De geschiedenis van de EU
De vorming van de Economische en Monetaire Unie en de poging om langs die weg een zone van monetaire en economische stabiliteit in Europa te creëren, vormen een belangrijke stap binnen alle inspanningen en pogingen waar het streven naar Europese integratie door gemarkeerd wordt. Aan de basis van de EU liggen twee gedachtestromingen die vaste vorm hebben gegeven aan het proces van communautaire integratie:- Het federalistisch model, gebaseerd op de dialoog en waarbij de lokale, regionale, nationale en Europese bevoegdheden elkaar aanvullen
- Het functionalistisch model, waarbij het zwaartepunt ligt op de geleidelijke overdracht van delen soevereiniteit van het nationale naar het functionalistisch model, waarbij het zwaartepunt ligt op de geleidelijke overdracht van delen soevereiniteit van het nationale naar het communautaire niveau
Deze beide opvattingen zijn anno nu samengesmolten tot de overtuiging dat er, naast nationale en regionale bevoegdheden, een Europese bevoegdheid moet bestaan gestoeld op democratische en onafhankelijke instellingen, die in staat zijn de terreinen te beheren waarop het gemeenschappelijke optreden doeltreffender blijkt te zijn dan het optreden van elk van de staten afzonderlijk. De Unie beschrijft de uiteindelijke doelstelling als volgt:
'De Europese Unie stelt zich ten doel door bepalingen een evenwichtige en duurzame economische en sociale vooruitgang te bevorderen vooral door de totstandbrenging van een ruimte zonder binnengrenzen, door de versterking van de economische en sociale samenhang en door de oprichting van een economische en monetaire unie die uiteindelijk een gemeenschappelijke munt inhoudt, overeenkomstig de bepalingen in dit verdrag.
De taak van de Gemeenschap op basis van bovenstaande doelstelling wordt door de Gemeenschap als volgt gedefinieerd:
'Het instellen van een gemeenschappelijke markt en een economische en monetaire unie en de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk beleid of de gemeenschappelijke activiteiten. Volgens artikel 2 van het Verdrag hebben ten doel: 'Het bevorderen van een harmonische en evenwichtige ontwikkeling van de economische activiteit binnen de gehele Gemeenschap, een duurzame en niet-inflatoire groei met inachtneming van het milieu, een hoge graad van convergentie van de economische prestaties, een hoog niveau van werkgelegenheid en van sociale bescherming, een verbetering van de levensstandaard en van de kwaliteit van het bestaan, de economische en sociale samenhang en de solidariteit tussen de Lidstaten.
Doorslaggevend
De betekenis van de huidige verhoudingen tussen de Eurolidstaten in het proces van de Europese integratie kan alleen worden verstaan in historisch perspectief. Zoals in elke geschiedenis zijn ook in die van de Europese Unie (EU) een aantal perioden en symbolische data van doorslaggevende betekenis geweest. Enige periodisering van de belangrijkste stappen vindt u in onderstaand historiografisch overzicht.Beneluxvedrag 1944
In ballingschap in Londen ondertekenden op 5 september 1944 de regeringen van België, Nederland en Luxemburg het zogenaamde Beneluxverdrag waarbij de landen zich verplichtten om na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog een douane unie aan te gaan. Professor dr. F. Hartog zegt hierover in Uitgerekend Europa: Zonder Benelux zou er naar alle waarschijnlijkheid ook geen EEG zijn geweest. Benelux is te beschouwen als het proefterrein, waar de economische integratie eerst op kleine schaal is uitgeprobeerd. Dit is dus de belangrijkste bijdrage die door Nederland- en natuurlijk ook door de andere Beneluxlanden geleverd is aan het tot stand komen van de EEG'.Marshalhulp 1947
Een van de eerste pogingen na 1945 om de Europese staten iets dichter bij elkaar te brengen, mogen we situeren in 1947: het Marshallplan. De Amerikanen beschouwden de Europese situatie na de Tweede Wereldoorlog op termijn als vrij hopeloos en gevaarlijk, zeker tegen de achtergrond van de opkomende Koude Oorlog. Ze omschreven de naoorlogse situatie als desastreus en gebruikten daar de term desintegratie voor.Om de Europese ellende in 1947 te stoppen kwamen de Amerikanen met de Marshallhulp over de brug. Ze stelden daarbij de voorwaarde dat de Europeanen zelf een gezamenlijk herstelprogramma op moesten zetten. De door de Verenigde Staten gestimuleerde samenwerking zou de integratie van Europa moeten bevorderen. De Amerikanen dachten daarbij primair aan een liberaal concept van economische integratie.
