Geloof en gemeenschap van de Alawieten in Syrië
In het noordwesten van Syrië liggen de Nusayriya-bergen, al ongeveer 1000 jaar het woon- en leefgebied van de Alawieten. Al die tijd hebben zij als arme, geïsoleerde gemeenschap kunnen overleven, ondanks herhaalde perioden van vervolging. Conservatieve soennieten beschouwen de Alawieten als afvalligen van de islam die niet in aanmerking komen voor de status van beschermde godsdienstige groepering.
De Alawieten zijn een Arabisch sprekende etnisch-religieuze gemeenschap wier hartland ligt in de Syrische provincies Latakia en Tartous en de aangrenzende districten in Noord-Libanon en Zuid-Turkije. In Syrië maken de tussen de twee en drie miljoen Alawieten ongeveer een achtste deel van de bevolking uit. Zo’n 2000 Alawieten wonen in Ghajar, een dorp dat deels in Libanon en deels op de Syrische, door Israël bezette Golan-hoogvlakte ligt en waarvan de bewoners Israëlische identiteitspapieren hebben.
Korte geschiedenis
In 859 riep Abu Shu’ayb Mohammed Ibn Nusayr zichzelf tot baab uit (toegangspoort tot de kennis van God). Uit zijn leerstellingen ontwikkelde zich een vorm van de sjiitische islam die door de veel moslims als ketters wordt beschouwd. De Alawieten zien namelijk Ali, neef en schoonzoon van profeet Mohammed, als God; Ali staat daarmee boven Mohammed. Een volgeling van Ibn Nusayr, al-Khasibi, vormde de sekte om tot een stabiele eenheid. Hij stierf rond 970 in Aleppo.Het is niet precies duidelijk waar de Alawieten oorspronkelijk vandaan kwamen, en zelfs ook niet wanneer zij zich voor het eerst in de Nusayriya-bergen vestigden. Zelf claimen ze te zijn gekomen uit Jabal Sinjar (Noord-Irak). Daarvoor zouden ze hebben gewoond op het Arabisch schiereiland; dit vormt de basis voor hun claim af te stammen van aloude Arabische stammen.
Eeuwenlang waren de Alawieten de armste, meest verachte en meest achtergestelde bevolkingsgroep van Syrië. Als kleine boeren verbouwden zij druiven, tarwe, tabak en katoen in het gebied van de Nusayriya-bergen (het gebergte is ook bekend onder de naam Alawiyien-bergen en onder de meer officiële naam Kustgebergte).
Tot 1920 werden de Alawieten veelal Nusayri’s genoemd, hoewel zij zelf altijd de voorkeur aan de benaming ‘Alawiet’ gaven. De oudere naam Ansari’s is vermoedelijk een westerse verbastering van Nusayri’s.
‘Nusayri’s’ benadrukt de verschillen met de islam (het verwijst namelijk naar de mens Ibn Nusayr), terwijl ‘Alawieten’ uitdrukt dat zij volgelingen van Ali zijn en dus tot de islam behoren. In het moderne Syrië, waar de sinds midden jaren zestig van de vorige eeuw heersende elite in hoofdzaak behoort tot de Alawitische gemeenschap, gebruiken (soennitische) tegenstanders veelal de naam Nusayri’s om aan te geven dat zij hun niet als moslims zien; aanhangers gebruiken de benaming Alawieten.
Een andere verklaring voor de benaming Nusayri’s is dat het het verkleinwoord is bij ‘nasara’ (christenen). Ook in dit geval is de relatie met moslims ver te zoeken.
‘Nusayri’s’ benadrukt de verschillen met de islam (het verwijst namelijk naar de mens Ibn Nusayr), terwijl ‘Alawieten’ uitdrukt dat zij volgelingen van Ali zijn en dus tot de islam behoren. In het moderne Syrië, waar de sinds midden jaren zestig van de vorige eeuw heersende elite in hoofdzaak behoort tot de Alawitische gemeenschap, gebruiken (soennitische) tegenstanders veelal de naam Nusayri’s om aan te geven dat zij hun niet als moslims zien; aanhangers gebruiken de benaming Alawieten.
