De Da Vinci Code ontmaskerd

De Da Vinci Code ontmaskerd

Het boek De Da Vinci Code van Dan Brown is een roman over een eigentijdse zoektocht naar de legendarische heilige graal. De bestseller ging tientallen miljoenen keren over de toonbank en is ook verfilmd. Afgezien van een spannend plot bevat het verhaal veel historische speculaties over Jezus, het onstaan van de Bijbel, en de Kerk. In antwoord daarop zijn vele boeken verschenen van historici, theologen, en andere geleerden, die haarscherp de grens aangeven tussen feit en fictie. Een samenvatting.
Net als De Da Vinci Code is ook dit artikel nogal lijvig. Een boek van meer dan vierhonderd pagina's waarin zoveel uitspraken worden gedaan valt nou eenmaal niet in slechts een paar alinea's nauwkeurig te analyseren. Daarom een inhoudsopgave van dit artikel voor de overzichtelijkheid:


De boodschap van De Da Vinci Code

Het grootste gedeelte van het boek gaat over de bloedstollende achtervolging van de twee hoofdpersonen: de professor religieuze symbologie Robert Langdon (hoofdverdachte van de moord op conservator Jacques Saunière van het Louvre in Parijs) en de agente-cryptologe Sophie Neveu (kleindochter van de vermoorde conservator). Ze worden gezocht door zowel de politie als de groepering Opus Dei van de Katholieke Kerk. Naarmate het plot zich ontvouwt komen ze steeds meer te weten over de geheime (en voor de Kerk schadelijke) informatie die het slachtoffer beheerde over de heilige graal. Halverwege het verhaal vinden ze midden in de nacht een tijdelijke schuilplaats in het landhuis van historicus en graalkenner Leigh Teabing, even buiten Parijs.

In de nachtelijke gesprekken tussen deze drie doet Teabing, vaak bevestigd en aangevuld door Langdon, vele uitspraken over de geschiedenis van het christendom. Zo zou de Bijbel tot stand zijn gekomen door keizer Constantijn de Grote, die uit de meer dan tachtig originele evangeliën slechts een paar koos, en deze verder verfraaide voor zijn eigen politieke agenda. Niets in het christendom zou origineel zijn, maar voortkomen uit heidense religies. Jezus was niet de Zoon van God, zoals de hedendaagse Bijbel en de Kerk leren, maar slechts een mens, die getrouwd was met Maria Magdalena, en zelfs een kind bij haar verwekte. Hij werd pas benoemd tot Zoon van God op het door Constantijn georganiseerde Concilie van Nicea, en personen en geschriften die iets anders leerden werden vervolgens door de Kerk onderdrukt.

Samenvattend beweert Teabing letterlijk "dat bijna alles wat onze voorouders ons over Christus hebben geleerd onjuist is". De ware geschiedenis van Jezus, wie hij was en wat hij leerde, is heel anders dan wat de Bijbel ons voorspiegelt. De heilige graal was niet de drinkbeker van Jezus tijdens het laatste avondmaal, maar de figuurlijke kelk die zijn zaad droeg: Maria Magdalena, die hij oorspronkelijk had bestemd om zijn Kerk te leiden. Geheime documenten die de waarheid vertellen over Maria, de bloedlijn van Jezus, en het heilig vrouwelijke, onderdrukt door het patriarchale christendom, worden nog steeds bewaard door een groepering genaamd de Priorij van Sion.

In tegenstelling tot de meeste romans, die duidelijk fictie zijn en geen aanspraak maken op waarheid, doet Brown zijn uiterste best om de lezer te overtuigen dat zijn boek op feiten berust. We zullen de genoemde beweringen één voor één bekijken.

1. De Da Vinci Code is waarheidsgetrouw

Om zijn historische speculaties geloofwaardigheid te geven, opent Brown het boek met een pagina getiteld "Feiten", waarin hij onder andere stelt: "Alle beschrijvingen van kunstwerken, architectuur, documenten en geheime rituelen in dit boek zijn waarheidsgetrouw." Daar valt meteen al wat op af te dingen. Ter illustratie een paar (uit vele) voorbeelden van onwaarheden:

