InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Filosofie > Belangrijke begrippen uit de wetenschapsfilosofie

Belangrijke begrippen uit de wetenschapsfilosofie

Belangrijke begrippen uit de wetenschapsfilosofie Als je de wetenschapsfilosofie en de geschiedenis van de geesteswetenschappen bestudeerd zijn er een aantal begrippen die steeds terug komen en die een belangrijke rol spelen in het hedendaagse debat. In dit artikel vind je een aantal van de belangrijkste begrippen uit deze categorie. Wees vrij om aan te vullen in een reactie!

(Geestes)wetenschappelijke revolutie

De geesteswetenschappelijke revolutie heeft plaats rond 1800. Er wordt dan een duidelijk onderscheid gemaakt tussen mens en natuur en mens en het bovennatuurlijke. De dagelijkse waarneming en ervaring vormen niet langer het middelpunt van de wetenschap, zoals volgens Aristotelis (empirimse). Men wil zaken nu vaststellen via experimenten waarin kunstmatig situaties worden opgesteld. Er betstaat het standaardbeeld van de wetenschap. Het veronderstelt dat kennis groeit, toetsbaar en overdraagbaar is. Je kan theorieën formuleren die controleerbaar zijn. Bijv. Als je een vloeistof tot een bepaalde temperatuur verwarmt zal deze verdampen. Als zo'n theorie klopt zal iedereen het onder de geformuleerde omstandigheden kunnen herhalen en zal er het zelfde uitkomen. Deze theorie kan dan ook gebruikt worden om voorspellingen over de toekomst te doen. Hoe vaker je een uitkomst bevestigd, des te hoger wordt de confirmatiegraad. In 1940 schrijft Koyre dat de wetenschappelijke revolutie min of meer uit het niets is ontstaan mede door een reeks aan briljante ontdekkingen. Historici nemen hier uiteraard geen genoegen mee. Zij verklaren het vanuit sociale en historische factoren.

Empirisme

De filosofische stroming waarin gesteld wordt dat kennis uit de ervaring voortkomt. We kennen dingen door ervaring. We weten dat donder op bliksem volgt omdat we dat vaak hebben ervaren. Het houdt vast aan de zienswijze dat er fundamentele concepten zijn die niet een afspiegeling zijn van waarneembare dingen in de buitenwereld. Deze stroming is tegengesteld aan het rationalisme. We halen zelfs logische wetten uit de waarneming. Men hecht aan het steeds waarschijnlijker maken van theorieën door ze keer op keer te testen. Ze legt het een fundament voor de filosofie achter de Verlichting. De zintuiglijke ervaring is dan dus de bron van kennis. Belangrijke aanhangers zijn Aristotelis, Locke, Hume en Berkeley.

Rationalisme

Het rationalisme is een filosofisch denksysteem dat zich baseert op de rede of de rede verantwoordelijk stelt voor de oorsprong van de ideeën, dit in tegenstelling tot stelsels die voornamelijk op openbaring of overgeleverde kennis gebaseerd zijn of tot stelsels die empiristisch van aard zijn. Hier is de ratio de bron van kennis. Descartes is een rationalist. Hij neemt geen genoegen met het idee dat de waarneming altijd accuraat is, omdat je lichaam je kan bedriegen, waar de geest dit niet kan.

Emannuel Kant

Kant richt zich zowel tegen het empirisme als het rationalisme. Het kernpunt van zijn filosofie is dat de empirische waarnemingen zoals die aan ons verschijnen, door de rede beoordeeld en geordend worden tot onze werkelijkheid. Hij wil meer weten over kennis en dit begrip doorgronden. Hij formuleert de transcendentale vraag naar de mogelijkheidsvoorwaarden van kennis. Hij consentreert zich daarbij op het onderscheid tussen object en subject.
Hij meent dat het opnemen van ervaring en kennis niet bestaat uit het passief opnemen van informatie over de buitenwereld, maar dat dit een actief oordelen vereist en dus de actieve inbreng van het denken. Het subject speelt dus een constructieve rol. Empirische kennis is mogelijk maar Kant stelt de vraag hoe de het menselijk denkvermogen moet werken om dit mogelijk te maken. Wil je dit onderzoeken dan moet je een ander soort wetenschap ontwikkelen als die van de laboratoria van bijvoorbeeld Newton of Boyle.