Fragment uit de rede van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken
G. Marshall aan de Harvard Universiteit, 5 juni 1947.
'Een ding is nu al duidelijk: voordat de VS haar bemoeienissen voor de verbetering van de situatie voortzetten en tot een genezingsproces van de Europese wereld kunnen bijdragen, moeten de landen onderling tot overeenstemming komen, wat onder de huidige omstandigheden het dringends geboden is en waartoe de landen van Europa zelf kunnen bijdragen, ten einde een volle benutting van de maatregelen van onze regering te bereiken. Het zou noch gepast noch doelmatig zijn, als de regering van de VS uit zichzelf een programma zou ontwerpen, om de economische wederopbouw van Europa uit te voeren. Dat is een zaak voor de Europeanen zelf. Er zou een gemeenschappelijk programma ontworpen moeten worden, waar misschien niet alle, maar toch een aantal Europese naties achterstaan.'
1948, Aan Rome vooraf
Op het Europees Congres van mei 1948 formuleerde men de historische woorden: 'Wij verlangen naar een Verenigd Europa, met een vrij verkeer van mensen, ideeën en goederen.' Op dit congres kwamen alle landen van Europa, inclusief Duitsland, bij elkaar om te praten over de toekomst van dit werelddeel.1950, de geboorte van Europa
Europa staat vijf jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog aan de rand van de afgrond. Zowel economisch als sociaal is het continent ontwricht. De koude oorlog dreigt en verzoening tussen de vroegere vijanden is ver te zoeken.Ten koste van alles wil men de kans op een nieuwe oorlog uitsluiten. Lotsverbondenheid en het creëren van gemeenschappelijke belangen lijken de oplossing. Deze idealen worden geconcretiseerd in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), en werd getekend door de Beneluxlanden, Duitsland, Italië en Frankrijk. De ondertekening van dit Verdrag betekende de overwinning van het functionalisme, dat wil zeggen dat men voortaan de Europese integratie zou baseren op de basissectoren van de economie. Begrijpelijkerwijs viel de keuze op de destijds twee sleutelsectoren van de economie: kolen en staal. Naast de daadwerkelijke samenwerking tussen eeuwenoude vijanden was het meest vernieuwend aan deze EGKS was de instelling van de zogenaamde 'Haute Autorité. Dit was een beslissingsor¬gaan dat bestond uit onafhankelijke personen, gekozen op basis van hun competentie en niet onderworpen aan instructies van regeringen. Voor het eerst in de geschiedenis stonden landen door middel van deze institutionele opzet een deel van hun politieke zelfstandigheid af om een gezamenlijk doel te bereiken. De EGKS was daarmee een supranationale organisatie geworden.
1957, het Verdrag van Rome
Het integratieproces gaat een nieuwe fase in: de 'Zes' EGKS lidstaten kiezen voor vergaande samenwerking. In Rome ondertekenden de zes landen de verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom). De EEG was een mengvorm van intergouvernementele en supranationale samenwerking.De belangrijkste doelstelling van het EEG-verdrag, dat al snel de belangrijkste van de twee bleek te zijn, waren:- het realiseren van een douane-unie als eerste stap op weg naar één Europese markt
- het ontwikkelen van een gemeenschappelijk landbouwbeleid
Hoewel een aantal belemmeringen door dit verdrag verdwenen, ondervond de handel nog veel hindernissen. De belangrijkste waren de douanetarieven.Doelstelling van de EEG was die douanetarieven in twaalf jaar tijd te laten verdwijnen. Anderhalf jaar voor de gestelde einddatum, in juli 1967, was dit reeds bereikt.
1958, Verdrag tot een Economische Unie
In februari 1958 werd het Verdrag tot een economische Unie getekend in Den Haag. De Beneluxconstructie bleef een zuiver intergouvernementeel experiment dat weinig gelijkenis had met wat economen onder een economische Unie verstaan. In bepaalde opzichten was het een vrijhandelsverdrag vol ontsnappingsclausules. De ondertekening één jaar na de Verdragen van Rome, betekende dat de Benelux verder schuil zou gaan achter de veelomvattender con-structie van de EEG.1970-1985, Eurosclerose
De periode tussen 1970 en 1985 was het proces van de Europese integratie duidelijk in een impasse terechtgekomen. Niet alleen de bereidheid voor politieke samenwerking bleek ver te zoeken, ook het proces van economische integratie verliep steeds moeizamer. Er kan zelfs gesproken worden van de diepste vorm van europessimisme tijdens deze periode. Hiervoor waren twee belangrijke redenen: een slechte wereldeconomie en de toetreding van een aantal nieuwe Lidstaten.De instabiele koers van de Amerikaanse dollar en de eerste oliecrisis misten hun uitwerking op de Europese economie niet. De groei nam af, veel bedrijven gingen failliet en de werkloosheid steeg snel. Omdat deze problemen voor de afzonderlijke lidstaten een verschillende impact hadden, waren ze eerder geneigd om hun aandacht te richten op de binnenlandse problematiek dan te denken aan de gemeenschappelijke belangen van Europa. In tijden van crises heeft het nationale beleid nu eenmaal de voorkeur boven internationaal beleid.Het succes van de EEG had een aantal landen overtuigd van de noodzaak zich bij de EG aan te sluiten, met het Verenigd Koninkrijk als belangrijkste.
