
Waarom het lichaam-geestprobleem geen probleem is
Het lichaam-geestprobleem houdt denkers al eeuwen zo niet millennia bezig. Wat is de relatie tussen ons lichaam (onze hersenen) en onze geest? Toch bestaat er een fraaie oplossing die goed aansluit bij de bevindingen van de moderne wetenschap. Deze oplossing is in de eerste helft van de vorige eeuw al geformuleerd binnen het zogeheten psychisch monisme van de Nederlandse filosofen Gerard Heymans en Leo Polak. Waarom gaat de zoektocht dan nog verder?
Geest en hersenwerking
Stel dat we ons in de hersenen van een levend persoon bevinden. Dan vinden we daar gigantische aantallen cellen die door talrijke tentakels met elkaar verbonden zijn. Dit zijn de neuronen. Zij wisselen via hun tentakels elektrochemische signalen uit. Met deze informatieverwerking correspondeert ons geestelijk functioneren. Het netwerk van tentakels ontwikkelt zich onder invloed van wat wij beleven en doen. Het correspondeert met wie wij zijn. Dit is - kort door de bocht - de opvatting van de moderne wetenschap over de verhouding tussen ons lichaam (met name onze hersenen) en onze geest.Strikt genomen weten we nog niet genoeg van de menselijke hersenen om te kunnen beslissen of deze theorie uiteindelijk stand zal houden. Maar het lijkt wel die kant op te gaan. Laten we nu eens aannemen dat de wetenschappelijke vooruitgang zijn belofte inlost. En dat daarmee de conclusie onontkoombaar wordt dat de informatieverwerking in onze hersenen correspondeert met de gebeurtenissen in onze geest (onze gedachten, gevoelens, waarnemingen etc.). Zou hiermee het lichaam-geestprobleem dan zijn opgelost?
Twee problemen
Hoe goed de correspondentie tussen de gebeurtenissen in onze hersenen en die in onze eigen geest ook is, het blijft vreemd dat stoffelijke processen in onze hersenen met de zo geheel anders geaarde psychische processen in onze geest zouden corresponderen. Hoe zou alles wat wij zelfs maar op één dag meemaken ooit tot elektrische stroompjes in onze hersenen teruggebracht kunnen worden? Bovendien ziet het er naar uit dat onze hersenen, als stoffelijke voorwerpen, geheel aan de wetmatigheden van de stoffelijke wereld gehoorzamen. Maar als onze geest daarin geen zelfstandige rol speelt, waarom bestaat hij dan überhaupt? Ook wanneer niets of niemand zich ooit ergens van bewust was, zou alles in de stoffelijke wereld immers precies hetzelfde verlopen. Buiten fysische, chemische en biologische processen is daar niets extra's voor nodig.Dit zijn de twee belangrijkste bezwaren tegen de opvatting dat met de vaststelling van de correspondentie tussen de informatieverwerking in onze hersenen en ons geestelijk leven alles gezegd is. Het eerste bezwaar wijst op de ongelijke aard van lichaam en geest; het tweede bezwaar op een vermeende overbodigheid van het bewustzijn. Er is nog een derde bezwaar dat wijst op de ervaring van de vrije wil, die de mens zou hebben. Maar dat de vrije wil op een illusie berust is al door talloze denkers aangetoond. Om niet teveel tegelijk overhoop te halen, zal ik dit derde bezwaar hier verder laten rusten. Voor het opruimen van de twee eerder genoemde bezwaren zijn - anders dan men vaak denkt - geen wetenschappelijke doorbraken of nieuwe ontdekkingen nodig. In veel populairwetenschappelijke boeken en artikelen wordt dat vaak wel verondersteld. Maar in die richting is geen oplossing te vinden. Zoals we zodadelijk zullen zien zijn de onderhavige twee bezwaren namelijk schijnproblemen. Zij zijn het gevolg van slordig redeneren. Het gaat erom de menselijke situatie helder te zien. Is dat eenmaal gelukt dan vormen de moderne wetenschappelijke bevindingen met betrekking tot de correspondentie tussen lichaam en geest en de twee eerder aangevoerde bezwaren geen probleem meer.