Kunstwerken: Er wordt beweerd dat de persoon aan de rechterhand van Jezus in het schilderij Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci niet de discipel Johannes voorstelt, maar Maria Magdalena, de werkelijke heilige graal, benadrukt door de "V" vorm (symbool voor de graal, de kelk, de baarmoeder) tussen hem en haar in het brandpunt van het schilderij. Ook staan er dertien gewone bekers op tafel (van Jezus en zijn twaalf discipelen), geen speciale graal, terwijl de Bijbel en de graallegende de uitgebeelde scene roemen als het moment waarop de heilige graal een rol gaat spelen. In werkelijkheid echter hebben kunsthistorici in de genoemde persoon altijd Johannes herkend (anders zou het betekenen dat hij als enige discipel afwezig zou zijn) en is zijn ietwat verwijfde uitstraling geheel in overeenstemming met de schilderstijl van die periode. Ook is niet de "V" vorm, maar het hoofd van Jezus het brandpunt van het schilderij, en beweert de Bijbel nergens dat dit het moment is waarop de heilige graal een rol gaat spelen.

Architectuur: Er wordt beweerd dat de glazen pyramide van het Louvre, op uitdrukkelijk verzoek van president Mitterrand, is gemaakt van precies 666 ruiten, een interessant getal voor liefhebbers van complottheorieën, aangezien dit het getal van Satan is. In werkelijkheid zijn het 673 ruiten, een feit dat ook te vinden is op de website van het museum. Verder wordt er beweerd dat de Rosslyn Chapel nabij Edinburgh in Schotland door de tempeliers is gebouwd, en dat er in de vloer een enorme zespuntige ster zou zijn uitgesleten door de voetstappen van vele generaties bezoekers, waarbij een link wordt gemaakt met de davidster, ook wel het zegel van Salomo genoemd, eens het geheime symbool van sterrenwichelaars. De kapel werd echter meer dan een eeuw na de ontbinding van de Orde van de Tempeliers gebouwd en er is geen enkel geschreven historisch bewijs van enig verband. De zespuntige ster komt in het geheel niet voor in de kapel (wel veel vijfpuntige).

Documenten: Er wordt de induk gewekt dat de Dode Zee rollen en de Nag Hammadi codices de vroegste christelijke teksten bevatten (die niet zouden kloppen met de evangeliën in de Bijbel). In werkelijkheid bevatten de Dode Zee rollen geen enkele christelijke teksten. Het is een verzameling van honderden manuscripten, vermoedelijk afkomstig van een joodse religieuze sekte bekend als de Essenen. Zelfs een simpel feit als het jaar van ontdekking van deze rollen wordt foutief vermeldt: niet de jaren vijftig van de vorige eeuw maar 1947. De Nag Hammadi geschriften, ontdekt in Egypte in 1945, bevatten wel vele gnostische teksten, waaronder alternatieve evangeliën. De meeste historici erkennen echter dat deze van veel later datum zijn (minstens een eeuw) dan de vier evangliën en de brieven van Paulus in de Bijbel. De fabels over Les Dossiers Secret komen hieronder nog nader aan de orde.

Rituelen: In tegenstelling tot wat de feiten-pagina suggereert, bevat het boek nauwelijks enige feitelijke beschrijving van geheime rituelen (hoe zou dat ook kunnen, als ze werkelijk geheim waren?). Voor zover het boek op zulke rituelen zinspeelt gaat het altijd over seks en de verheerlijking van het "heilig vrouwelijke". Er wordt beweerd dat rituele seks deel uitmaakte van de vroegste joodse traditie, en dat in het heilige der heiligen van de tempel van Salomo niet alleen God, maar ook zijn machtige vrouwelijke evenknie Shekinah huisde. De werkelijke joodse tradities (zoals de mozaïsche wetten) beoogden echter juist de uitbanning van seksuele uitspattingen. Seksriten ontstonden alleen in perioden waarin het Joodse volk zich afkeerde van hun God, en heidense religies gingen navolgen. Ook is Shekinah niet de naam van een godin, maar een combinatie van Hebreeuwse woorden die de betekenis heeft van de "inwoning" en de "glorie" van God, in het bijzonder met betrekking tot de tabernakel en later de tempel in Jeruzalem.

Een tweede truc die Brown gebruikt om de lezer te overtuigen, is door de uitspraken te laten komen uit de mond van een vermeend historicus. De naam van deze persoon, Leigh Teabing, is afgeleid van de achternamen van de schrijvers Michael Baigent (Teabing is een anagram van Baigent) en Richard Leigh van het boek Holy Blood, Holy Grail, uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw, waaraan Brown veel van zijn ideeën heeft ontleend. Zoveel zelfs, dat deze schrijvers in 2005 een rechtzaak aanspanden wegens plagiaat (de derde schrijver van dat boek, Henry Lincoln, was niet bij de zaak betrokken). Blijkbaar waren deze ideeën dus niet zo algemeen aanvaard door historici als Brown in zijn boek wil doen voorkomen.

