Wetboek Van Strafrecht en Misdrijf

Poging tot een misdrijf

Poging tot een misdrijf

In het vorige artikel hebben we kunnen zien dat een poging tot overtreding niet strafbaar is. In dit gedeelte wordt duidelijk gemaakt aan de hand van voorbeelden waarom de wet dat niet strafbaar stelt. Welke soorten overtredingen er zijn worden in het vijfde artikel behandeld. In dit artikel staat ook een poging tot misdrijf centraal. Dat is wel strafbaar volgens het Wetboek van Strafrecht (in het vervolg afgekort als: W.v.Sr.).


Poging tot misdrijf (art. 45 W.v.Sr.)

De wet geeft geen begripsomschrijving van het begrip 'poging' en zegt ook niet wat hieronder moet worden verstaan. De taalkundige definitie is: pogen is proberen zonder volledig te slagen.
Wil men echter strafbaar zijn voor 'poging' dan gelden onderstaande regels:
  • Er moet sprake zijn van opzet.
  • Er moet een begin van uitvoering van het misdrijf zijn, dus het 'plannen' is in principe niet strafbaar, tenzij het een zeer ernstig misdrijf betreft (b.v. een terroristische aanslag).
  • Stopt de dader vrijwillig met zijn poging dan is hij niet strafbaar ; stopt hij zijn poging omdat hij betrapt wordt b.v. door de politie, dan spreken we van een strafbare poging.

De volgende voorbeelden maken het laatste punt duidelijk:
  • Een inbreker is bezig een kluis open te breken (begin van de uitvoering). Plots krijgt hij spijt van wat hij aan het doen is. Hij gaat niet verder en verlaat het pand. De inbreker is dus niet schuldig aan het misdrijf diefstal (inbraak), omdat hij zelfstandig besluit te stoppen met de diefstal. Hij is wel strafbaar voor lokaal- of huisvredebreuk.
  • Als hij zou stoppen met het openbranden van de kluis, omdat hij betrapt werd door b.v. een beveiligingsmedewerker, was hij wel strafbaar voor poging tot diefstal. Hij is immers niet vrijwillig met de uitvoering van het misdrijf gestopt.

Omdat poging een opzet vereist, kan het niet worden toegepast bij de zgn. schuldmisdrijven, immmers daarvoor gelden begrippen als min of meer grove onachtzaamheid, onvoorzichtigheid of roekelooosheid. In die gevallen kan men spreken van willens en wetens (opzettelijk) de wet overtreden.

Poging tot overtreding (art. 46 W.v.Sr.)

Dit artikel schrijft uitdrukkelijk voor dat een poging tot overtreding niet strafbaar is. Er kan dus alleen sprake zijn van een strafbare poging als het om een misdrijf gaat, maar nooit om een poging tot overtreding.

Voorbeeld:
Een poging tot eenvoudige mishandeling is wel mogelijk, maar niet strafbaar. Was dat wel het geval dan was alleen al het opheffen van een arm strafbaar. En dat is het dus niet volgens de wet.

Er zijn misdrijven waarvan de bestanddelen alleen maar bestaan uit het gesproken woord, bijvoorbeeld mondelinge opruiing, belediging, bedreiging enz. Het is duidelijk dat poging tot dit soort misdrijven ook niet mogelijk is.
© 2007 - 2008 Staal, gepubliceerd in Diversen (Mens en Samenleving) op 06-12-2007, laatst gewijzigd op 06-12-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Poging tot een misdrijf"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.