De Alawieten tijdens het Franse mandaat over Syrië (1920-46)

Eeuwenlang waren de Alawieten de armste, meest verachte en meest achtergestelde bevolkingsgroep van Syrië. Tot de jaren twintig van de vorige eeuw leefden er nauwelijks Alawieten buiten hun (plattelands)gebieden in de Nusayriya-bergen, zelfs in de stad Latakia vormden zij een minderheid. Vanaf het moment dat Frankrijk het voor het zeggen krijgt in Syrië (1920), gaan hun kansen geleidelijk keren.

Ontwikkeling dankzij afhankelijkheid van Frankrijk

Al voor de Franse bezetting van Damascus een feit was, hadden de Alawieten van een pro-Franse houding blijk gegeven. Zij steunden de Fransen in hun pogingen het Franse mandaat over Syrië en Libanon te realiseren, waarbij zij ingingen tegen de wensen van een groot deel van de rest van de bevolking die een onafhankelijke Arabische staat wilde. Een eerste gebaar waarin de Fransen hun dank tot uitdrukking brachten, was in september 1920 de erkenning van de benaming Alawieten ten koste van die van Nusayri’s.

‘Nusayri’s’ benadrukt de verschillen met de islam (het verwijst namelijk naar de mens Ibn Nusayr), terwijl ‘Alawieten’ uitdrukt dat zij volgelingen van de Ali zijn en dus tot de islam behoren. Zie Geloof en gemeenschap van de Alawieten.

Alawitische vlag met linksboven de verkleinde Franse driekleur
Alawitische vlag met linksboven de verkleinde Franse driekleur
De Franse politiek in Syrië en Libanon was erop gericht om met alle minderheden in het land samen te werken om zo de overheersende invloed van de soennitische meerderheid tegen te gaan. Zo riepen zij een aparte autonome Alawitische regio in het leven (1922) die in 1925 een zelfstandige status kreeg. Tussen mei 1930 en februari 1937 werd het Alawieten-gebied door een eigen regering vanuit Latakia bestuurd.
Eigen postzegel
Eigen postzegel
Met aanzienlijke subsidies konden de economische omstandigheden van de Alawieten worden verbeterd en werden de eerste scholen in hun gebied geopend. Veel jonge Alawieten namen dienst in het Franse bezettingsleger om hun kansen op sociaal-economische vooruitgang te vergroten. Aan de andere kant moedigden de Fransen dit ook aan, omdat een groot contingent minderheden in hun bezettingsleger de invloed van de soennitische meerderheid van het land zou beperken.

De Alawieten raakten zodoende buitenproportioneel vertegenwoordigd in het leger. Naast legertaken voerden zij ook politietaken uit en verrichtten zij inlichtingenwerk voor de Fransen.

Religieuze autonomie

Ook verwierven de Alawieten autonomie op het gebied van (religieuze) rechtspraak, hoewel dat meer voeten in de aarde had dan zij aanvankelijk dachten.

Een erfenis uit de Ottomaanse tijd waar het Franse bestuur mee te maken had, was dat de rechtspraak in het land was geënt op die van de (soennitische) hanafitische wetsschool. Hier wilden de Alawieten niet langer aan onderworpen zijn. Omdat hun gemeenschap nauwelijks een werkbaar alternatief kon bieden én omdat de Fransen rekening moesten houden met de gevoeligheden bij de rest van de bevolking, kwamen zij in 1922 tot een oplossing waarbij de Alawieten toestemming kregen eigen rechtbanken op te richten, maar die moesten rechtspreken in overeenstemming met de wetsschool van de twaalver sjia.

De Alawieten vielen nu buiten de religieus-juridische competentie van de soennieten en hun status als moslims was erkend. Binnen hun gemeenschap waren er echter geen mensen die voldoende geschoold waren in de sjia en zijn rechtsprincipes. Wetsgeleerden moesten uit Libanon komen om de religieuze wet bij de Alawieten toe te passen, terwijl zij niet of nauwelijks op de hoogte waren van de religieuze en culturele eigenheden van de Alawieten. De gemeenschap ondernam zelf slechts halfhartige pogingen om zich in de rechtsprincipes van de sjia te bekwamen.

Syriës naderende onafhankelijkheid

Door hun oververtegenwoordiging in het leger, bij de politie en de inlichtingendiensten speelden de Alawieten een grote rol in het breken van soennitische demonstraties, stakingen en gewapend verzet tegen de Franse bezetting. Niet dat zij daar moeite mee hadden, want toen vanaf de tweede helft van de jaren dertig onafhankelijkheid van Syrië aan de horizon gloorde, ontstond bij de Alawieten de angst dat, als de Fransen waren vertrokken, de soennieten het weer voor het zeggen zouden krijgen, met alle gevolgen van dien voor hun eigen positie.

