Leven en Levensfase

Levensfasen van de mens

Levensfasen van de mens

De lichamelijkheid maakt dat je als kind of volwassene, als man of vrouw, als blanke of zwarte in de wereld staat en herkenbaar bent. Met je lichamelijkheid als basis kun je als mens functioneren en ben je een uniek persoon. Leer hier meer over de levensfasen van de mens, die elk mens passeert tijdens het ouder worden.


Vanaf de geboorte tot de dood verandert je lichamelijkheid, dus ook de manier waarop je met de wereld en met je medemensen omgaat. In dit artikel gaan we in op de levensfasen van de mens, vanaf zijn geboorte tot aan zijn dood.

Levensfasen van de mens

Afhankelijk van de leefomstandigheden zien we grote verschillen in de levensduur van mensen. In vroegere tijden was de gemiddelde levensduur veel korter. Maar ook in onze tijd zijn er grote verschillen in de levensduur. De leefomstandigheden zijn immers heel verschillend per werelddeel. Tegenwoordig is de gemiddelde levensduur van mensen in ons deel van de wereld (de westerse wereld) voor mannen ongeveer 74 jaar en voor vrouwen ongeveer 80 jaar. Onze levensduur wordt gekenmerkt door grote perioden, levensfasen genoemd. Elke fase heeft zijn eigen kenmerken, mogelijkheden en beperkingen. Het leven kan worden ingedeeld in drie grote perioden:
  • Eerste levensfase: van 0 - 21 jaar
  • Tweede levensfase: van 21 tot 65 jaar
  • Derde levensfase: van 65 jaar tot overlijden.

Een veelgebruikte, meer gedetailleerde indeling avn de levensfasen is de volgende:
  • Zuigeling: van geboorte tot eerste verjaardag
  • Peuter, kleuter; van 1 tot 5 jaar
  • Schoolkind: van 5 tot 12 jaar
  • Jongere: van 12 tot 21 jaar
  • Volwassene: van 21 tot 65 jaar
  • Oudere: van 65 jaar tot aan de dood.

Elk van deze levensfasen worden in het onderstaande behandeld.

Zuigelingfase

De eerste 10 dagen van de zuigelingfase wordt de neonatale periode genoemd (neo = nieuw; natales = geboorte). De nieuwe wereldburger heet in deze eerste 10 levensdagen pasgeborene. Hij of zij moet zich op eigen kracht gaan aanpassen aan de wereld buiten de beschermende en veilige baarmoeder. Vóór de geboorte verliepen de meeste levensontwikkelingen via de navelstreng, maar die is vrij snel na de geboorte doorgeknipt en afgebonden. De pasgeborene moet nu zelf alle levensfuncties gaan beheersen, zoals bijvoorbeeld: circulatie, ademhaling, temperatuurregulatie, spijsvertering en leverfunctie. Een pasgeborene weegt meesal 3000-4000 gram en is 48-52 cm lang. Gedurende de eerste dagen verliest ieder kind door vochtverlies ongeveer 5% tot 10% van het geboortegewicht.

De zuigelingenfase wordt voornamelijk gekenmerkt door groei en ontwikkeling. Groei betekent toename van de afmetingen van het lichaam in centimeters en toenamen van gewicht. Met ontwikkeling bedoele nwe het toenemen van de functies, het ontdekken en gebruiken van het lichaam in relatie tot de omgeving. Leren speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling. Groei en ontwikkeling hangen nauw met elkaar samen maar hebben ook te maken met de leefomstandigheden die een mens op de wereld omgeven. Vooral in de zuigelingenfase, maar ook in de rest van zijn leven is de mens afhankelijk van zijn wereld en zijn medemensen. Je kunt hierbij denken aan milieufactoren, erfelijkheid, de zorg van de ouders of verzorgers en de sociale en culturele relaties.

Peuter-kleuterfase

Tijdens het eerste levensjaar verdrievoudigt de zuigeling zijn geboortegewicht en is zijn lengte met ongeveer 20 centimeter toegenomen. De meeste peuters van 13 à 15 maanden oud kunnen los lopen en een peuter van 2 jaar kan zelf drinken uit een beker en een lepel in de mond stoppen. Met drie jaar gaan veel kinderen overdag zelf naar het toilet. Zij worden zindelijk. Niet alleen de ontwikkeling van de motoriek, maar ook die van de taal is in deze periode opmerkelijk. De eerste communicatie via geluid is het huilen vlak na de geboorte. In de zuigelingenperiode begint het kind met ongeveer 3 maanden te brabbelen en rond de eerste verjaardag imiteert het allerlei geluiden uit de omgeving.

Tijdens de daarop volgende maanden spreekt de peuter met losse woorden, de zogenaamde één-woord-zinnen. Rond de tweede verjaardag maakt de peuter al drie-woord-zinnen, en neemt de woordenschat al snel toe.

