Het Syrië van Bashar al-Assad (2000 - ?)

Syriës president Hafiz al-Assad liet bij zijn dood in 2000 een land achter waarin de Alawieten het voor het zeggen hadden. Zij overheersten de top van het leger en de veiligheidsdiensten. Op andere gebieden (regering, economie) namen ook soennieten, christenen en leden van andere bevolkingsgroepen belangrijke posities in, zodat de basis van het regiem breder leek. Een verslechterende economie, gebrek aan hervormingen en mismanagement van de opstand brengen het regiem in 2011 aan het wankelen.
Bashar al-Assad was niet zijn vaders eerste keus om hem op te volgen. Hafiz al-Assad was bezig zijn oudste zoon, Basil, voor te bereiden op het presidentschap, toen deze in januari 1994 omkwam bij een auto-ongeluk. Toen werd het duidelijk dat Hafiz van plan was zijn opvolger uit eigen familie te laten komen: Bashar werd de nieuwe troonopvolger.

Bashar al-Assad volgt zijn vader Hafiz op

Gedurende de zes jaar dat Bashar werd voorbereid op het presidentschap, bleef hij grotendeels buiten de publieke kijker. Zijn wereldbeeld, politieke voorkeuren en zelfs zijn persoonlijke kwaliteiten bleven onduidelijk, niet alleen voor de Syrische bevolking maar ook voor de meeste leden van het regiem en voor de ‘Syria watchers’. Dit was een bewuste keuze van Hafiz die de top van het leger en de politieke kopstukken van het land geen enkele aanleiding wilde geven zichzelf als opvolger naar voren te schuiven.

Bashar en Asmaa op staatsbezoek in Moskou
Bashar en Asmaa op staatsbezoek in Moskou
In de weinige interviews die hij gaf, kwam Bashar over als een onbevooroordeeld en intelligent persoon, iemand met een moderne westerse zienswijze en levenswijze – hij studeerde, woonde en werkte in Londen en trouwde in december 2000 met een in Engeland geboren zakenbankier, Asmaa al-Akhras. Hij leek overtuigd van de noodzaak van hervormingen in de politieke en economische sferen. Een deel van de Syrische bevolking, met name intellectuelen en de zakenwereld, putte hier hoop uit.

Het succes van de glad verlopen opvolging van Hafiz door Bashar wordt voor een groot deel toegeschreven aan het ‘masserende werk’ van Moestafa Tlas, Hafiz’ meest loyale en vertrouwde bondgenoot. Openlijk bezwaar tegen Bashar kwam eigenlijk alleen van Rifaat al-Assad, Hafiz’ in ballingschap levende broer. Al voordat Bashar het presidentschap op zich nam, had hij enkele tientallen aanhangers van Rifaat in het Alawitische gebied laten arresteren om zijn oom een duidelijk signaal te geven dat deze zich niet moest bemoeien met de opvolging.

Hafiz’ keuze voor Bashar lijkt er in eerste instantie op gericht te zijn geweest om het zittende regiem voort te zetten. Waarom dan Bashar en niet iemand van de oude garde, zoals Moestafa Tlas of vice-president Abdoel Haliem Khaddam, beiden dertig jaar aan de zijde van Hafiz?

Bashar al-Assad en Abdoel Haliem Khaddam
Bashar al-Assad en Abdoel Haliem Khaddam
Abdoel Haliem Khaddam, een soenniet, getrouwd met een Alawitische uit Assads stam, was van 1984 tot 2005 vice-president van Syrië, daarvoor was hij veertien jaar minister van buitenlandse zaken. Hij ging in 2005 in vrijwillige ballingschap naar Frankrijk – of in gedwongen ballingschap.

Het was nauwelijks een geheim dat Khaddam president Hafiz al-Assad had willen opvolgen. Nadat Bashar president was geworden, taande zijn invloed gestaag. Onenigheid over Libanon was vermoedelijk de directe aanleiding voor zijn ballingschap. Eenmaal in Parijs liet hij weten zich te hebben verbonden met de Moslim Broederschap, een samenwerking die in 2009 weer werd verbroken.