2. De Bijbel is samengesteld en verfraaid door keizer Constantijn

De Bijbel bestaat uit twee gedeelten: het Oude Testament (afgekort als OT, in essentie de joodse Tenach, bestaande uit negenendertig boeken handelend over de geschiedenis van het Joodse volk, de mozaïsche wetten, de profeten, en overige geschriften) en het Nieuwe Testament (afgekort als NT, bestaande uit zevenentwintig boeken, te weten vier evangeliën, een verslag over handelingen van de apostelen, eenentwintig brieven aan christelijke gemeenten of personen, en de openbaring aan de apostel Johannes; samen met het OT beschouwd als de christelijke canon). De boeken van het OT dateren van voor onze jaartelling, terwijl de boeken van het NT allemaal geschreven zijn in de tweede helft van de eerste eeuw.

De uitspraken in De Da Vinci Code zijn vooral gericht op het NT. Er wordt beweerd dat de Bijbel is samengesteld door de Romeinse keizer Constantijn de Grote (die regeerde van 306-337 AD), als onderdeel van zijn politieke agenda om eenheid in zijn rijk te bewerkstelligen, waarbij hij een selectie maakte van voor hem bruikbare evangeliën, en deze verder verfraaide. Dat is echter onmogelijk. De oudste manuscripten van NT geschriften die tot nu toe zijn teruggevonden, dateren uit de tweede en derde eeuw na Christus (dus ver voor Constantijn), en tonen aan dat de tekst van het hedendaagse NT authentiek is. Geschriften van kerkvaders uit die periode bevestigen bovendien dat de vier evangeliën en verreweg de meeste brieven toen al als gezaghebbend waren aanvaard en gebruikt werden in de kerken. Discussies over de overige geschriften liepen door tot ver in de vierde eeuw (dus na de dood van Constantijn). De kerkvader Athanasius was de eerste die (in een brief in het jaar 367) de huidige lijst van zevenentwintig boeken van het NT noemde als canon.

Het enige wat we in dit verband over keizer Constantijn weten, is dat hij in het jaar 331 aan Eusebius (bisschop van Caesarea, kerkhistoricus, en raadsman van Constantijn) opdracht gaf tot het vervaardigen van vijftig bijbels voor de kerken die hij liet bouwen in zijn nieuwe hoofdstad, Constantinopel (het huidige Instanboel). De inhoud van deze bijbels werd niet bepaald door Constantijn, maar door de consensus die er op dat moment al was onder christenen ten aanzien van de meeste geschriften, waarvan Eusebius zeer goed op de hoogte was.

3. Er zijn meer dan tachtig originele evangeliën geschreven

In De Da Vinci Code wordt beweerd dat er meer dan tachtig evangeliën bestonden, waaruit keizer Constantijn in zijn (vermeende) poging tot het creëren van een nieuwe Bijbel slechts die evangeliën koos (en deze verder verfraaide) die Jezus goddelijk maakten. Dat zouden de ons nu bekende evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas, en Johannes zijn. Alle overige evangeliën, waarvan de indruk wordt gewekt dat deze van vroeger datum waren en Jezus vooral beschreven als sterveling, zouden vervolgens zijn verboden, verzameld en verbrand.

Ter ondersteuning van deze bewering noemt het boek de in 1945 bij Nag Hammadi ontdekte codices. Dat is een verzameling van tweeënvijftig geschriften (waarvan zes duplicaten) die tot dan toe onbekend waren of waarvan alleen de titels bekend waren uit andere oude geschriften. De teksten zijn koptische vertalingen (vermoedelijk uit de vierde eeuw) van oorspronkelijk Griekse geschriften. Slechts vijf van deze worden echter evangeliën genoemd (Waarheid, Thomas, Filippus, Maria, en Judas). Hoewel daarnaast zeker nog twintig andere evangeliën bekend zijn, is het genoemde aantal van tachtig volstrekt ongegrond.