De peuter wordt in deze periode (van 1 tot 3 jaar) steeds meer zelfstandig. Bekend is de zogenaamde koppigheidsfase (peuterpuberteit genaamd), ongeveer van 2.5 tot 3.5--jarige leeftijd. De peuter wil dan zelf dingen doen. De drang tot zelfstandigheid, de ontwikkeling van een eigen wil, uit zich in "nee"-zeggen en benadrukken van het "ikke".

In de kleuterperiode (van 3 tot 5 jaar) is de lichamelijke groei zodanig toegenomen dat het kind ook meereen eigen persoon wordt die zich los van de opvoeders kan bewegen in de grote wereld buiten het eigen huis.

Schoolkindfase

Deze fase wordt meestal gebruikt voor de periode van 5 tot 12 jaar. Het kind gaatnaar de basisschool en is de meeste tijd bezig met leren. De nieuwe ervaringen worden intensief beleefd. Zij vormen niet alleen de basis voor kennis, maar ook de basis voor socialecontacten. De zogenaamde jeugdherinneringen blijven van grote invloed voor het latere leven. De lichamelijke ontwikkeling vertoont een rustig verloop, zeker in de eerste jaren van deze periode. Het kind groeit nu veel minder dan in de eerste vijf jaren.

Het gewicht neemt geleidelijk toe. Pas aan het eind van de schoolkindfase treden er weer opmerkelijke veranderingen op in lichaamsgroei en lichaamsbouw. Bij meisjes beginnen deze veranderingen tegewnwoordig gemiddeld al op 10.5jarige leeftijd, bij jongens gemiddeld wanneer zij 11 jaar en 4 maanden oud zijn. Hierover wordt meer besproken bij de jongerenfase.

Bij het schoolkind zien we verder een duidelijke toename in kracht, snelheid en handigheid. Vanaf ongeveer 6 jarige leeftijd tot ongeveer het 13e jaar vindt de wisseling plaats van de tanden. De elementen van het melkgebit laten stuk voor stuk los en het "blijvend" gebit breekt door.

Jongerenfase

Deze fase (vanaf 12 tot 21 jaar) is onder te verdelen in twee perioden: de puberteit van ongevee 11 tot 16 jaar. Deze periode begint dus al in de schoolkindfase. De periode van ongeveer 16 tot 21 jaar wordt de adolescentieperiode genoemd. Beide perioden van de jongerenfase laten de groei en ontwikkeling zien van kind tot volwassene. Het is een echte overgansperiode, met alle problemen die horen bij de ingrijpende veranderingen die dan plaatsvinden.

Bij zowel jongens als meisjes treden veranderingen op in de huid: er ontstaan jeugdpuistjes. Opvallend in deze periode zijn de verschillen in het groeiproces tussen meisjes en jongens. Een 12 jarig meisje is gemiddeld langer dan jongens van deze leeftijd. Bij meisjes treedt namelijk een "groeispurt" op tussen het 10e en 14e levensjaar, bij jongens tussen het 12e en 16e levensjaar. Bij jongens duurt deze groeispurt wat langer en heeft hij ook een hoger tempo. Mannen zijn daardoor gemiddeld langer dan vrouwen.

Tijdens de groeispurt treden ook de zogenaamde secundaire geslachtskenmerken op:
MeisjesJongens
Haargroei in de schaamstreek en in de okselshaargroei in de schaamstreek, de oksels, op de borst, snor- en baardgroei
verbreding van de heupen en het bekkenverbreding van de schouders
ontwikkeling van de borstengroei van het strottenhoofd ("baard in de keel")
groter worden van de baarmoeder, vagina en schaamlippenspierontwikkeling
optreden van de eerste menstruatie (menarche)groei van zaadballen, scrotum en penis
productie van sperma
ejaculatie bij dromen of masturbatie

Volwassen fase

De volwassenheid strekt zich uit over vele jaren: van 21 tot 65 jaar. Deze fase wordt vaak onderverdeeld in drie perioden: de periode van jong volwassene (tot ongeveer 40 jaar), de periode van middelbare leeftijd (van 40 tot ongeveer 55 jaar) en de periode van de beginnende ouderdom (van ongeveer 55 tot 65 jaar).

De lichamelijke volgroeiiing is bij het begin van de volwassenheid bereikt. Opbouw en afbraak zijn met elkaar in evenwicht. Na het vijfentwintigste levensjaar vindt er een geleidelijke achteruitgang plaats, doordat de afbraak langzaam maar zeker groter wordt dan de opbouw.

Tijdens de middelbare leeftijd treedt er weer een overgansperiode op. Bij de vrouw wordt de menstruatiecyclus onregelmatig om ten slotte op haar vijftigste geheel te verdwijnen: de menopauze. Het stoppen van de vruchtbare periode gaat vaak gepaard met "opvliegers": een warm gevoel in de borst, dat opstijgt naar hals en gezicht. vaak gaat dit samen met rood worden en transpireren.

Bij de man is er ook sprake van een overgansperiode, meestal rond zijn vijfenvijftigste levensjaar. Dit kan zich uiten in hartkloppingen, het vergroten van de prostaat, minder spermaproductie en minder behoefte aan seksuele activiteit. Men noemt deze periode bij de man daarom ook wel de penopauze.