Bij de opstand in Banyas in 2011, Khaddams thuisbasis, waren er aanwijzingen dat de opstandelingen door hem van geld en wapens waren voorzien.

De leden van de oude garde waren realistisch genoeg om in te zien dat hun leeftijd, veelal 70+, het gevaar in zich hield dat elk jaar een nieuwe leider het roer zou moeten overnemen, iets wat de stabiliteit van het land niet ten goede zou komen. Daarom konden zij zich vinden in Bashar: een jonge en veelbelovende leider ‘die kon rekenen op hun steun’, zo verzekerden zij.

Omdat Bashar zelf geen echte machtsbasis binnen het regiem had, zou hij geen bedreiging vormen voor het zittende politieke en militaire leiderschap en de gevestigde belangen van de economische elites. En dat hij goed leek te vallen bij het bredere publiek, was een extra pluspunt. Het heeft er dan ook veel van weg dat Bashar de ideale kandidaat was om het regiem voort te zetten, maar met een moderner, opener imago naar buiten toe.

Damasceense lente

In het begin van zijn bewind zette Bashar al-Assad een aantal voorzichtige stappen op het pad van politieke en economische hervorming. Hij stimuleerde politieke en culturele discussieforums, waarin in relatieve openheid en vrijheid de noodzaak voor meer democratie werd besproken. Ook liet hij politieke gevangenen vrij, sloot hij de beruchte gevangenis van Mezze en stelde hij Syrië meer open voor buitenlandse media.

Bashar leek van mening te zijn dat het overleven van het regiem afhankelijk was van dergelijke hervormingen, waaronder ook de introductie van een eerlijk en transparant overheidsapparaat.

Gezien de soepel verlopen machtsovername, het ontbreken van ernstige tegenstand binnen het regiem tegen Bashar en nauwelijks betekenisvolle oppositie tegen het regiem als zodanig was er voor Bashar geen reden ‘om zijn naam te vestigen’ of om een persoonlijke machtsbasis te vestigen om daarmee eventuele rivalen te overbluffen. Daarin week hij af van zijn vader, die een sterke persoonlijke machtsbasis binnen het leger en de Ba’th-partij had.

Wel benoemde Bashar een aantal generatiegenoten in zijn eigen kring van adviseurs die hem zouden moeten helpen bij het doorvoeren van de hervormingsplannen. Een aantal van hen kwam uit de computer- en internetwereld en uit het zakenleven. Het betrof echter geen mensen op wie Bashar zou kunnen terugvallen bij het leiden van het land: ook zij hadden geen eigen machtsbasis noch maakten zij deel uit van leidende kringen. Voor het leiden van het land was Bashar nog steeds afhankelijk van de oude garde. Weliswaar bestond die inmiddels in meerderheid uit jongere personen, maar die kwamen voort uit de gelederen van de oude garde. Meestal waren het mensen die promotie hadden gemaakt toen hun baas (de echte oude garde) was opgestapt – vrijwillig dan wel ‘daartoe aangezet’. Dit proces van verjonging was al door Hafiz al-Assad in gang gezet.

Damasceense winter

De openheid van de Damasceense lente duurde niet lang. Halverwege 2001 werden de hervormingsgezinden aangepakt. Zij werden weggezet als ‘agenten van het westen die de Syrische stabiliteit ondergraven.’ De discussieforums werden ontbonden en een aantal van de meest uitgesproken voorstanders van hervormingen werden gevangengezet, waaronder enkele leden van het parlement. Een nieuwe golf van onderdrukking had zich aangediend. In de jaren die volgden, werd duidelijk dat de economische hervormingen niet leidden tot de voorgespiegelde resultaten.