Een andere verklaring voor de benaming Nusayri’s is dat het het verkleinwoord is bij ‘nasara’ (christenen). Ook in dit geval is de relatie met moslims ver te zoeken.
Geloof
De Alawieten vormen een sekte die zijn oorsprong vindt in de sjiitische islam. Met (andere) sjiitische groepen delen Alawieten de opvatting dat Ali de rechtmatige opvolger was van de profeet Mohammed, maar dat hem dit recht door de eerste drie opvolgers (kaliefen) van de profeet werd ontzegd. De Alawieten gaan echter een stap verder: zij vereren Ali niet alleen als opvolger van Mohammed, maar zien in hem de manifestatie van God zelf. De Alawieten geloven in zielsverhuizing: niet-Alawieten reïncarneren als dieren, Alawieten als Alawiet en zij kunnen uiteindelijk zelfs de status van lichtgevende ster bereiken.Hoewel de leerstellingen van de Alawieten geheim zijn, is er in de loop van de tijd toch vrij veel bekend geworden. Zij geloven in de absolute eenheid en transcendentie van God. Op gezette tijden openbaart God zich aan de mens in een drie-eenheid, de laatste (en finale) keer in Ali, Mohammed en Salman al-Farisi (de Pers).
- Ali staat voor de ‘betekenis’ (ma’na) van God. De ma’na is de essentie van God, de betekenis van alles. Mohammed en Salman zijn hiervan afgeleid en eraan ondergeschikt. In de Alawitische theologie staat Ali dus boven Mohammed en is verering tot hem gericht.
- Mohammed is de ‘naam’ (‘ism) of ‘sluier’ (hijaab) van God, ofwel de openbaring. Mohammed is uit het licht (noer) van Ali voortgekomen. Het is ook Ali die hem de koran leerde. Het was een van Mohammeds taken om Ali aan de mensheid bekend te maken. Daarmee staat Mohammed tussen de mens en God in.
- Salman is de ‘poort’ (baab) van God. De ‘poort’ is de doorgang door welke de ware gelovige toegang verkrijgt tot het mysterie van het opperwezen zoals geopenbaard in Ali. Salman was een vroege Perzische bekeerling van Mohammed, wiens bijnaam Paak luidde: de Zuivere. Volgens de overlevering was hij voor zijn bekering christen.
Licht is de essentie van God. De Alawieten vereren dan ook de zon en de maan die zij beschouwen als de verblijfplaatsen van Ali, Mohammed en Salman. Binnen de gemeenschap is er een richting die zich in godsdienstige zin meer op de zon richt (de zon staat voor Ali en de maan voor Salman) en een andere die zich op de maan richt (de maan staat voor Ali en de zon voor Salman).
De feestdagen die de Alawieten in acht nemen, laten een mengeling zien van verschillende godsdiensten, met name van de sjiitische islam en het christendom: bijvoorbeeld uit de algemene islam ‘Id al-Fitr (Suikerfeest; maar zonder de vasten van de ramadan) en ‘Id al-Adha (Offerfeest; maar zonder de pelgrimage naar Mekka), uit de sjiitische islam Ashura (ter herdenking van de martelaarsdood van Hoesein, zoon van Ali), Nooroez (Perzisch Nieuwjaar) en uit het christendom onder andere Kerstmis en Pinksteren. In hun religieuze riten spelen verder wijn en brood een belangrijke rol.
Behalve invloeden van het christendom zijn in hun leerstellingen en godsdienstige uitingen elementen van andere afkomst terug te vinden, zoals het hellenisme en het Foenisische heidendom.
Geheime sekte
Door het verwerpen van belangrijke islamitische dogma’s en het opnemen van in de ogen van ‘de’ islam verfoeilijke niet-islamitische geloofsuitingen hebben de Alawieten zich gediskwalificeerd als moslims. In de loop van de eeuwen leverde dit de Alawieten met name van de kant van de orthodoxe soennitische islam het ernstige verwijt op van geloofsafval, die met de dood moet worden bestraft.Zij ontsnapten hier deels aan door zich terug te trekken in de moeilijk toegankelijke berggebieden van Syrië en Libanon – die ook een toevluchtsoord waren voor andere minderheden, zoals de Druzen. Tegelijkertijd werden hun godsdienstige denkbeelden steeds geheimer – zoals dat ook bij andere extreme sjiitische sekten het geval is. Hij die de religieuze doctrines openbaart, moet worden gedood en reïncarneert als dier. Daarnaast pasten zij het rechtsbeginsel van de taqiya toe.
