De veiligheidsdiensten van Syrië
Tussen 1949 en 1970 kende Syrië vele staatsgrepen met min of meer een permanente machtsstrijd binnen de hoogte rangen van het regiem en het leger. De veiligheidsdiensten met hun (para)militaire onderdelen bleken het meest effectief. Omdat het leger geen betrouwbare eenheid vormde, kenden de politieke machthebbers steeds meer gewicht toe aan de veiligheidsdiensten. Die vormen inmiddels eigen machtscentra en het is niet altijd duidelijk in hoeverre de president ze volledig in zijn greep heeft. De vorming van de moderne Syrische staat kan voor een groot deel worden toegeschreven aan het Franse mandaat over het land (1920-1946). Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de vooraanstaande rol van de militaire inlichtingendienst, die tot 1969 bekend stond onder zijn Franse naam van Deuxième Bureau. De structuur en organisatie van de dienst is veel meer beïnvloed door de Fransen dan door die van latere nauwe bondgenoten van Syrië, zoals Egypte en de voormalige Oostbloklanden.Machtscentrum naast het regiem
Voor de onafhankelijkheid van Syrië was het Deuxième Bureau alleen verantwoordelijk voor de interne veiligheid en contraspionage. Na de onafhankelijkheid werd het takenpakket uitgebreid met buitenlandse activiteiten, zoals het in de gaten houden van ballingen en oppositiegroepen in onder meer Libanon. Ook inlichtingenwerk gericht tegen Israël hoorde hiertoe, evenals het ‘runnen’ van paramilitaire acties van fedayien in Noord-Israël.Shukri al-Quwatli
Het Bureau werd bovendien steeds meer een apart machtscentrum in het land, zijn belangen liepen lang niet altijd parallel met die van het staatsgezag. Onder het hoofd ‘Abdel Hamid Sarraj (1955-1958) voerde het een hardere anti-imperialistische koers dan president Shukri al-Quwatli voorstond. Het Bureau richtte zich meer op toenadering tot het Egypte van president Gamal Abdel Nasser en meer op afwijzing van de prowesterse politiek van de Libanese regering en de Amerikaanse bemoeienis daarmee dan het officiële Syrische beleid. Het lukte de president en de stafchef in 1957 niet Sarraj af te zetten: de militaire tak van de veiligheidsdienst had een te sterke positie opgebouwd.
Verenigde Arabische Republiek
Nasser en Quwatli onderkenen het pact van de Verenigde Arabische Republiek
De verschillende veiligheids- en inlichtingendiensten, maar ook het leger en de overheid stonden onder nauw toezicht van Nasser. Dat Syrië ondergeschikt werd gemaakt aan Egypte, bleek ook uit het gegeven dat de activiteiten van de veiligheidsdiensten min of meer geheel in dienst stonden van Nassers buitenlandse politiek.
Nadat Syrië in 1961 uit de unie met Egypte was gestapt, kwam het op verschillende gebieden tegenover Egypte en diens veiligheidsdiensten te staan. Ook nu was Libanon weer een belangrijk werkterrein voor het Deuxième Bureau en de civiele veiligheidsdienst. Hun doelwitten waren de Libanese overheid, Syrische ballingen en Egyptische geheim agenten. In 1965 werd de civiele veiligheidsdienst opgenomen in een militair raamwerk, waardoor de toch al dunne civiele ‘façade’ verder op de achtergrond geraakte.
De Ba’th-staatsgreep van 1963 en verder
Ook met nieuwe hoofden voor de verschillende veiligheids- en inlichtingendiensten na de staatsgreep van 1963 bleef het totaalbeeld van de diensten even verdeeld als het leger en de Ba’th-partij (zie De Alawieten in Syrië van 1946 tot 1970). De hoofden van de diensten bleken bereid ver te gaan om hun dienst, met name aan de top, te vullen met mensen die persoonlijk loyaal aan hen waren; in Syrië betekent dit al gauw dat familieleden, leden van de eigen stam of leden van de eigen gemeenschap (bijvoorbeeld Alawieten) in hoge posities werden benoemd.De centrale rol die de veiligheidsdiensten voor het regiem speelden, werd duidelijk toen in april 1964 een opstand in Hamaa, geleid door de Moslim Broederschap en gesteund door Egypte, alleen kon worden beteugeld door eenheden van de veiligheidsdiensten. De inzet van tanks, pantservoertuigen en andere middelen leidde tot tientallen doden.