De nu bekende buiten-Bijbelse evangeliën zijn voornamelijk gnostische geschriften, van veel later datum (uit de tweede en derde eeuw) dan de evangeliën in de Bijbel (die alle vier in de tweede helft van de eerste eeuw geschreven zijn), en zijn heel anders van aard (vaak slechts een verzameling losse uitspraken die aan Jezus worden toegeschreven). In tegenspraak met wat De Da Vinci Code suggereert, schetsen de gnostische evangeliën niet zozeer de menselijke kant van Jezus, maar veel meer (en anders dan de Bijbel) zijn bovennatuurlijke, spirituele kant.

De vier Bijbelse evangeliën zijn de oudste en meest uitgebreide verslagen over het leven en de leringen van Jezus. Zonder deze zouden we geen betrouwbare informatie hebben over de historische Jezus. De andere evangeliën missen niet alleen overeenstemming met de Bijbelse evangeliën, die al vroeg in de tweede eeuw algemeen erkend waren, ze missen ook authoriteit, aangezien de schrijvers geen apostelen waren die Jezus hadden gekend, noch bekenden waren van de apostelen. De vroege kerkvaders hebben deze geschriften daarom terecht bekritiseerd. Met het verdwijnen van de verschillende gnostische sektes raakten ook hun geschriften in de vergetelheid.

4. Niets in het christendom is origineel

Het christendom begon bijna tweeduizend jaar geleden als een kleine groep Joden die geloofden dat Jezus de Christus was (de lang beloofde Messias die het volk zou redden) en die wilden leven volgens zijn leringen. Omdat ze alleen trouw zwoeren aan Jezus, zagen de Joodse leiders en al snel ook de Romeinse overheersers in deze nieuwe groepering een grote bedreiging, en eeuwen lang werden christenen vervolgd, gemarteld, en vermoord. In het jaar 303 nog, vlak voordat Constantijn aan de macht kwam, vaardigde keizer Diocletianus een reeks besluiten uit die christenen moest dwingen om deel te nemen aan de keizercultus, wat leidde tot zeer zware vervolgingen.

In tegenspraak met deze historische feiten beweert De Da Vinci Code dat christenen en heidenen oorlog met elkaar voerden, en dat keizer Constantijn, in een poging om verscheuring van zijn rijk te voorkomen, een hybridische godsdienst creëerde die voor beide partijen aanvaardbaar was, door heidense symbolen, data, en rituelen te versmelten met de groeiende christelijke traditie. Zodanig zelfs, dat het boek stelt dat niets in het huidige christendom origineel is.

Afgezien van het feit dat er geen sprake was van een oorlog tussen christenen (slechts een kleine minderheid van de bevolking in die tijd) en heidenen, en er geen historisch bewijs is dat Constantijn ooit inhoudelijk betrokken is geweest bij het definiëren van de christelijke leer, tonen de vervolgingen duidelijk aan dat de christenen standvastig waren in hun geloof en een dergelijke hybridische godsdienst nooit geaccepteerd zouden hebben.

Als voorbeeld van heidense invloeden in het christendom noemt het boek de wekelijkse rustdag, die door Constantijn van de zaterdag (de joodse sabbat) naar de zondag (de dag waarop de heidenen de zon vereerden) zou zijn verplaatst. In werkelijkheid was de zondag (de dag waarop Jezus volgens de traditie opstond uit de dood) al voor de eerste christenen dé dag om samen te komen en de door Jezus ingestelde herdenkingsmaaltijd te houden (zoals bijvoorbeeld in de eerste eeuw beschreven door Lucas in het Bijbelboek Handelingen van de Apostelen).

Een ander voorbeeld is de veronderstelde invloed van het mithraïsme. Het boek beweert dat de pre-christelijke god Mithras reeds de Zoon van God en het Licht van de Wereld werd genoemd, die op 25 december werd geboren, stierf, in een graf in de rotsen werd gelegd, en na drie dagen weer opstond. Dit zou de basis zijn voor de christelijke overleveringen over Jezus. Hiervoor is echter volgens de geleerden geen enkel historisch bewijs. Sterker, er zijn gegronde vermoedens dat de beïnvloeding in omgekeerde richting heeft plaatsgehad: de cultus van Mithras kwam in het Romeinse rijk pas op aan het einde van de eerste eeuw, toen alle Bijbelboeken al waren geschreven.