Taqiya is binnen de sjiitische islam een vorm van godsdienstig bedrog waarbij de sjiitische moslim zich het recht toekent de bijzonderheden van zijn geloofsopvatting te verzwijgen of zelfs te ontkennen om zichzelf van vervolging wegens zijn geloof te vrijwaren. Om vervolging te voorkomen kan een sjiiet zich zelfs voordoen als soenniet.
Het probleem met taqiya is dat buitenstaanders alles over de desbetreffende groepering kunnen beweren, “want hun echte ideeën houden zij verborgen,” en daar in voorkomende gevallen ook naar handelen.
Het probleem met taqiya is dat buitenstaanders alles over de desbetreffende groepering kunnen beweren, “want hun echte ideeën houden zij verborgen,” en daar in voorkomende gevallen ook naar handelen.
De gemeenschap van de Alawieten is strikt hiërarchisch georganiseerd en verdeeld in ingewijden (sjeiks) en niet-ingewijden. De groep van de ingewijden is verdeeld in een aantal gradaties. De waardigheid van sjeiks is erfelijk. Dit betekent dat alleen leden van bepaalde families zich tot een dergelijke positie kunnen opwerken. De sociale positie van vrouwen is slecht en zij hebben geen toegang tot de religieuze rituelen. Een ‘positief’ gevolg hiervan is dat vrouwen meer vrijheden hebben dan moslimvrouwen.
De Alawieten bidden niet in de moskee; het geloof is voor hun een privéaangelegenheid. Wanneer moslimheersers de Alawieten moskeeën opdrongen, raakten die al snel hun oorspronkelijke functie weer kwijt; niet zelden werden ze gebruikt als stal. Ibn Battoeta, een 14e eeuwse reiziger, verhaalt dat, als een moslim op doorreis in Alawitisch gebied in een moskee zijn gebeden wilde zeggen, hem werd nageroepen niet zo te blaten en dat z’n voer zo kwam.
De geheimzinnigheid rond hun geloof, het vrije gedrag van hun vrouwen en het drinken van wijn waren allemaal zaken die de soennieten het idee gaven dat de Alawieten niet deugden. In de loop van de eeuwen lieten zij hun fantasie de vrije loop en werden de Alawieten steeds meer gezien als een afvallige gemeenschap – een ernstige beschuldiging binnen de islam.
Afgewezen
Door het toepassen van taqiya konden de Alawieten, in de ogen van hun tegenstanders, met alle winden meewaaien. Tijdens het Franse mandaat over Syrië (1920-1946) benadrukten zij hun christelijke wortels, in de chaotische jaren tot 1963 deden zij zich voor als soennieten, ten tijde van het pan-Arabisme (jaren zestig) waren zij fanatieke Arabieren en sindsdien zoeken zij aansluiting bij de twaalver sjia.De Alawieten hebben bij soennieten (en in mindere mate bij sjiieten) echter al veel langer een slechte naam. Een van de beroemdste wetgeleerden en theologen van de islam, Abu Hamid Mohammed al-Ghazzali (1058-1111), die de grote lijnen van de islamitische orthodoxie heeft uitgezet, gaf alle opvattingen die konden worden verenigd met de orthodoxe opvattingen, een plaats binnen zijn systeem. Eigenmachtige heersers konden worden geaccepteerd zolang zij het geloof respecteerden. De Alawieten rekende hij tot de meer extreme sektes, zodat het een plicht voor elke moslim was hen te doden.
De Syriër Ahmed ibn Taimiya (1263-1328) wilde de islam zuiveren van alle invloeden die niet afkomstig waren van de koran en de soenna (traditie). Voor hem waren de Alawieten ergere heidenen dan joden en christenen. Zij deden zich dan wel voor als sjiitische moslims, maar in werkelijkheid geloofden zij niet in God. Ook voor Mohammed Rasjied Rida (1865-1935) was het duidelijk dat de oorspronkelijke islam nog steeds de grondslag voor de inrichting voor de maatschappij moet zijn. Ibn Taimiya en Rida zijn belangrijke inspiratiebronnen voor de Moslim Broederschap. Hun ideeën spelen in het hedendaagse Syrië zeker nog een rol, maar meer om het heersende regiem van Alawieten te delegitimeren dan als na te streven ideaal.
