Communicatie en Drukpers

Communicatievrijheid

In onze democratie zijn er verschillende manieren om te praten over de rol van media in meningsvorming van burgers.


Media

In een democratie zijn media een intermediair tussen politiek en burger en vervullen daarin drie verschillende functies (Wildenmann & Kaltefleiter, 1973: 42).Ten eerste vervullen media een informatieve functie, omdat media de burgers informeren over het beleid, de beleidsplannen en de daadwerkelijke uitvoering van het overheidsbeleid en alles dat daar mee te maken heeft. Ten tweede vervullen de media een expressieve functie, omdat zij de politiek en overheid vertellen wat de bevolking belangrijk vindt. Het gaat bij deze functie dus om informatie vanuit de samenleving naar de politiek. Ten derde hebben de media een kritiekfunctie, omdat ze kritiek uitoefenen op het beleid van de overheid en op de manier waarop dat beleid tot stand komt en ten uitvoer wordt gebracht. Dit doen media vooral in hun politieke commentaren en achtergrondinformatie.

Communicatievrijheid

Communicatievrijheid is het vermogen van mensen om in vrijheid te kunnen communiceren: Het vermogen om boodschappen die niet door derden worden gecontroleerd uit te zenden of niet te zenden en te ontvangen of niet te ontvangen (Arnbak, Van Cuilenburg & Dommering, 1990: 52). Volgens Schuijt (1981.communicatievrijheid een recht voor zowel de zender van de boodschap als de ontvanger. Communicatievrijheid is niet gebonden aan een bepaald communicatiekanaal. Het geldt dus voor alle media maar ook gewoon voor interpersoonlijke gesprekken. Bovendien maakt het voor de vrije communicatie niet uit of die openbaar of niet openbaar plaats vindt. Communicatievrijheid is overigens ook de vrijheid om niet te communiceren en om niet een communicatieboodschap te hoeven ontvangen. Communicatievrijheid begint met het recht van de zender, namelijk om de gedachtes, gevoelens en meningen te kunnen uiten. Het belangrijkste zendersrecht is dan ook de vrijheid van meningsuiting. Om dit te kunnen doen is ook een vrijheid van informatiegaring nodig. In een democratie zou men dit namelijk ongehinderd moeten kunnen doen. Belangrijk voor de zender is ook het recht op informatie van de overheid. Ook de ontvanger heeft recht op communicatievrijheid, alleen gaat het dan niet om het daadwerkelijk zenden van een boodschap maar om het in vrijheid kunnen ontvangen daarvan, dat wil zeggen zonder dat de boodschap gecensureerd is of iets dergelijks. Communicatievrijheid is dus ontvangstvrijheid maar ook de vrijheid om ongewenste boodschappen niet te ontvangen (Bardoel & Cuilenburg, 2003: 54-55).

Omroep is altijd strenger gereguleerd geweest dan de drukpers

Ten eerste komt dit door een technische oorzaak, namelijk de schaarste aan etherfrequenties. Die zijn er niet in onbeperkte mate en daarom is het het belangrijk dat er een instantie is die de frequenties verdeelt, in dit geval de overheid. Bij de drukpers is er vanzelfsprekend geen sprake van schaarste, omdat papier onbeperkt gedrukt kan worden. Een andere reden om de omroep minder vrij te reguleren heeft te maken met cultuurpolitieke overwegingen. De radio en televisie bereiken een nog groter publiek dan de gedrukte pers en wordt de krant echt bewust ter hand genomen, bij de televisie en radio is de confrontatie met de kijker veel onverwachter. De impact van deze media op de kijker is, door het bewegend beeld en geluid van de televisie en het gesproken woord van de radio, ook nog eens veel groter. Vooral aan het begin werden radio en televisie gezien als mogelijk gevaarlijk en achtte men strenge controle noodzakelijk (Bardoel & Cuilenburg, 2003: 84-85).
© 2008 - 2010 Sebas, gepubliceerd in Communicatie (Mens en Samenleving) op 20-09-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Sebas is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Bardoel, J.L.H. & Van Cuilenburg, J.J. (2003). Communicatiebeleid en Communicatiemarkt. Amsterdam: Otto Cramwinckel Uitgever.
  • Wildenmann, R. & Kaltefleiter, W. (1973). Funktionen der Massenmedien. Frankfurt am Main: Athenaeum Verlag.
  • Arnbak, J.C., Van Cuilenburg, J.J. & Dommering, E.J. (1990). Verbinding en ontvlechting in de communicatie: een studie naar toekomstig overheidsbeleid voor de openbare elektronische informatievoorziening. Amsterdam: Otto Cramwinckel Uitgever.
  • Schuijt, G.A.I. (1987). Werkers van het woord: media en arbeidsverhoudingen in de journalistiek. Deventer: Kluwer.

Reageer op het artikel "Communicatievrijheid"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.