5. Jezus werd op het Concilie van Nicea pas benoemd tot Zoon van God

Een van de hoofddoelen van De Da Vinci Code lijkt te zijn het onderuithalen van de door christenen beleden godheid van Jezus Christus. Het boek noemt het Concilie van Nicea, gehouden in het jaar 325, als hét moment waarop over veel aspecten van het christendom werd gediscussieerd en gestemd, onder andere over de godheid van Jezus. Tot op dat moment in de geschiedenis zou Jezus door zijn volgelingen slechts gezien zijn als een sterfelijke profeet. Weliswaar een groot en machtig man, maar niettemin een mán, een sterveling, niet de Zoon van God. De godheid van Jezus zou op het concilie zijn vastgesteld met slechts een kleine meerderheid van stemmen.

In de vier Bijbelse evangeliën valt echter te lezen dat Jezus al vanaf de eerste eeuw de Zoon van God werd genoemd. Ook uit geschriften van kerkvaders uit de tweede en derde eeuw (onder andere van Ignatius, Justinus, Ireneüs, Tertullianus, Origenes) valt op te maken dat christenen al ver voor Nicea in de godheid van Jezus geloofden. Het enige wat op dit punt in Nicea ter discussie stond was de theologische kwestie of Jezus als God de Zoon van eeuwigheid had bestaan met God de Vader. Arius en zijn volgelingen ontkenden dat, en leerden dat de Zoon op enig moment was geschapen door de Vader. Deze leer werd op het concilie door de overgrote meerderheid van de aanwezige bisschoppen (circa driehonderd tegen twee) verworpen. De Geloofsbelijdenis van Nicea die tijdens het concilie werd opgesteld verwoordt de consensus over het wezen van Jezus.

6. Jezus was getrouwd met Maria Magdalena

Om het beeld van Jezus als niet-goddelijk maar slechts sterfelijk wezen te versterken, wordt in De Da Vinci Code beweerd dat hij getrouwd was met Maria Magdalena. Dit feit zou in de geschiedenis vermeld zijn, en hedendaagse historici zouden de talloze verwijzingen naar de verbintenis tussen Jezus en Maria al tot vervelens toe hebben onderzocht. Helaas noemt het boek geen namen. De paar boeken waarnaar wordt verwezen zijn niet door historici geschreven en zijn zeer controversieel. In werkelijkheid is er in de historische geschriften geen enkel bewijs te vinden.

Bij gebrek aan bewijzen stelt het boek dat het veel logischer is dat Jezus getrouwd was dan dat hij vrijgezel was, omdat het in die tijd bijna ondenkbaar zou zijn dat een Joodse man ongetrouwd was, en het celibaat veroordeeld werd. Als Jezus niet getrouwd was, zou dat in minstens één van de Bijbelse evangeliën zijn vermeld. Deze poging tot omkering van de bewijslast is echter een zwaktebod. Ongetrouwd zijn was in die tijd weliswaar niet gebruikelijk, maar zeker geen uitzondering, en werd niet veroordeeld. De Essenen, bijvoorbeeld, waaraan we vermoedelijk de Dode Zee rollen te danken hebben, leefden celibatair en ascetisch. En de apostel Paulus sprak in zijn eerste brief aan de Korintiërs zelfs een voorkeur uit voor de ongehuwde staat.

Vervolgens doet Brown een poging om bewijzen te putten uit de gnostische evangeliën. Daartoe verwijst hij naar een passage uit het Evangelie van Filippus (kennelijk het beste bewijs), waarin zou staan dat Maria Magdalena de metgezellin van de Heiland was, dat Jezus haar vaak op haar mond kuste, en dat de discipelen daar boos over waren en hem vroegen waarom hij meer van haar hield dan van hen. Daar zijn echter minstens vier problemen mee:

  • Het manuscript van het Evangelie van Filippus bevat gaten in deze passage, die het onduidelijk maken wat er werkelijk heeft gestaan. Uit de fragmenten is niet hard te maken dat Maria de metgezellin van Jezus was, noch dat Jezus haar vaak op haar mond kuste.

  • Het woord voor "metgezellin" in deze koptische tekst is een Grieks leenwoord (en niet, zoals De Da Vinci Code suggereert, een Aramees woord) dat gebruikt werd voor allerlei soorten relaties tussen mensen, zoals zakenpartner, medewerker, medegelovige, of ook familierelaties. Als er specifiek "echtgenote" was bedoeld, had men een ander woord gekozen. In deze context moet men eerder denken aan "zuster" in spirituele zin.

  • Zelfs al zou de in het boek genoemde interpretatie juist zijn, moet worden bedacht dat de tekst pas uit de derde eeuw stamt. Waarom zou men daar meer waarde aan hechten dan aan getuigenverslagen uit de eerste of hoogstens tweede hand (de Bijbelse evangeliën)?