In 1973 werden ook Ierland en Denemarken als lid toegelaten. In 1981 volgde Griekenland en in 1986 Spanje en Portugal.
Op zichzelf was deze uitbreiding goed, maar er zaten ook negatieve kanten aan. De toch al moeilijke besluitvorming in Brussel werd door de toegevoegde meningen en inbreng nog verder vertraagd, met meer wagons gaat de trein immers steeds langzamer rijden. De laatste landen waren bovendien vooral lid geworden vanwege de economische voordelen, politieke integratie speelde een minder belangrijke rol.
1986, de ondertekening van de Europese Akte
Dankzij een in het begin van de jaren '80 langzaam aantrekkende economie en het opkomend besef dat een samenwerking in EG-verband noodzakelijk was om de slag net Japan en de Verenigde Staten niet te verliezen, keerde het tij in 1985.Met de afspraken vastgelegd in de Europese Akte kwam een verenigd Europa in een stroomversnelling. Er werd bepaald dat de interne markt in 1993 moet zijn voltooid. Met het wegnemen van alle grensbelemmeringen ontstond een gemeenschappelijke markt. Maar met de totstandkoming van de interne markt was het proces van Europese integratie nog niet geheel voltooid. Er werden dan ook direct onderhandelingen geopend over nieuwe stappen na Europa 1992. Ook na 1992 bleef namelijk één belangrijke grensbelemmering over: de lidstaten hadden ieder nog een eigen munteenheid.
1993, het Verdrag van Maastricht
Het Verdrag van Maastricht, officieel het Verdrag betreffende de Europese Unie, geeft de Europese eenwording een nieuwe dimensie. Sinds dit verdrag heeft de EG een nieuwe naam : de Europese Unie.Het verdrag bestaat uit 3 onderdelen, de zogenaamde pijlers:
- Onder de eerste pijler vallen alle afspraken die reeds in eerdere verdragen (EGKS, EEG, Euratom en Europese Akte) ge¬maakt werden, aangevuld met een aantal wijzigingen en afspra-ken om te komen tot een Economische en Monetaire Unie (EMU)
- In de tweede pijler passen alle afspraken over het buitenlands, - en veiligheidsbeleid
- De derde pijler omvat alle afspraken over binnenlandse aangelegenheden en justitiële zaken
Veertig jaar na de ondertekening van de verdragen van Rome kan vastgesteld worden dat deze verdagen hun waarde bewezen hebben. Ze hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het voorkomen van gewapende conflicten en aan de groei van de welvaart. Waar een wil is, is dus blijkbaar in Europa een omweg.
© 2009 - 2012 Enroute, gepubliceerd in Internationaal (Mens en Samenleving) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Instellingen van de Europese Unie De Europese Unie heeft zeven instellingen, waarvan vier politieke instellingen en drie…
Geschiedenis van de EU De Europese Unie dateert uit 1951. De oprichting is ontstaan na de tweede wereldoorlog. Met de opr…
Cultuur binnen de Europese Unie Bestaat er een Europese cultuur? Om deze vraag te kunnen beantwoorden zullen we niet alle…
Instellingen van de Europese Unie: de Europese Raad Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 200…
Gerelateerde artikelen
Recht binnen de Europese Unie Recht binnen de Europese Unie In dit artikel zal er een beschrijving worden gegeven van het…Instellingen van de Europese Unie De Europese Unie heeft zeven instellingen, waarvan vier politieke instellingen en drie…
Geschiedenis van de EU De Europese Unie dateert uit 1951. De oprichting is ontstaan na de tweede wereldoorlog. Met de opr…
Cultuur binnen de Europese Unie Bestaat er een Europese cultuur? Om deze vraag te kunnen beantwoorden zullen we niet alle…
Instellingen van de Europese Unie: de Europese Raad Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 200…