
Ontwikkelingsfase peuters
Dit is een artikel over peuters. Hierin word beschreven hoe peuters zich onwikkelen op: cognitief, sociaal-emotioneel, lichamelijk en seksueel gebied. Ook zijn de basisbehoeften beshreven van de peuter.
Ontwikkelingsfase: Peuters 1,5 tot 4 jaar
Ontwikkelingsbehoeften:
- Cognitief:
Het steeds meer gebruiken van taal betekend een grote cognitieve verandering.
Op de leeftijd van 2 jaar hebben peuters al een woordenschat van circa 200 woorden.
Veel met de peuters praten vergroot de woordenschat snel. D.m.v. woorden goed zeggen, in de vorm van een vraag, een bevestiging of een compliment. Bijv. het kind zegt: vachtauto. Leidster zegt dan: goedzo dat is een vrachtauto.
Kinderen hoeven niet alles meer te pakken. Ze kunnen nu met woorden duidelijk maken wat ze bedoelen. Begrijpen wordt nu bepraten.
Een ander kenmerk van de peuter leeftijd is: dat voor peuters fantasie en werkelijkheid nog door elkaar lopen. We spreken ook wel van de “magische wereld” van het kind.
Hij leert van alles over de realiteit om hem heen, maar de wereld word nog gezien met kabouters, monsters, draken en andere wonderen. De werkelijkheidszin is nog niet sterkt genoeg om bepaalde verschijnselen te verbannen.
Het denken van de peuter is wat we noemen animistisch (de peuter dient aan levenloze dingen, menselijke eigenschappen toe.) bijv.: Een bord dat kapot valt is een stout bord.
De peuter is ook nog niet in staat om logisch te denken. Oorzaak en gevolg zegt hem nog niks.
Via zintuigen begrijpen en ontdekken peuters de wereld. De kinderen leren gaandeweg de zintuiglijke waarnemingen te benoemen. Allereerst het zien en het horen. Ook het voelen van een voorwerp en het leren onderscheiden van gladde, ruwe, zachte en andere voorwerpen is belangrijk in deze ontdekkingstocht.
De peuter heeft nog geen geweten. Zijn zelfbeheersing hangt nog sterk af van invloeden van buitenaf, namelijk de goedkeuring of afkeuring van zijn ouders en beïnvloeden zijn gedrag. De norm bestaat alleen als de ouder in de buurt is.
- Sociaal/emotioneel:
In sociaal opzicht lijken peuters erg negatief. Ze ontdekken dat ze macht hebben over de wereld. Bijv. door steeds ‘nee’ te zeggen tegen moeders, kunnen ze haar tot wanhoop drijven. Deze fase word ook wel het negativisme genoemd oftewel: de koppigheidsfase, maar beter is te zeggen dat hier beginnende zelfbewustzijn doorbreekt.
De peuter ontdekt dat hij iemand is, met een eigen naam, een ‘ik- je’, met ene eigen wil die wel vaker anders is dan die van de ouders. Op deze leeftijd zeggen ze vaak: ‘Ikke zelf doen’ of ‘jij niet helpen’. Het is de fase van het egocentrisme, omdat het kind alleen nog maar vanuit zijn net ontdekte eigen ik kan redeneren. Hier ligt de bron van het zelfvertrouwen.
De sociale ontwikkeling maakt het kind tot een mens. De peuter speelt graag in zijn eentje(solitair spel). Als de peuter speelt in het bij zijn van een ander kind, is er sprake van parallel spel. Ze spelen vooral naast elkaar en niet met elkaar.
Kinderen kunnen niet zomaar samenspelen. Dit heeft te maken met het feit dat ze nog erg op zichzelf gericht zijn.
Dit is een noodzakelijk en belangrijk stadium in de kinderlijke ontwikkeling. Een kind is op deze manier bezig om een eigen persoontje te worden en zich te onderscheiden van anderen.
Als kinderen niet goed leren om volwassenen te vertrouwen, kunnen ze volwassenen gaan wantrouwen.
- Lichamelijk:
De peuter kan lichamelijk al heel veel: zitten, staan, lopen. Zijn grove motoriek is sterkt toegenomen. Zijn fijne motoriek verbeterd zich wel, maar moet nog veel verbeterd worden.
Het samenspel tussen spieren en zintuigen verloopt nog niet helemaal goed. Hij grijpt bijv. vaak mis. Ze ontwikkeling van de motoriek begint met grove bewegingen. Over het algemeen loopt de grove motoriek steeds een stap voor op de fijne motoriek.
- Seksueel:
De lust is in deze fase gekoppeld aan het zindelijk worden. De peuter moet leren zijn ontlasting op te houden en op vaste tijden te laten gaan. Dat levert ongellustgevoelens op, bijv. angst voor de wc, maar ook lust gevoelens, bijv. het kunnen laten gaan van ontlasting. Daarom wordt deze fase de “anale-fase”genoemd
Basisbehoeften:
Fysiologisch:
De Fysiologische behoeften zijn de primaire levensbehoeften, zoals eten, rust, slapen, bewegen. Voor baby’s lijken de basisbehoeften simpel. Baby’s zijn voor het zien van primaire levensbehoeften afhankelijk van volwassenen.