  • Als Jezus werkelijk getrouwd zou zijn met Maria, dan zou de vraag waarom hij meer van haar hield dan van de discipelen volkomen onzinnig zijn (als het goed is houdt een man meer van zijn vrouw). Dat deze vraag gesteld wordt wijst er eerder op dat ze niet getrouwd waren.

De opmerking in De Da Vinci Code moet worden omgedraaid: als Jezus getrouwd was, zou dat in minstens één van de Bijbelse evangeliën zijn vermeld. In deze evangeliën wordt op meerdere plaatsen gesproken over familieleden van Jezus (zijn moeder, broers, zusters), maar nooit over zijn vrouw. Er wordt ook over meerdere Maria's gesproken (een veelvoorkomende naam): Maria de moeder van Jezus, Maria de moeder van Johannes Marcus, Maria de zus van Marta, Maria de vrouw van Klopas, maar als het over de Maria in kwestie gaat wordt zij steevast aangeduid als Magdalena (dat wil zeggen: afkomstig uit Magdala). Waarom niet als de vrouw van Jezus? Het antwoord ligt voor de hand: Jezus had geen vrouw. Hij had een unieke missie, en was daaraan volledig toegewijd. De enige hint (in het Bijbelboek Openbaring) naar een "huwelijk", is tussen Jezus en zijn Kerk.

7. Jezus verwekte een kind bij Maria Magdalena

Het verhaal van de heilige graal is volgens De Da Vinci Code het verhaal over koninklijk bloed. Waar het in de graallegende gaat over de kelk die het bloed van Jezus bevatte, gaat het volgens het boek in werkelijkheid over Maria Magdalena, de schoot waarin de koninklijke afstammingslijn van Jezus werd voortgezet. Met andere woorden: Jezus verwekte een kind bij Maria, het begin van een stamboom die vandaag de dag nog steeds zou doorlopen, en die tot in de kleinste details zou zijn opgetekend door allerlei historici. Opnieuw worden geen namen genoemd.

Geheime documenten hierover, alsmede de familielijn zelf, zouden door de Priorij van Sion worden beschermd tegen aanvallen van de Kerk, die al eeuwenlang beide probeert te onderdrukken, uit angst dat de katholieke leer over de goddelijke Messias gevaar zou lopen. De beweringen hierover zijn uiteraard pure speculaties. De Da Vinci Code zelf beschrijft een fictieve zoektocht naar de documenten, die uiteindelijk niet worden gevonden. En de in het boek genoemde afstammelingen van Jezus (hoofdpersoon Sophie Neveu en haar familie) zijn fictieve karakters.

Mocht men overigens oprecht geïnteresseerd zijn in nauwe bloedverwanten van de historische Jezus: er lopen er vandaag de dag nog miljoenen rond. Ze heten Joden.

8. Jezus droeg Maria Magdalena op om zijn Kerk te leiden

Volgens De Da Vinci Code was Maria Magdalena niet alleen de echtgenote van Jezus, de vrouw door wie hij sterfelijke nakomelingen verwekte, maar was zij ook het uitverkoren werktuig om zijn Kerk te leiden als hij er niet meer was. Daartoe wordt in het boek geciteerd uit het Evangelie van Maria (blijkbaar het beste bewijs voor de bewering), waar de jaloezie van Petrus zou blijken uit zijn vraag of de Heiland werkelijk met een vrouw zou hebben gepraat zonder dat zij (de mannelijke discipelen) dat wisten, of hij haar verkoos boven hen, en ze allemaal naar haar zouden moeten luisteren.

Afgezien van het feit dat dit gnostische evangelie pas uit de tweede eeuw stamt, is het grote probleem dat de aangehaalde discussie plaatsvond na de kruisiging van Jezus, en er geen enkele sprake is van enige instructie van Jezus aan Maria. Bovendien doet Maria haar uitspraken in dit evangelie op uitdrukkelijk verzoek van diezelfde Petrus, en gaat het niet over hoe de Kerk moet worden voortgezet, maar over hoe de ziel verlossing kan vinden. Als Jezus werkelijk had gewild dat een vrouw zijn Kerk zou leiden, waarom koos hij dan twaalf mannelijke discipelen, en gaf hij ze (zoals beschreven in de eerste evangeliën) expliciet de opdracht om eropuit te gaan, zijn woorden te verkondigen, en mensen te dopen en te onderwijzen?