Het Franse plan van 1936 om de onafhankelijke Alawitische staat weer deel te laten uitmaken van Syrië werd dan ook fanatiek aangevochten. In een brief van zes Alawitische notabelen aan premier Blum werd gesteld dat de Alawieten te veel van de soennieten verschilden om veilig met hen in één land te kunnen leven. Een van de ondertekenaars was Sulayman al-Assad, vader van Hafiz al-Assad, grootvader van Bashir al-Assad.

Latakia verloor eind 1936 zijn autonome status, maar behield een speciale status. In de daarop volgende tien jaar bleven de Alawieten zich inzetten voor het behoud van het Franse bestuur, of anders onafhankelijkheid of aansluiting bij Libanon. Al hun pogingen waren uiteindelijk tevergeefs. In 1946 kwam het bestuur over Syrië, inclusief het woongebied van de Alawieten, formeel in handen van de soennitische stedelijke elite.

Om Syriës onafhankelijkheid te winnen zaten de soennieten vanzelfsprekend ook niet stil. Toen aan het eind van de jaren dertig de onafhankelijkheid geen onmogelijkheid meer leek, zocht een deel van hen steun bij andere Syrische bevolkingsgroepen om gezamenlijk sterker te staan tegen de Fransen. In dit licht is het te verklaren waarom sommigen van mening waren dat een soennitische gezagsdrager de Alawieten zou moeten erkennen als echte moslims. Dit gebeurde in 1936, toen de moefti van Jeruzalem, Haj Amin al-Husayni, een fatwa (juridische opinie) uitvaardigde die precies dat tot uitdrukking bracht. Deze fatwa had echter weinig effect in de relaties tussen Alawieten en soennieten in Syrië; de soennitische autoriteiten in Damascus waren niet bereid en in staat geweest zo ver te gaan in de erkenning van de Alawieten als moslims.

Hatay

Zoals altijd in de internationale politiek, werd er op verschillende borden tegelijk geschaakt. Dat de lokale bevolkingen slechts pionnen in dergelijke spellen zijn, bleek ook weer in 1939. In dat jaar gaven de Fransen het hedendaagse Hatay (met steden als Antakya en Iskenderun en met een niet onaanzienlijke Turkse minderheid) aan Turkije. Hiermee hoopten zij Turkse steun te verwerven in de dreigende wereldoorlog. Zodoende werd het gebied een Arabische enclave in Turkije, met nauwere culturele banden met Syrië dan met het Turkse achterland. Een jaar eerder, tijdens de kortstondige Hatay Republiek van 1938, had het Turkse leger het grootste deel van de Alawitische en Armeense bevolking uit het gebied verdreven.

De afsplitsing van Hatay zette niet alleen kwaad bloed bij de Alawieten, maar bij de Syriërs in het algemeen. De belangrijke handelsstad Aleppo was hierdoor beroofd van zijn achterland en directe toegang tot de zee. Een van de leiders van het verzet tegen de inlijving van Hatay bij Turkije, de Alawiet Zaki al-Arsuzi, werd later een van de oprichters van de Ba’th-partij.

De meerderheid van de bevolking van Hatay spreekt Arabisch en steunt tot op bepaalde hoogte hernieuwde aansluiting bij Syrië. In 1983 leidde dit tot onlusten in Antakya. Op momenten dat de relaties tussen Turkije en Syrië niet goed zijn, kan het bewind in Damascus het gebied en zijn bevolking als pressiemiddel gebruiken, zoals het af en toe ook de Koerden in het noordoosten van het land gebruikt om de regering in Ankara onder druk te zetten.

Special:
De Alawieten in Syrië

Lees verder

© 2011 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Internationaal (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Wortels van de relatie van Syrië met Libanon en Iran Sinds het aan de macht komen van de Ba’th-partij (1963) en Hafi…
De Alawieten in Syrië van 1946 tot 1970 Met het einde van het Franse mandaat over Syrië (1946) kwam het landsbestuur…
De Syrisch Arabische Republiek Syrië in haar huidige vorm ontstond pas na de Eerste Wereldoorlog met de komst van de Fran…
Syrië onder Hafiz al-Assad (1971 - 2000) Na de staatsgrepen van 1966 en 1970 controleerden de Alawieten – een bevolk…
Maanden, dagen en cijfers in het Frans Ik leer op school verschillende woorden in het Frans, als jullie nog niet zo goed…

Reageer op het artikel "De Alawieten tijdens het Franse mandaat over Syrië (1920-46)"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Dreus
Rubriek: Mens en Samenleving / Internationaal
Schrijf mee!