Het ligt voor de hand aan te nemen dat de oude garde op de rem trapte. Zij werden door de oppositie gezien als tegenstanders van de voorzichtige hervormingen, omdat die wel eens op termijn hun eigen privileges zouden kunnen aantasten. Bij een gebrek aan zekerheid over wat zich afspeelt in de boezem van het regiem, worden er ook verschillende andere verklaringen aangedragen voor het einde van de Damasceense lente.

  • Bashar zette zelf de tegenmaatregelen in gang om zodoende steun van de oude garde te verwerven en zijn positie bij hun te consolideren. Hij zou dan in een later stadium alsnog de door hem gewenste hervormingen kunnen doorvoeren.
  • De sterke opkomst van Ariel Sharon in Israël speelde in de kaart van de voorstanders van de harde lijn. Bashar moest wel aan hun tegemoet komen.
  • Bashar geloofde in geleidelijke hervormingen; hij had de vloedgolf aan wensen en eisen op het gebied van burgerlijke vrijheden niet verwacht. Te veel tegemoet komen aan deze wensen was voor de vitale belangen van het regiem en zijn voortbestaan te riskant. “Verandering in continuïteit” was het devies.

De economie

Al vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw probeert Syrië meer buitenlandse investeringen aan te trekken. Het regiem zette in op een meer geliberaliseerde economie onder centrale aansturing van de staat. De ‘sociale markteconomie’ moest een vangnet bieden voor het geval de economische hervormingen negatief uitwerkten op de armen in de samenleving. En binnen dit model moest de staat investeren in sectoren die geen particuliere investeringen aantrokken, zoals onderwijs en gezondheidszorg.

Echte en concrete plannen werden pas geformuleerd in 2005. Concurrentie moest worden bevorderd, toegang tot de markt moest worden verbeterd, de markt zelf moest transparant worden om monopolies en corrupte in te dammen. Het midden- en kleinbedrijf werd gestimuleerd. Daarnaast moesten de openbare financiën worden hervormd (belastingen en richting van de uitgaven).

De afgelopen vijf jaar bedroeg de groei van het Bruto Binnenlands Product gemiddeld 4,5%; hiermee bleef dit percentage fors achter bij de in 2005 gestelde 7%. Werkloosheid, armoede, inflatie en corruptie namen alle toe. De groei van het bbp wordt te weinig gedragen door productieve investeringen, waardoor er minder nieuwe banen worden gecreëerd dan de bedoeling. Bureaucratie, ondoorzichtige regelingen en economische monopolies zijn hier schuldig aan. Bovendien worden overheidsgelden nog steeds te weinig besteed aan onderwijs en gezondheidszorg voor de armen. Om hier verbetering in aan te brengen zijn verdergaande hervormingen nodig op het gebied van overheidsbestuur. Omgekeerd, te weinig hervormen op dit gebied belemmert de liberalisering van de economie.

Bashars problemen

Bashars vader Hafiz kon terugvallen op zijn eigen kring van vertrouwelingen en hij kon vertrouwen op het leger en de Ba’th-partij. In essentie ging het daarbij om mensen uit zijn eigen familie, zijn stam en de Alawitische gemeenschap. Daarnaast deelde Hafiz al-Assad met velen, waaronder relatief veel soennieten, een verleden in het leger en de partij.

Veel van wat er gebeurt binnen het regiem, is onduidelijk, zoals hoe de machtsverhoudingen liggen. Wel kan met enige zekerheid worden gezegd dat het grote probleem voor Bashar is dat hij geen eigen kring van vertrouwelingen heeft van mensen in de top van de politieke en militaire elites en die van de veiligheidsdiensten. Het slagen van zijn hervormingsplannen, of zelfs het behouden van zijn positie als leider van het land, is afhankelijk van zijn mogelijkheden om bruggen te bouwen met deze elites, omdat de plannen, als zij onverkort worden uitgevoerd, uiteindelijk de Alawitische militaire elite en de partijkaders van de Ba’th raken.