9. De Kerk heeft het heilig vrouwelijke onderdrukt

Een centraal thema in De Da Vinci Code is de terugkeer naar de verering van het heilig vrouwelijke. Vroeger leefden we in een wereld van goden en godinnen, maar tegenwoordig alleen nog van goden. De heilige graal symboliseert het heilig vrouwelijke, de godin, die praktisch geëlimineerd zou zijn door de Kerk. Constantijn en al zijn mannelijke opvolgers zouden de wereld met succes hebben bekeerd van het heidense matriarchaat tot het christelijke patriarchaat, door een lastercampagne te voeren waarin het heilig vrouwelijke als demon werd voorgesteld (bijvoorbeeld Maria Magdalena als prostituee), zodat de godin voorgoed uit de moderne godsdienst werd verdreven.

In werkelijkheid bestonden er vele vormen van heidendom, waarvan sommige niet eens een godin kenden. Voorbeelden van oude heidense goden waar ook het boek over spreekt zijn Sol Invictus (de onoverwinnelijke Zon), en Mithras, die beiden mannelijk waren. Het orthodoxe jodendom en vele andere culturen waren al eeuwen (wellicht millennia) voor Constantijn patriarchaal. Het patriarchaat is ouder dan de ons bekende geschiedenis, en is zeker niet uitgevonden door Constantijn of de Kerk.

Hoewel de Kerk patriarchaal is, en Jezus mannelijke apostelen uitkoos om zijn Kerk te leiden, was er geen sprake van onderdrukking van vrouwen. Integendeel. Uit de Bijbel valt te leren dat vanaf het begin van het christendom, vrouwen meer respect en vrijheid ontvingen dan in de maatschappij van die tijd. Als het werkelijk de bedoeling was van Constantijn of de Kerk om alle herinneringen aan Maria Magdalena uit te bannen door de Bijbelse evangeliën te verfraaien, hebben ze vreselijk geblunderd: ze wordt in de Bijbel op vele belangrijke plaatsen genoemd, zelfs vaker dan sommige van de twaalf apostelen. Ook is ze de eerste getuige van Jezus na zijn opstanding uit de dood, wat een merkwaardig feit is gezien de lage waarde van een vrouwelijk getuigenis in die cultuur.

10. De waarheid wordt bewaard door de Priorij van Sion

Geheime documenten die de waarheid vertellen over Jezus, zijn relatie met Maria Magdalena, zijn familielijn, alsook de sarcofaag van Maria Magdalena, en de nog in leven zijnde afstammelingen van Jezus, zouden nog steeds worden beschermd door de geheime broederschap van de in het jaar 1099 opgerichte Priorij van Sion, die naar het boek beweert op het juiste moment in de geschiedenis wacht om de waarheid te onthullen. Als bewijs voor het bestaan van deze priorij verwijst het boek naar de in 1975 in de Parijse Bibliothèque Nationale ontdekte perkamenten, Les Dossiers Secrets, waarin talrijke leden van de priorij worden genoemd, onder wie Leonardo da Vinci, die zijn kennis over de waarheid in tal van zijn kunstwerken zou hebben verwerkt.

Er bestond oorspronkelijk inderdaad een Prieuré du Notre Dame de Sion, een groep priesters die diende in de Kerk van de Heilige Maria, in 1099 door kruisvaarders gebouwd op de berg Sion in Jeruzalem. Na moslimsinvasies in 1219 trok de priorij zich terug op Sicilië. Sinds 1617, toen de laatste leden van de priorij zich aansloten bij de jezuïeten, is niets meer van hen vernomen.

In 1956 werd een Priorij van Sion opgericht door ene Pierre Plantard. De later door hem gefabriceerde Dossiers Secrets beschrijven een volkomen fictieve geschiedenis van deze priorij, inclusief een lijst van grootmeesters die teruggaat tot de twaalfde eeuw, en een link met de tempeliers. Deze documenten vormden de basis voor het eerder genoemde boek Holy Blood, Holy Grail, waarop de De Da Vinci Code is gebaseerd. Plantard bekende echter in 1993 al dat hij het hele verhaal verzonnen had.