Materialisme, psychisch monisme en peripsychisch monisme
Zoals onder meer de Nederlandse filosofen Gerard Heymans en Leo Polak hebben uiteengezet is het bestaan van de wereld van de bewustzijnsverschijnselen (gedachten, gevoelens, waarnemingen, etc.) onbetwijfelbaar, dit in tegenstelling tot de wereld van de materiële verschijnselen. Het is denkbaar dat er geen materie bestaat: we doen weliswaar allerlei waarnemingen waarin kleuren, vormen, bewegingen etc. verschijnen, maar deze waarnemingen zijn als waarnemingen nog steeds bewustzijnsverschijnselen. Op grond van zintuiglijke waarnemingen construeren we in onze gedachten het beeld van een stoffelijke wereld. Dit beeld van een stoffelijke wereld is zeer nuttig. Maar tegelijk biedt het stoffelijke wereldbeeld slechts een model van de werkelijkheid. Onze bewustzijnsverschijnselen zijn echter direct wat zij zijn: wij worden ons gewaar wat wij ons gewaar worden. Als we het bijvoorbeeld warm hebben, is dat wat we ervaren. Het doet hier niet ter zake of die of gene deze gewaarwordingen aan koorts, een opvlieger, zonneschijn, een hersenziekte of wat dan ook toeschrijft. Men kan zich in zijn gewaarwordingen - anders dan in de interpretatie van deze gewaarwordingen - niet vergissen. Kortom: hoe onze bewustzijnsverschijnselen ook geïnterpreteerd worden, hun optreden is onbetwistbaar. De werkelijkheid mag uit van alles en nog wat bestaan, maar in ieder geval moeten de bewustzijnsverschijnselen (zoals gedachten, gevoelens, waarnemingen etc.) er deel van uitmaken.De harde vorm van materialisme, die beweert dat alleen materie bestaat, is in strijd met de ervaring. Deze leer ziet het bestaan van onze bewustzijnsverschijnselen immers als een illusie. De eerder genoemde filosofen Heymans en Polak kiezen het andere uiterste: zij menen dat alleen de psychische verschijnselen bestaan. Deze laatste leer staat bekend als het 'psychisch monisme'. De stoffelijke wereld wordt binnen het psychisch monisme echter niet beschouwd als een hallucinatie, maar als de vorm waarin psychische processen bij zintuiglijke waarneming en natuurwetenschappelijke interpretatie verschijnen. Dit houdt tevens in dat aan alle stoffelijke verschijnselen psychische processen ten grondslag moeten liggen. Ik wil zover niet gaan. Ik houd het er op dat in ieder geval onze bewustzijnsverschijnselen bestaan. Ook is het aannemelijk dat dieren een zekere mate van bewustzijn hebben. Het geheel van alles wat bestaat bevat dus in ieder geval een aantal psychische verschijnselen. Verder verschijnen zekere zaken uit het geheel van alles wat bestaat als de stoffelijke wereld. Dit laatste heeft belangrijke consequenties. Neem een steen. Ook voor dat wat zich bij zintuiglijke waarneming en natuurwetenschappelijke interpretatie als een steen voordoet moet in het geheel van alles wat bestaat iets aanwezig zijn, waarvan de bedoelde steen de stoffelijke verschijningsvorm is. Dit iets zullen we een STEEN (met hoofdletters) noemen. Volgens Heymans en Polak moet ook deze STEEN psychisch zijn. Maar gezien de manier waarop een steen (met kleine letters) zich uitwendig en inwendig gedraagt, bezit een STEEN (met hoofdletters) vermoedelijk erg weinig innerlijk leven. (Men kan natuurlijk veronderstellen dat een STEEN er een rijk innerlijk leven op nahoudt, maar dit welbewust voor zintuiglijke waarneming en natuurwetenschappelijke interpretatie afschermt. Er is echter niets dat daar op wijst. Met dergelijke speculaties is bovendien het einde zoek.) We gaan er dus van uit dat binnen een STEEN niet of nauwelijks bewustzijnsverschijnselen voorkomen. Dit hoeft een overtuigd psychisch monist echter niet te deren. In de psychologie wordt immers zowel gesproken van 'bewuste' als van 'onbewuste' psychische processen. Doordat we ook zekere onbewuste processen 'psychisch' zijn gaan noemen, is de grens tussen de 'psychische' en 'niet-psychische' processen nogal vaag geworden. In het uiterste geval zouden we alle processen - bewust of onbewust - die zich binnen het geheel van alles wat bestaat voordoen 'psychisch' kunnen noemen. De duidelijkheid is daar echter niet mee gediend. Het begrip 'psychisch' wordt zo immers wel erg ver opgerekt. Daarom introduceer ik een nieuwe, ruimere term: 'peripsychisch'. Onder peripsychische processen versta ik de psychische processen (in de gebruikelijke betekenis), alsmede alle andere processen die zich binnen het geheel van alles wat bestaat afspelen. De peripsychische processen breiden zich - vanuit het standpunt van de mens gezien - als het ware rondom de psychische processen uit. Vandaar het voorvoegsel 'peri'. Zij beslaan niettemin per definitie het geheel van alles wat bestaat. De hier geschetste ruimhartige zijnsleer noem ik ter onderscheiding van het strengere psychisch monisme het 'peripsychisch monisme'. Het peripsychisch monisme is derhalve een gematigde versie van Heymans' en Polaks psychisch monisme.