Terwijl de superrijken van Damascus en Aleppo in hun luxeleven zwolgen, zagen de gewone werknemers in de buitenwijken en op het platteland hun levensstandaard dalen. Ook sociale groepen uit onder meer de zakenwereld die tot dan toe welwillend tegenover het regiem hadden gestaan, wist het bewind langzaamaan van zich te vervreemden door de ongekende hebzucht aan de top en de beloften voor hervormingen die maar geen echt gezicht kregen. Het lukte de hervormers binnen het regiem niet hun plannen in een betekenisvolle omvang door te voeren.

De familie Assad. Zittend: Anisa al-Makhloef, Hafiz al-Asad. Staand hun kinderen: Mahir, Bashar, Basil, Majid, Bushra
De familie Assad. Zittend: Anisa al-Makhloef, Hafiz al-Asad. Staand hun kinderen: Mahir, Bashar, Basil, Majid, Bushra
Zelfs binnen zijn eigen familie lijkt Bashar er moeite mee te hebben de eenheid te bewaren en als leider op te treden.

  • Zijn oudere zuster Bushra en haar man Asaf Shookat worden wel gezien als de stille kracht achter Bashar. Van Bushra wordt gezegd dat, als zij geen vrouw was geweest, zij de beste papieren had gehad om Hafiz in 2000 op te volgen. Asaf Shookat bouwde in het begin van de jaren tachtig als officier een reputatie op van meedogenloosheid bij het onderdrukken van de opstand van de Moslim Broederschap.
  • Er was onenigheid tussen enerzijds Bashars broer Mahir en anderzijds Bushra en Asaf Shookat. Mahir al-Assad wordt gezien als het meest explosieve en oncontroleerbare lid van de familie. Hij voert de Republikeinse Garde en de Vierde (Gepantserde) Divisie aan, elite-eenheden die zich in de opstand van 2011 al aan heel wat buitensporig geweld te buiten zijn gegaan.
  • Er gaan sterke geruchten dat er een gespannen relatie bestaat tussen enerzijds Bashars moeder Anisa al-Makhloef en Bushra en anderzijds Bashars vrouw Asmaa. In mei 2011 waren er onbevestigde en ook tegengesproken berichten dat Asmaa was teruggekeerd naar Londen.
  • Een neef van Anisa, Rami al-Makhloef, die naar verluidt zo’n 60% van de Syrische economie controleert via een web van zakelijke belangen in onder meer de telecommunicatie, olie- en gasindustrie, de bouw en het bankwezen, onderhoudt zeer nauwe banden met Bashars zuster Bushra. De relatie van al-Makhloef met Mahir zou daarentegen niet al te goed zijn, omdat Mahir, en misschien ook Bashar zelf, bij een volgende anti-corruptiecampagne wel eens de bezittingen van al-Makhloef op de korrel zou kunnen nemen. Dit kan verklaren waarom Rami al-Makhloef een deel van zijn zakelijke bezittingen naar Dubai heeft overgebracht. Tijdens de demonstraties van 2011 wordt veelvuldig geageerd tegen al-Makhloef die de verpersoonlijking van corruptie in Syrië is.
  • Bashars achterneef Noemeer al-Assad is het zwarte schaap van de familie, hoewel zijn shabbiha tijdens de opstand van 2011 het regiem nuttige diensten bewijzen (de shabbiha hebben zich bij Mahirs Vierde Divisie aangesloten).

Naast de interne problemen waarmee Bashar wordt geconfronteerd, lijkt in de tweede helft van de jaren nul ook weer het (soennitische) moslimextremisme de kop op te steken, hoewel vooralsnog in beperkte mate. Op 27 september 2008 ontplofte een autobom (een voor Syrië uitzonderlijke vorm van terreur) bij een controlepost op de weg naar een sjiitisch heiligdom en werd er vanuit jihadistische hoek opgeroepen tot de omverwerping van het Syrische regiem.