Logisch empirisme/ logisch positivisme

Het logisch empirisme is een wijsgerig stelsel dat uitsluitend aanvaardt wat zintuiglijk waargenomen en vastgesteld kan worden en het verwerpt non-empirische uitspraken gemaakt door de metafysica, ethiek en theologie. Dit wordt uitgewerkt door de Wiener Kreis dat de fundering van Kant verwerpt omdat hij er van uit gaat dat bepaalde theorieën nu eenmaal waar en daarom niet voor verbetering vatbaar zijn. Maar er is wel bewezen dat kennis niet voor eeuwig geldig kan zijn. Bovendien stellen zij dat zijn synthetische a-priori kennis onmogelijk is omdat het een onderscheidt maakt tussen analyticiteit en a-priori kennis, welke niet zou bestaan en tevens in strijd is met het verificatiecriterium. Het criterium kent namelijk alleen maar empirische waarheidscondities en kan daarom geen kennisinhoud hebben. De logisch empiristen proberen de structuur van kennis te achterhalen door het gebruik van technische hulpmiddelen. Voor de rechtvaardiging van kennis telt niet het proces maar enkel het resultaat (linguistic turn). Zij maken gebruik van het verificatiecriterium: een uitspraak wordt aannemelijker naarmate het door meer experimenten of observaties wordt bevestigd. Een belangrijke vraag wordt hoe je wetenschappelijke van niet-wetenschappelijke kennis kunt onderscheiden? Hiervoor wordt het demarcatiecriterium ontwikkeld.

Wiener Kreis

De leden van de Wiener Kreis zijn strikte empiristen en zij verwerpen daarom de theorieën van Kant totaal. Ze hebben niets op met de kerk die de vooruitgang in de wetenschap zou belemmeren. Ze hebben drie kerngedachten. Het reductionisme (alle kennis is te reduceren tot empirische waarnemingen). Alle takken van wetenschappen zouden hun onderzoeken moeten baseren op empirische waarneming. Alle uitspraken zijn analytisch danwel synthetisch.

Karl Popper

Popper verwerpt de ideeën van het logisch empirisme en het verificatiecriterium. Hij houdt zich bezig met hoe kennis kan groeien. Ook wil hij vast kunnen stellen hoe wetenschappelijke van niet-wetenschappelijke kennis te onderscheiden is. Alle kennis kan op een zeker moment onjuist blijken te zijn en moet open staan voor kritiek. Elke theorie is dus een hypothese. Hij gaat niet uit van verificatie maar van falsificatie. Hiervoor bestaat het demarcatiecriterium. De graad waarin een theorie kritiek heeft doorstaan heet de corroboratiegraad. De theorie gaat volgens hem vooraf aan de ervaring waardoor er sprake is van niet-zuivere waarneming, daar deze gekleurd wordt door bestaande theorieën. Heet grootste probleem zit in de Duhem-Quinestelling dat in een hypothese altijd meerdere hypotheses zitten die niet afzonderlijk te testen zijn. Als je dan dus iets falsifieerd dan weet je niet precies wat je hebt gefalsifieerd. Hij heeft kritiek op het historicisme, dat ervan uit gaat dat de geschiedenis zich volgens een vast patroon ontwikkeld, dat te ontdekken is en aan de hand waarvan je uitspraken kunt doen over toekomst.

Kuhn

Kuhn is een criticus van Popper. Hij onderbouwde de Duhem-Quinestelling en vertoont overeenkomsten met het logisch empirisme. Hij zegt dat veel van onze ideeën over de aard van wetenschap niet kloppen. Hij ziet de ontwikkeling ervan niet als lineair maar als iets met breuken en radicale veranderingen. De wetenschap wordt volgens hem gekenmerkt door een paradigma, een bepaalde visie op de wereld of bril waardoor men alles ziet. Na een crisis kan er een ander paradigma ontstaan. Hij vergelijkt een wetenschappelijke revolutie met een Gestalt switch, een plotselinge verandering waardoor we zaken ineens anders zien als daarvoor. Uitspraken uit verschillende paradigmata kunnen we niet met elkaar vergelijken volgens Kuhn omdat ze totaal verschillende ideeën impliceren. Deze onmogelijkheid heet incommensurabiliteit. Iemand met hier op aansluitende ideeën is Foucault. Hij ziet een discontinue ontwikkeling van de menswetenschappen, waarbij elk tijdperk zijn eigen episteme (dieptestructuur van het weten) heeft, en er epistemische breuken kunnen ontstaan.