Palestina
In het begin van de jaren zestig ontving de Palestijnse Bevrijdingsbeweging, Fatah, van Yasser Arafat steun van Syrië – anders gezegd: het werd aangestuurd door het Deuxième Bureau. Het waren twee mannen uit de Syrische militaire hiërarchie die vooral van nut waren voor de Fatah-strijders in de dop. De eerste was de commandant van de luchtmacht, de latere president Hafiz al-Assad, de tweede het hoofd van de militaire inlichtingendienst, Ahmed al-Sweidani. Omdat Arafat en de zijnen in die dagen nog geen eigen strijders in het veld konden brengen, stelde al-Sweidani mensen uit zijn fedayien-eenheden beschikbaar. Tegelijkertijd ondergingen Fatah-leden wapentrainingen in Syrië.Steun aan Fatah was voor Syrië in die dagen een middel om enig tegenwicht te bieden tegen de ‘officiële’ Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, PLO, van Ahmed Shuqairy die sterk op het kompas van Egypte voer. De Palestijnen als speelbal in handen van inter-Arabische politiek en rivaliteit.
Tussen 1965 en 1967 toonde Fatah aan dat het in staat was operaties tegen Israël uit te voeren. Veel Palestijnen in en buiten Israël keken vanaf nu naar Arafat en niet meer naar de door interne tegenstellingen verscheurde en passieve PLO van Shuqairy.
In deze jaren werden veel van de Palestijnse acties uitgevoerd in nauwe afstemming met Syrië. Dit betekende onder andere dat de acties niet vanuit Syrië maar vanuit Libanon of Jordanië moesten plaatsvinden. Deze landen moesten dan ook de Israëlische vergeldingen dragen. Dit leidde tot spanningen en incidenten binnen deze landen tussen de lokale bevolking en de Palestijnse vluchtelingen. Er bestond een stilzwijgende afspraak tussen Israël en Syrië elkaar niet direct aan te vallen.
De veiligheidsdiensten onder president Assad
Na de staatsgreep van 1966 werden de veiligheids- en inlichtingendiensten sterk gecentraliseerd. Het was ook in deze periode dat de diensten hun reputatie van meedogenloosheid vestigden.Sinds het aan de macht komen van Hafiz al-Assad in 1970 is de top van de veiligheidsdiensten opvallend stabiel. Een buitenproportioneel aantal commandanten is met de president verbonden via familie , stam- en persoonlijke banden. Deze banden zijn vaak belangrijker dan uit de officiële bureaucratische indeling zou kunnen worden afgeleid. Een ondergeschikte met toegang tot de president of diens entourage was machtiger dan het formele hoofd van de dienst zonder een dergelijke directe relatie.
De opstand van de Moslim Broederschap (1978-1982) versterkte de rol en de macht van de veiligheidsdiensten. Zij speelden een belangrijke rol in de onderdrukking van de opstand in Hamaa in 1982. In de jaren die volgden was er nauwelijks nog sprake van interne oppositie tegen het regiem.
De verschillende veiligheids- en inlichtingendiensten ontwikkelden zich hierna tot een soort persoonlijke leengoederen van hun hoofden die, ook om speelruimte voor zichzelf te creëren, hun activiteiten deels naar het buitenland verlegden (zo werd Libanon het speelveld van de militaire inlichtingendienst, andere hielden zich meer bezig met aanslagen op Arabische en Israëlische diplomaten in het Midden-Oosten en Europa).
Er ontstonden forse onderlinge spanningen tussen de diensten die alleen onder controle konden worden gehouden door de sterke greep die Hafiz al-Assad op de diensten uitoefende (via de presidentiële veiligheidsraad).. En daar was natuurlijk het gezamenlijke belang: de stabiliteit van het regiem. Omverwerping van het bewind zou onmiddellijk negatief uitwerken op de veiligheidsdiensten.
De belangrijkste veiligheidsdiensten
De Syrische veiligheids- en inlichtingendiensten staan onder direct gezag van de president. Er wordt door sommigen aan getwijfeld of Bashar al-Assad eenzelfde mate van direct gezag uitoefent over de verschillende diensten als zijn vader Hafiz.Een belangrijk kenmerk van de structuur waarbinnen de diensten functioneren, is dat zij niet gezamenlijk aan een gemeenschappelijk doel werken. Zij staan niet in dienst van de centrale overheid, maar op het hoogste niveau van de staat delen zij de macht met de politieke leiding van het land. In dit verband wordt wel gesproken van de ‘mukhabaraat-staat’ (mukhabaraat: inlichtingendienst).
De diensten hebben slechts tot op zekere hoogte toegang tot de verzamelde informatie van de collegadiensten, weten zij van elkaar niet welke activiteiten worden uitgevoerd en ook kennen zij vaak niet de identiteit van de medewerkers van de andere diensten. Zo kan het gebeuren dat iemand die de ene dag door de ene dienst of het ene dienstonderdeel wordt opgepakt, de volgende dag op bevel van de andere dienst wordt vrijgelaten. Ook binnen een dienst weet niet altijd elke afdeling wat de ander doet. Commandanten van bepaalde eenheden leggen rechtstreeks verantwoording af aan de president en niet aan hun formele hoofd.