Oplossing van het eerste probleem
Hoe lost het peripsychisch monisme de twee bezwaren op? Het eerste bezwaar, van de ongelijke aard van lichaam en geest, berust op de gedachte dat zowel lichaam als geest bestaan en met elkaar samenhangen - wat door hun ongelijke aard onbegrijpelijk zou zijn. De grondfout zit hem hier in de gelijke behandeling van lichaam (materie) en geest. Lichaam en geest zijn immers geen gelijkwaardige bestaanswijzen! De stoffelijke wereld (waar ons lichaam deel van uitmaakt) is een verschijningsvorm van (een deel van) alles wat bestaat. De stoffelijke wereld is met andere woorden de wijze waarop (een deel van) alles wat bestaat zich bij zintuiglijke waarneming en natuurwetenschappelijke interpretatie manifesteert. Maar onze geest is zelf een deel van alles wat bestaat. Het is dan ook helemaal niet vreemd dat ons lichaam (zoals we dat kennen) en onze geest (zoals we die zijn) een ongelijke aard hebben. Evenmin hoeven ze op elkaar in te werken.Omdat we alleen van onze bewustzijnsverschijnselen zeker weten dat ze bestaan, willen we in ieder geval onze bewustzijnsverschijnselen in een bruikbaar wereldbeeld terug kunnen vinden. Als dat niet zou kunnen zou het belangrijkste ontbreken. Dit betekent niet dat een stoffelijk wereldbeeld onze bewustzijnsverschijnselen (en mogelijk nog andere onbewuste psychische processen) als zodanig moet omvatten. Dat zou niet eens gaan. Maar we hebben wel graag dat een stoffelijk wereldbeeld de verschijningsvorm van onze bewustzijnsverschijnselen (en mogelijk nog andere onbewuste psychische processen) beschrijft.
De bewustzijnsverschijnselen zien er bij zintuiglijke waarneming en natuurwetenschappelijke interpretatie uit als de elektrochemische informatieverwerking in de hersenen. Het is dan ook niet zo dat deze informatieverwerking in onze hersenen onze bewustzijnsverschijnselen voortbrengt. De psychische verschijnselen kennen hun eigen wetmatigheid. Maar deze wetmatigheid maakt weer deel uit van de wetmatigheid van het geheel van alles wat bestaat. Voor irreële fantasieën over de almacht van de menselijke geest is daarom geen plaats. De wetmatigheden die de natuurkunde vaststelt, berusten op zintuiglijke waarneming en natuurwetenschappelijke interpretatie van (deelgebieden uit) het geheel van alles wat bestaat. Dit waargenomen en geïnterpreteerde gedeelte verschijnt daarbij als de stoffelijke wereld. De wetmatigheden die in deze stoffelijke wereld worden aangetroffen weerspiegelen daarom wetmatigheden uit het geheel van alles wat bestaat. Van een tegenstelling tussen stoffelijke en geestelijke wetmatigheden kan dan ook geen sprake zijn.
Onze bewustzijnsverschijnselen zijn ingebed in het geheel van alles wat bestaat. Zij komen op en verdwijnen weer in samenhang met de rest van alles wat bestaat. Daar is op zich niets problematisch aan.
Een bedenking
Nu kan een bedenking worden ingebracht. Het zou namelijk kunnen zijn dat de elektrochemische informatieverwerking in de hersenen de verschijningsvorm is van nog andere zaken die op hun beurt weer met de bewustzijnsverschijnselen samenhangen. Zo zou er naast de stoffelijke wereld als verschijningsvorm ook nog een echte stoffelijke wereld kunnen bestaan, waar de menselijke geest dan weer een ongemakkelijke verhouding mee heeft. Of er zou naast lichaam en geest nog een derde iets kunnen bestaan, waarvan beide dan weer verschijningsvormen zijn. Deze en dergelijke veronderstellingen leiden echter tot nodeloze complicaties. Het bedenken van situaties die mogelijkerwijze het geval zouden kunnen zijn, is een gebed zonder einde. Zolang er geen redenen zijn om die weg op te gaan, blijf ik het liefst zo dicht mogelijk bij de mij reeds bekende feiten. Dit houdt in dat ik het bestaan van de bewustzijnsverschijnselen aanvaard. Maar omdat de bewustzijnsverschijnselen alleen niet tot een samenhangend wereldbeeld leiden, ga ik behalve van het bestaan van de bewuste psychische verschijnselen (onze bewustzijnsverschijnselen) ook uit van het bestaan van onbewuste psychische processen. Het eerder gegeven voorbeeld van de steen geeft echter aan dat ook dit nog niet genoeg is. Dus erken ik het bestaan van alle peripsychische processen en verschijnselen. Omdat deze het geheel van alles wat bestaat vullen, kan ik en hoef ik niet verder te gaan.Oplossing van het tweede probleem
