishandeling vermoeden: kan melden dan anoniem? Als een buurkind of jongere die iemand kent toch wel erg vaak onder…
Gerelateerde artikelen
Kindermishandeling, wat (niet) te doen? Kindermishandeling, een onderwerp waar veel over gesproken wordt door ouders en d…Centrum Jeugd en Gezin: Wat is het Centrum Jeugd en Gezin? Eind 2011 moeten alle Nederlandse gemeente een Centrum voor Je…
CJG, Centrum voor Jeugd en Gezin In 2008 heeft de overheid aan gemeenten opgelegd om een voorziening voor kinderen / jeug…
Hoe vaak komt kindermishandeling voor? Hoe vaak komt kindermishandeling voor? Jarenlang is er genoegen genomen met cijfer…
Kindermishandeling vermoeden: kan melden dan anoniem? Als een buurkind of jongere die iemand kent toch wel erg vaak onder…
Bronnen en referenties
- BMC Adviesmanagement (2009). Evaluatieonderzoek Wet op de jeugdzorg. Verkregen op 27 april, 2010, van http://www.destentor.nl/multimedia/archive/01399/Evaluatieonderzoek_1399291a.pdf
- Eijck, S.R.A. van (2006). Sturingsadvies 1: Koersen op het kind. Verkregen op 27 april, 2010, van http://www.onderwijsachterstanden.nl/docs/sturingsadvies_operatie_jong.pdf
- Inspectie voor de Gezondheidszorg (2007). Brede zorgcoördinatie noodzakelijk: Onderzoek naar de hulpverlening rond het meisje Gessica. Nederland: Utrecht: Inspectie voor de gezondheidszorg.
- Inventgroep (2005). Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter. Utrecht, Nederland: Julius Centrum.
- Linden, A.P. van der, Siethoff, F.G.A. ten, Zeijlstra-Rijpstra, A.E.I.J. (2009). Jeugd en Recht. Nederland, Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
- Programmaministerie voor Jeugd en Gezin & Ministerie van Justitie (2008). Landelijk beleidskader jeugdzorg 2009-2012. Verkregen op 27 april, 2010, van http://www.tweedekamer.nl/images/298150181B1_118-183300.pdf