In de periode van de beginnende ouderdom wordt de mens zich steeds meer bewust van de geleidelijke afname van zijn kracht en spankracht. Zoals reeds gezegd vindt deze achteruitgang al plaats vanaf het vijfentwintigste levensjaar. Maar pas op latere leeftijd wordt de spanning tussen draagkracht ne draaglast echt duidelijk voelbaar. Zowel mannen als vrouwen komen in deze periode aan de top van hun carrière. Zij moeten dan vaak ervaren dat het meer moeite kost om te voeldoen aan de verwachtingen van de omgeving. Soms worden de zintuigen minder scherp (leesbril) en neemt het reactievermogen af. De elasticiteit van de huid neemt af, de haren worden grijs. Men krijgt duidelijker het uiterlijk van een ouder persoon.

Ouderenfase

Deze fase wordt senium, ouderdom, genoemd. De oude mens heet dan senior, in tegenstelling tot de jonge mens, die junior heet. Ofschoon het gezegde "ouderdom komt met gebreken" helaas voor vele mensen maar al te waar is, zijn die gebreken nie taltijd zodanig dat men deze levensfase als negatief mag bestempelen. Oud worden is een normaal fysiologisch proces, dat zich zeer geleidelijk voltrekt. Uit onderzoek blijkt dat de meeste oude mensen zich prima voelen, zich goed kunnen aanpassen aan de veranderde conditie en volop van het leven genieten.

Vroeger konden mensen ook een hoge leeftijd bereiken en ook 100 jaar oud worden. Het grote verschil met vroeger is echter dat er momenteel veel meer mensen lang leven. Het is daarom niet vreemd dat er in deze eeuw een wetenschap is ontstaan die zich speciaal bezighoudt met het bestuderen van de ouderdom: de gerontologie (geron = oude man). In het verlengde hiervan is de geriatrie ontstaan, een geneeskundig specialisme voor de behandeling van zieke bejaarden.

naast de lichamelijke ongemakken van de ouderdom ontstaat bij veel ouderen tevens een groter inzicht in wat het leven de moeite waard maakt. De waarde van het leven en het eigen levensverhaal blijkt echter een kwetsbare zaak te zijn, zeker voro het leven op hoge leeftijd.
Net als het begin van de levensloop heeft ook het einde van de levensloop extra aandacht en zorg nodig.

Levensfasen van man en vrouw

LevensfasenVrouwMan
Puberteit9-15 jaar10-16 jaar
Onder invloed van gonadotrope hormonen en geslachtshormonenuitgroei geslachtsorganen, begin van de ovulaties, eerste menstruatie (menarche), ontwikkeling secundaire geslachtskenmerkenuitgroei geslachtshormonen, vorming van zaadcellen, ontwikkeling secundaire geslachtskenmerken
Geslachtsrijpe periode15-55 jaar15 jaar - levenslang? (spermatogenese tot op hoge leetijd)
climacterium (overgansperiode)45-55 jaar; een complex van symptomen die gepaard gaan met het onregelmatig worden en ophouden van de menstruaties; minder seksuele activiteit; minder vrouwelijke geslachtshormonen; vasomotorische storingen (opvliegingen); menopauze: het moment van de laatste menstruatie of: 1 jaar na het moment van de laatste menstruatielangdurige periode; minder seksuele activiteit, minder mannelijke geslachtshormonen; minder spermaproductie
© 2007 - 2008 Hikari, gepubliceerd in Diversen (Mens en Samenleving) op 22-03-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Levensfasen van de mens"


Door Seda op 26-10-2008

Ik zocht maar naar de juiste infom aar kon het niet vinden. Dankje deze info heeft me erg gehopen met mijn werkstuk

Door Jantje op 28-09-2008

Heel veel bedank voor de informatie, ik heb het goed kunnen gebruiken voor me werkstuk.
heel erg bedankt. :-)

Door Chantal op 22-09-2008

Ik wilde even zeggen dat dit een goede pagina is waar je alle informatie vandaan kan halen. Ik heb er veel aan gehad, ook me mede studenten. we hadden het nodig voor een opdracht van omgangskunde en ik heb er veel aan gehad :-)

Door Kimberly op 03-09-2008

Bedankt voor deze info, heb er veel aan gehad voor mijn werkstuk van verzorging/bio

Door Suwanna op 03-09-2008

Bedankt voor de informatie! :)

Door Britt op 10-04-2008

Ik heb veel aan deze informatie gehad omdat ik een werkstuk voor bio moest maken en daar sta ik gemiddelt een onvoldoende voor en ik moest hiermee mijn punt ophalen. ik heb dat met deze informatie gedaan ik stond daardoor een zes en ben ik overgegaan!
dankjewel!

Door Pinas op 11-03-2008

Hartelijk dank voor de informatie, ik heb er heel veel aan gehad :-)

Door Marjolein op 09-10-2007

Eindelijk een overzichtsartikel over de levensfasen van de mens gevonden; super!

Door Sophie op 17-09-2007

Hallo! Ik wilde even zeggen dat ik veel aan deze informatie heb gehad. Bedankt! :-)