Hermeneutiek

Dit begrip is verder uitgewerkt door Dilthey. Het verzet zich tegen het positivisme. Omdat de menselijke geest zich nu eenmaal niet zo ontwikkeld als de stapsgewijze natuur moeten de geesteswetenschappen zich volgens hem fundamenteel anders ontwikkelen dan andere takken van wetenschap. Hermeneutiek is dan ook de studie van het proces van interpreteren. en het daarbij achterhalen van de achtergrond of context van een kunstwerk of tekst. Het richt zich op de vraag wat de mens doet in het proces van interpreteren. Dit begrijpen wordt dan vaak aangeduidt met het Duitse woord verstehen. De term hermeneutiek is afkomst van Schleiermacher die vond dat je een tekst bij het begrijpen ervan in de juiste tijd moet plaatsen. Tussen de Geist van het heden en verleden zit namelijk een kloof. Het gaat niet om het inleven in de gedachten van de schrijver, maar meer om een rigoureuze historische methode die zich richt op kenmerken van tekst en context. In interpretatie van een tekst is nooit afgerond. Voor Dilthey is het meer een inleven. Hij ziet, in tegenstelling tot Kant, de rede als historisch gevormd en daardoor veranderlijk.

Positivisme/ structuralisme

Deze stroming is tegengesteld aan de hermeneutische traditie die de geesteswetenschappen als uniek en anders beschouwd. Binnen deze stroming vind men juist dat de geesteswetenschappen met dezelfde methodes als de natuurwetenschappen moet werken. Volgens Comte levert alleen empirische wetenschap werkelijke kennis op en zijn andere methodes inferieur. Ook Durkheim is deze mening toegedaan. Hij probeert van de sociologie een autonoom vakgebied te maken.

Frankfurter Schule/ Kritische theorie

Dit is een sociologische stroming die rond 1960 tot bloei kwam. Zij wilde niet meer tijdloos blijven maar juist historisch denken. Dingen moeten in hun tijd geplaatst worden om misbruik te voorkomen. Daarbij voelden zij de ethische plicht om kritisch richting de maatschappij te zijn, dat zou de opdracht van de wetenschap zijn. Ook willen ze zelfreflexief zijn, en vinden zij dat wij onze eigen positie goed moeten kennen. De cultuurindustrie noemen ze elitair en subversief. Ook Pierre Bourdieu is een erfgenaam van deze stroming. Hij acht reflexie zeer belangrijk.
© 2009 - 2014 Dessal, gepubliceerd in Filosofie (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De epistemische deugden van Thomas KuhnDe epistemische deugden van Thomas KuhnHoewel menig persoon er vanuit gaat dat de huidige wetenschappelijke kennis ook de waarheid is, is dit nog maar de vraag…
De filosoof Karl PopperDe filosoof Karl PopperKarl Raimund Popper wordt gezien als één van de grootste wetenschapsfilosofen van de 20e eeuw. Om u een beetje een beeld…
Verstehen voor dummiesVerstehen is een lastig begrip voor de niet-filosofen. Daar hoor ik zelf ook bij. Daarom bij deze een omschrijving van d…
Paradigmaverschuiving; nieuw wetenschappelijk wereldbeeldParadigmaverschuiving; nieuw wetenschappelijk wereldbeeldParadigma komt uit het Grieks. Para betekent naast en digma betekent voorbeeld. Door middel van een paradigma wordt een…
Nature versus nurture: het ontstaan van het debatNature versus nurture: het ontstaan van het debatWordt ons gedrag bepaald door onze genen of door onze omgeving? Dit is de vraag die wetenschappers al jaren bezig houdt…
Bronnen en referenties
  • M. Leezenberg en G. de Vries, Wetenschapsfilosofie voor de geesteswetenschappen (Amsterdam 2001).

Reageer op het artikel "Belangrijke begrippen uit de wetenschapsfilosofie"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Dessal
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Filosofie
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!