Het eerder genoemde, tweede bezwaar oppert de mogelijkheid van een wereld waarin van onszelf alleen onze lichamen zouden bestaan. De moderne wetenschappelijke voorstelling van de menselijke geest als corresponderend met de informatieverwerking in de hersenen, zou het menselijk bewustzijn tot een in wezen overbodig bijverschijnsel van de hersenwerking degraderen. In wat groter perspectief ziet het probleem er aldus uit. De stoffelijke wereld is vanaf de oerknal geëvolueerd tot de aarde ontstond, waarna daarop de eerste organismen tot ontwikkeling kwamen. Ergens tussen deze eerste organismen en de moderne mens moet de materie op onbegrijpelijke wijze 'bewustzijn' zijn gaan voortbrengen. Hoe kan dat? Het al dan niet bestaan van buitenaards leven is voor deze problematiek in elk geval irrelevant. Noch de natuurwetten, noch de bouwstenen van de materie bieden een bevredigend antwoord.In het peripsychisch monisme treedt het geschetste probleem echter helemaal niet op. De stoffelijke wereld is immers een door zintuiglijke waarneming en natuurwetenschappelijke interpretatie tot stand gekomen verschijningsvorm van (een deel van) het geheel van alles wat bestaat. Natuurlijk is het bewustzijn als zodanig in een dergelijke verschijningsvorm niet aan te treffen! Op zijn best treffen we in zo'n verschijningsvorm stoffelijke verschijnselen aan die qua structuur en dynamiek met de bewustzijnsverschijnselen overeenkomen. Meer mogen we zelfs bij een redelijk omvattende stoffelijke verschijningsvorm van het bestaande niet verwachten. Welbeschouwd is daarom de elektrochemische informatieverwerking in onze hersenen als stoffelijke verschijningsvorm van onze geestelijke activiteit, helemaal zo gek nog niet. De mate van informatieverwerking binnen levende organismen is bovendien in de loop van de evolutie geleidelijk aan toegenomen. Voor het innerlijk leven van deze organismen heeft dit geleid tot een groeiende complexiteit en langzaamaan ontluikende mogelijkheid tot zelfreflectie. Wat willen we nog meer?
Bewustzijn en materie
De onderstelling dat alleen de materie zou bestaan is in strijd met de ervaring. Of een dergelijke zuiver stoffelijke wereld nu denkbaar is of niet, het is niet de wereld waarin we leven. In de visie van het peripsychisch monisme bestaat de materiële wereld niet eens, maar is deze een verschijningsvorm van (een deel van) het geheel van alles wat bestaat. De oerknal, het ontstaan van de aarde en van het leven daarop corresponderen ongetwijfeld met belangrijke gebeurtenissen binnen het geheel van alles wat bestaat. We kunnen ons daarvan met beelden uit de stoffelijke wereld, min of meer betrouwbare voorstellingen vormen. Hetzelfde geldt voor minder ingrijpende gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis of ons uiterlijk leven. Maar dit zijn steeds voorstellingen van - niet de gebeurtenissen zelf. Voor onze bewustzijnsverschijnselen ligt dat anders. © 2009 - 2010 Bartholomeus, gepubliceerd in Levensvisie (Mens en Samenleving) op 11-01-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Bartholomeus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...Verwante artikelen
- Aandoening; Hypochondrie: De meeste gezonde mensen zijn er zich nauwelijks van bewust hoe hun lichaam inwendig werkt. Wie echter aan hypochondrie lijdt, heeft voor dat soort zaken een ziekelijke belangstelli…
- Nederlandse vrouw niet tevreden met lichaam: Vrouwen en tevreden zijn over het eigen lichaam, het lijkt een onvoorstelbare combinatie. Dit is echter niet zo vreemd, gezien de vele reclamespotjes en modellenf…
- Joodse achternamen: Cohen, Levi, Polak, etc. - achtergronden: In de vroegste geschiedenis hadden de Joden geen achternamen. Er werden namen gebruikt als David ben (zoon van) Jozef of Mirjam bat (dochter van…
- Wat is autisme?: Autisme is een ernstige ontwikkelingsstoornis. autistische kinderen en volwassenen hebben problemen op psychisch,sociaal en motorisch gebied. Toch is aan hun uiterlijk niks te zien, maar wat…
- Ik ben ziek, maar je ziet het niet: Er zijn heel algemeen genomen twee vormen van ziek zijn. Lichamelijk en geestelijk. Tussen deze twee is een groot verschil. Het een is duidelijk uit te leggen en vaak zich…
Bronnen en/of referenties
- Heymans, G. (1933). Inleiding in de Metaphysica. Amsterdam: Wereldbibliotheek.
- Polak, L. (1947). Verspreide Geschriften (2 dln.). Amsterdam: G.A. Van Oorschot.

Reageer op het artikel "Waarom het lichaam-geestprobleem geen probleem is"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