Naast de hieronder genoemde veiligheidsdiensten zijn ook andere eenheden actief op het gebied van inlichtingen en onderdrukking, zoals de Vierde Divisie (een elite-eenheid van het leger) en de Republikeinse Garde. De grootste diensten – met enkele tienduizenden leden – zijn zwaar bewapend met eigen tank- en pantsereenheden, sommige runnen eigen gevangenissen.
Directoraat voor Politieke Veiligheid (‘idaret al-‘amn al-siyasi)
De taak van de politieke veiligheidsdienst is signalen van georganiseerde politieke activiteit op te pikken die zou kunnen ingaan tegen de belangen van het regiem. Dissidenten worden in de gaten gehouden, evenals buitenlanders die in verdacht contact staan met de bevolking. Ook de media behoren tot de verantwoordelijkheid van de dienst.
Directoraat voor Algemene Veiligheid (‘idaret al-‘amn al-‘aamm)
De algemene veiligheidsdienst is de belangrijkste civiele dienst in Syrië. ‘Interne veiligheid’, waaronder de politie valt, is verantwoordelijk voor het toezicht op de lokale bevolking, de bureaucratie en de Ba’th-partij (een duidelijke overlap met het werk van de politieke veiligheidsdienst), externe veiligheid richt zich op het buitenland en de Palestijnse divisie houdt de activiteiten van de Palestijnse gemeenschappen in Syrië en Libanon in de gaten.
Asaf Shookat
De opvolger van het Deuxième Bureau is niet alleen verantwoordelijk voor het werk dat zo’n dienst gewoonlijk uitvoert, maar ook voor het militair en logistiek ondersteunen van Palestijnse, Libanese en andere buitenlandse strijdgroepen die door Syrië worden aangestuurd. De Militaire Politie staat ook onder het gezag van de dienst.
De dienst is een van de meest invloedrijke in Syrië. Het hoofd in de eerste helft van de jaren nul was generaal Hassan Khalil, een Alawiet uit Latakia. De echte zeggenschap binnen de dienst lag echter bij zijn plaatsvervanger generaal Asaf Shookat, echtgenoot van Bashar al-Assads zuster Bushra. Tussen 2005 en 2009 was Shookat zelf hoofd van de dienst. Zijn naam wordt geregeld in verband gebracht met de moord op de Libanese premier Rafiq Hariri.
In de periode dat Syrië door de aanwezigheid van troepen nog veel te zeggen had over Libanon, werd niet alleen de militaire en veiligheidssituatie maar ook de politieke koers van het land door de militaire inlichtingendienst bepaald.
Inlichtingendienst van de Luchtmacht (‘idaret al-mukhabaraat al-jawwiyya)
De inlichtingendienst van de luchtmacht is Syriës meest geheime en gevreesde veiligheidsdienst. De reden dat deze dienst zo’n prominente rol speelt, is dat de voormalige president, Hafiz al-Assad, commandant van de luchtmacht was. Hafiz kende veel van de kopstukken van de dienst persoonlijk of hij had ze zelf nog benoemd. Om deze machtsbasis te behouden vormde hij na zijn machtsovername in 1970 de dienst om tot een algemene veiligheidsdienst die zich bezighield met de meer gevoelige binnen- en buitenlandse operaties.
© 2011 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Internationaal (Mens en Samenleving) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Wortels van de relatie van Syrië met Libanon en Iran Sinds het aan de macht komen van de Ba’th-partij (1963) en Hafi…
De shabbiha: hulptroepen van het Syrische regiem Het geweld dat het Syrische regiem gebruikt om de protestbewegingen in h…
Het Syrië van Bashar al-Assad (2000 - ?) Syriës president Hafiz al-Assad liet bij zijn dood in 2000 een land achter…
Krav Maga - Israëlische zelfverdediging Krav Maga (in het Hebreeuws: קרב מגע en…
Gerelateerde artikelen
Syrië onder Hafiz al-Assad (1971 - 2000) Na de staatsgrepen van 1966 en 1970 controleerden de Alawieten – een bevolk…Wortels van de relatie van Syrië met Libanon en Iran Sinds het aan de macht komen van de Ba’th-partij (1963) en Hafi…
De shabbiha: hulptroepen van het Syrische regiem Het geweld dat het Syrische regiem gebruikt om de protestbewegingen in h…
Het Syrië van Bashar al-Assad (2000 - ?) Syriës president Hafiz al-Assad liet bij zijn dood in 2000 een land achter…
Krav Maga - Israëlische zelfverdediging Krav Maga (in het Hebreeuws: קרב מגע en…
Reageer op het artikel "De veiligheidsdiensten van Syrië"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
- Andrew Rathmell: Syria's Intelligence Services: Origins and Development (The Journal of Conflict Studies, Vol. XVI, No. 2, Fall 1996: 75-96)
- Syria's Intelligence Services: A Primer (Middle East Intelligence Bulletin, Vol, 2, No. 6, 1 July 2000)
- Ahed Al Hendi: The Structure of Syria’s Repression. Will the Army Break With the Regime? (Foreign Affairs Snapshot, May 3, 2011)