Vanaf de peutertijd leren peuters steeds meer zelf in de primaire behoeften te voorzien. Dit is heel belangrijk als eerste stap naar zelfstandigheid.
Ook de dagelijkse verzorging als: wassen, aankleden en toiletbezoeken kun je rekenen tot de primaire levensbehoeften.
Zekerheid:
Hierbij kun je denken aan: structuur, stabiliteit, veiligheid, vertrouwen en duidelijkheid. Het kind is tot de puberteit vrijwel volledig afhankelijk van de volwassenen in de omgeving.
Sociaal:
Hier vind je behoefte die je niet in je eentje kunt vervullen, zoals aanhankelijkheid, liefde en affectie (als je iemand aardig of lief vind). Kinderen hebben ent als volwassenen veel behoefte aan liefde en affectie. Baby’s en peuters tonen onbewust genegenheid door te zijn wie ze zijn. (de baby doet er nog niks actiefs voor).
De peuter neemt al meer bewuste initiatieven om zelf te laten zien dat hij aardig en lief kan zijn. Hij weet dat de kans dan groot is dat hij zelf ook aardig gevonden word. Intuïtief voelt de kleuter de wisselwerking aan.
Respect:
Hierbij moet je denken aan behoeften als respect voor anderen en jezelf, succes, kennis en erkenning. Dit begint vooral op de peuterleeftijd een rol te spelen, uiteraard op het niveau en binnen de mogelijkheden van de peuter. Peuters ontwikkelen een sterk zelf besef;
Ze leren dat ze een eigen persoontje zijn met een eigen wil. Wie dat besef heeft wil ook gerespecteerd worden. Tot slot wil een peuter ook op zijn eigen manier leren. Hij wil bijvoorbeeld leren hoe hij zelf in de behoeften van de fysiologische behoeften kan voorzien en hoe hij zichzelf kan verzorgen.
Zelfverwerkelijking:
Hierbij moet je denken aan: wijsheid, spontaniteit, ‘goed in je vel zitten’. Natuurlijk wil een peuter ook goed in zijn vel zitten. Maar nog niet in die zin dat hij dat al helemaal zelfstandig kan regelen. De zelfverwerkelijking is een behoeften niveau dat langzaam groeit als je eenmaal zelfstandig in het leven staat. © 2006 - 2010 Me-to-you, gepubliceerd in Pedagogiek (Mens en Samenleving) op 09-10-2006. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Me-to-you is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Dagje weg in Utrecht: Woon je in Utrecht en wil je eens een dagje weg in eigen provincie of ben je bij Utrecht in de buurt op vakantie? Hier een aantal tips voor een geslaagde (mid)dag.
- Ontwikkelingsfasen: morele ontwikkeling van kinderen: Wanneer je kinderen begeleid, voor je SPW stage of als leidster op het kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of peuterspeelzaal, krijg je te maken met…
- Dagje weg in Zeeland: Woon je in Zeeland en wil je eens een dagje weg in eigen provincie of ben je bij Zeeland in de buurt op vakantie? Hier een aantal tips voor een geslaagde (mid)dag.
- Dagje weg in Limburg: Woon je in Limburg en wil je eens een dagje weg in eigen provincie of ben je bij Limburg in de buurt op vakantie? Hier een aantal tips voor een geslaagde (mid)dag.
- Dagje weg in Gelderland: Woon je in Gelderland en wil je eens een dagje weg in eigen provincie of ben je bij Gelderland in de buurt op vakantie? Hier een aantal tips voor een geslaagde (mid)dag.

Reageer op het artikel "Ontwikkelingsfase peuters"

Het is goed om te lezen, dat peuters in een eigen wereld leven. Wij als volwassenen denken anders dan peuters. Ikzelf heb nog wel eens de neiging om te zeggen: 'snap je het nou niet?' of:'' doe eens normaal!'. Als ik dan lees (en nu ook begrijp) dat peuters bepaalde dingen anders beleven, kan je ook niet altijd zeggen dat hij of zij 'fout' is. Ik zal proberen in het vervolg eerst proberen mijn kinderen te begrijpen vanuit hun belevingswereld. Wat ik las over 'nee' zeggen, dat het is om de grenzen van haar/zijn ouders te leren ontdekken, is ook voor mij een bevestiging dat het niet altijd kwaad bedoeld is van mijn schatjes.
Door Indira op 15-07-2009Heel erg leerrijk!
Door Engelina van Wijk op 25-06-2008Deze informatie is wel bijzonder beknopt. Het zou gemakkelijk zijn wanneer alles zo zwart/wit lag als hier beschreven. De realiteit is, helaas, een stuk ingewikkelder. Dat is iets wat ik als pedagoog dagelijk ervaar. Kan me wel voorstellen dat dit voor een schoollier enigzins voldoende zou zijn. Vriendelijk groet.
Door Barbera Vogel op 30-09-2007Zeer interessant. Handig voor mijn werkstuk!