Conclusie

De Da Vinci Code van Dan Brown is een zeer boeiend geschreven roman, die ondanks zijn bewering van het tegendeel voornamelijk fictie is en vol staat met onnauwkeurige, verdraaide, foutieve, of zelfs innerlijk tegenstrijdige uitspraken over historische feiten. Miljoenen mensen denken na het lezen van dit boek een betrouwbaar beeld te hebben gekregen van de historische Jezus, het onstaan van de Bijbel, en de Kerk, en vinden daarin wellicht argumenten om het christendom af te wijzen, maar zijn aantoonbaar misleid.

Het in dit artikel samengevatte onderzoek van vele geleerden toont aan dat de claim van Teabing met een gerust hart mag worden omgedraaid: bijna alles wat De Da Vinci Code ons over Christus leert is onjuist. In romans met historische elementen mag de lezer er doorgaans vanuit gaan dat de schrijver de achtergrond (de historische setting) nauwkeurig verwoordt, en dat de voorgrond (de karakters, het plot) fictief is. In het boek van Dan Brown wordt echter ook de geschiedenis herschreven, en wordt deze versie voorgespiegeld als de waarheid.

Op zijn website spoort Brown een ieder aan om zelf onderzoek te doen naar de opvattingen van de karakters in zijn boek, en tot een eigen overtuiging te komen. Het is inderdaad te hopen dat elke lezer van het boek daar gehoor aan geeft.
© 2011 - 2012 Em71, gepubliceerd in Levensvisie (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
De razendsnelle, briljante thrillers van Dan Brown Zijn nieuwste boek 'Het Verloren Symbool' is uit! Robert Langdon heeft…
De Heilige Graal De Heilige Graal roept allerlei ideeën op bij mensen. Moderne beelden zoals uit The Da Vinci Code en Ind…
Het leven van Maria Magdalena Maria Magdalena nam een bijzondere plaats in in het leven van Jezus Christus. Als zijn mees…
Had Jezus een vrouw? Sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw werden de veronderstellingen telkens luider: dat Jezus…
De Da Vinci Code In deze boekbespreking ga ik beknopt de kenmerken, de feiten en fictie van elkaar scheiden, en mijn eige…

Bronnen en referenties
  • Dan Brown. The Da Vinci Code. Doubleday, New York, NY, USA, 2003.
  • Josh McDowell. The Da Vinci Code – A Quest for Answers. Green Key Books, Holiday, FL, USA, 2006.
  • Lee Strobel and Garry Poole. Exploring the Da Vinci Code. Zondervan, Grand Rapids, MI, USA, 2006.
  • Bart D. Ehrman. Truth and Fiction in The Da Vinci Code: A Historian Reveals What We Really Know About Jesus, Mary Magdalene, and Constantine. Oxford University Press, New York, NY, USA, 2004.
  • Stephen Clark. The Da Vinci Code on Trial: Filtering Fact from Fiction. Bryntirion Press, Bridgend, Wales, UK, 2005.
  • Mark Shea, Edward Sri, Editors of Catholic Exchange. The Da Vinci Deception: 100 Questions about the Facts and Fiction of The Da Vinci Code. Ascension Press, West Chester, PA, USA, 2006.
  • Richard Abanes. The Truth Behind The Da Vinci Code. Harvest House Publishers, Eugene, OR, USA, 2004.
  • Sharan Newman, The Real History Behind The Da Vinci Code. Berkley Books, New York, NY, USA, 2005.
  • Michael J. Easley, John Ankerberg, with Dillon Burroughs. The Da Vinci Code Controversy: 10 Facts You Should Know. Moody Publishers, Chicago, IL, USA, 2006.
  • Michael Green. The Books the Church Suppressed: Fiction and Truth in The Da Vinci Code. Monarch Books, Oxford, UK, 2005.
  • Carl E. Olson and Sandra Miesel. The Da Vinci Hoax: Exposing the Errors in The Da Vinci Code. Ignatius Press, San Francisco, CA, USA, 2004.
  • Amy Welborn. De-Coding Da Vinci: The Facts Behind the Fiction of The Da Vinci Code. Our Sunday Visitor, Huntington, IN, USA, 2004.
  • Hank Hanegraaff and Paul Maier. The Da Vinci Code: Fact or Fiction? Tyndale House Publishers, Carol Stream, IL, USA, 2004.
  • Darrell L. Bock. Breaking The Da Vinci Code: Answers to the Questions Everyone's Asking. Thomas Nelson, Nashville, TN, USA, 2006.

Reageer op het artikel "De Da Vinci Code ontmaskerd"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Em71
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Levensvisie
Bronnen en referenties: 14
Schrijf mee!