Ook in de ogen van de sjiitische islam konden de Alawieten op weinig sympathie rekenen, hoewel de afwijzing minder heftig was dan die van soennieten. Voor de twaalver sjiieten overschrijden de Alawieten in het toekennen van goddelijke status aan Ali de grenzen van de islam. De Alawieten draaien dit argument om door erop te wijzen dat de sjiieten hierin juist tekortschieten.
De Nusayriya-bergen worden geopend
Niet erkend als moslims en vaak te lijden hebbend van vervolging trokken de Alawieten zich terug in het moeilijk toegankelijke gebied van de Nusayriya-bergen, omringd door een vijandelijke, in hoofdzaak soennitische bevolking. In afzondering van de buitenwereld en in grote armoede probeerden zij als kleine boeren te overleven. Zij hadden geen deel aan de grotere politiek die vanuit Kairo, Damascus, Beiroet of Istanbul werd gevoerd. Hun toevluchtsoord was tegelijkertijd hun gevangenis.Tot de jaren twintig van de vorige eeuw leefden er nauwelijks Alawieten buiten de Nusayriya-bergen, zelfs in de stad Latakia vormden zij een minderheid. Tijdens het Franse mandaat over Syrië (1920-1946) vestigden zich geleidelijk meer Alawieten buiten hun eigen gebied; hoeveel is niet precies te zeggen, omdat zij frequent taqiya toepasten. Zij vonden slechtbetaald en ongeschoold werk in de steden of op landerijen, in eerste instantie rond Homs en Hama ‘aan de andere kant van de bergen’. Soms ook zagen families zich gedwongen hun dochters te verkopen aan diezelfde grondbezitters. Relatief velen gingen het leger in, een ontwikkeling die 50 jaar later van groot belang zou blijken te zijn bij het aan de macht komen van de al-Assads.
Eeuwen van wederzijdse onbekendheid, onbegrip, vooroordelen en haat hebben ervoor gezorgd dat Alawieten en soennieten elkaar niet vertrouwen. Een situatie die er met het aan de macht komen – en blijven – van de Alawitische al-Assads (1970) niet beter op is geworden, en die ook een belangrijke rol speelt in de huidige opstand (vanaf maart 2011) van de Syrische bevolking tegen diezelfde al-Assads en hun volgelingen.
Special:
De Alawieten in Syrië
Lees verder
© 2011 - 2013 Dreus, gepubliceerd in Levensvisie (Mens en Samenleving) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Imam Sjamil - Een Tsjetsjeense verzetstrijder Imam Sjamil was een TsjeTsjeense verzetstrijder tegen Rusland. Hij leefde v…
Bevolking en godsdiensten in Syrië Syrië is tegenwoordig regelmatig in het nieuws. Dat nieuws is vaak niet positief…
De shabbiha: hulptroepen van het Syrische regiem Het geweld dat het Syrische regiem gebruikt om de protestbewegingen in h…
De Syrische oppositie De Syrische oppositie vormt allesbehalve een eenheid in de opstand tegen het bewind van president B…
Gerelateerde artikelen
Wie is Bashar al-Assad? De president van Syrië in beeld In 2011 kwam de naam Bashar al-Assad of kortweg Assad steeds…Imam Sjamil - Een Tsjetsjeense verzetstrijder Imam Sjamil was een TsjeTsjeense verzetstrijder tegen Rusland. Hij leefde v…
Bevolking en godsdiensten in Syrië Syrië is tegenwoordig regelmatig in het nieuws. Dat nieuws is vaak niet positief…
De shabbiha: hulptroepen van het Syrische regiem Het geweld dat het Syrische regiem gebruikt om de protestbewegingen in h…
De Syrische oppositie De Syrische oppositie vormt allesbehalve een eenheid in de opstand tegen het bewind van president B…