Een bewind dat op het gebied van effectieve onderdrukking een naam heeft hoog te houden, wil niet worden geassocieerd met een leider die zwakte uitstraalt. Dit roept als vanzelf de interventie op van een of meer van de gevestigde machtscentra. Een coalitie van mensen die hun eigen positie bedreigd zien of mensen die van mening zijn dat, ‘als hij president kan worden, wij het ook kunnen.’ Zolang er geen gevaarlijke tekenen van verzet vanuit de bevolking waren en de elites hun gang konden gaan, was de positie van Bashar niet in direct gevaar. De voortekenen waren echter wel al daar.

De opstand van 2011

Met het uitbreken van de volksopstand in maart 2011 en het weifelende optreden van Bashar is de situatie radicaal gewijzigd. Het heeft er veel weg van dat Bashar de eerste protesten afdeed als lokale aangelegenheden – die weliswaar ten koste van veel doden moesten worden onderdrukt – en dat hij niet begreep dat de protesten geen geïsoleerde gevallen waren, maar symptomen waren van een nationale crisis die alleen maar zou verergeren zonder radicale hervormingen.

Ja tegen vrijheid, nee tegen geweld (AP)
Ja tegen vrijheid, nee tegen geweld (AP)
Het excessieve geweld leidde ertoe dat de roep om verbetering van de levensomstandigheden werd uitgebreid met een roep om politieke hervormingen en meer vrijheid. Door het voortdurende mismanagement van de opstand zijn de eisen inmiddels gericht op het verdwijnen van het regiem.

In maart en april had het tij misschien nog kunnen worden gekeerd met het snel en doeltreffend doorvoeren van hervormingen. Maar de ruimte daarvoor was beperkt: de elites hadden zich volledig ingegraven, de zwakke politieke instituties en de daarmee samenhangende grote rol van de veiligheidsdiensten bonden de hervormers binnen het regiem aan handen en voeten. In de huidige situatie sluiten de leden van het bewind de rijen, samen met grote delen van de bevolkingsgroepen die er in deze situatie mee worden geassocieerd. Zij hebben allen veel te verliezen.

Of de oppositie het regiem kan verjagen, is nog steeds (juli 2011) niet goed te voorspellen. Kan zij interne onenigheid overkomen en kan zij groepen die nu nog achter het regiem staan aan haar kant krijgen? Veel zal afhangen van de inzet van de veiligheidsdiensten, waarvan de leden overwegend uit de Alawitische minderheid voortkomen. Vooralsnog lijken zij het regiem te steunen, hoewel vermoedelijk meer vanuit loyaliteit met de eigen gemeenschap dan vanuit loyaliteit met het regiem. Velen zijn ontevreden, delen niet in de rijkdommen en kunnen zich vinden in de wensen van de oppositie voor hervormingen.

Maar als de ‘wraak van Hamaa’ een rol gaat spelen, is de kans groot dat de door het westen zo gewenste ‘regime change’ voor Syrië en zijn bevolking weinig goeds gaat brengen. Dan zullen de rollen van Alawieten en soennieten weer zijn omgedraaid.

Special:
De Alawieten in Syrië

Lees verder

© 2011 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Internationaal (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Elfenbloem - Epimedium Elfenbloem – Epimedium De Epimedium, ofwel Elfenbloem, is een onmisbaar plantje voor wie een schad…
Thaise steak tartaar Heel gemakkelijk en snel te bereiden en oh zo lekker. Dit Aziatische gerecht op basis van rauw rundv…
Syrië: Oudheid tot Arabische Lente Syrië is door de Arabische Lente momenteel volop in het nieuws. Het bewind van de…
Cah Tauge Pedis Een lekker origineel indonesisch recept, het smaakt lekker fris en vult toch heel erg goed. Heel lekker o…
Christenen in Gaza vervolgd door fundamentalistische moslims De christenen in de Gaza leven in een dreigende situatie, ze…

Reageer op het artikel "Het Syrië van Bashar al-Assad (2000 - ?)"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Dreus
Rubriek: Mens en Samenleving / Internationaal
Schrijf mee!